Een eigen woning is een ideaal voor veel mensen. Of zo’n paleisje betaalbaar is hangt in belangrijke mate af van de wijze van financiering, de financieringskosten en de fiscale aspecten van de financiering en het bezit (hypotheekrenteaftrek, overdrachtsbelasting, eigenwoningforfait). In dit dossier vind je alles (van mijn hand) over de hypotheekrenteaftrek, de renteontwikkeling en de hoogte van de rente, de Nationale Hypotheekgarantie (NHG), erfpacht, taxaties, de starterslening en andere SVn-producten en bijzondere koopconstructies als maatschappelijk gebonden eigendom en zijn opvolger Koopgarant.
een van de redenen dat na de financiële crisis van 2008 veel woningeigenaren met hun hypotheek “onder water” stonden was de explosieve groei van de aflossingsvrije hypotheek in de periode na 2000-2010. Die groei is per januari 2013 gestuit door de aangepaste hypotheekrenteaftrek.
Het gemiddeld benodigde productievermogen voor elektriciteit in Nederland ligt in de orde van 20 Gigawatt: 20.000.000.000 Watt (2008). Fossiele en nucleaire elektriciteitscentrales die een groot deel van deze stroom produceren zetten gemiddeld maar de helft van de verbruikte primaire energie in elektriciteit om. De andere helft verdwijnt als koelwater de rivier of de zee in, of wordt weggekoeld via koeltorens. Voor de Nederlandse industrie geldt hetzelfde: de benutting van de gebruikte warmte bij productieprocessen ligt vaak ver onder de 50%.
met de warmte die nu in de Europoort/Botlek de plomp en de lucht in gaat kan je alle Nederlandse woningen en andere gebouwen verwarmen
Vestia. Woonbron. Rochdale. Veel mensen herinneren zich nog wel de ontsporingen van deze woningcorporaties, die uiteindelijk tot de parlementaire enquete woningcorporaties geleid heeft. Maar ver voor de Kamer de motie Van Bochove aannam, waarin besloten werd tot deze enquete, waren er al signalen dat sociale verhuurders afdwaalden van hun kerntaken. Het interne en externe toezicht schoot tekort, met als gevolgen: hobbyisme, risicovolle nevenactiviteiten en integriteitsschendingen. Die ontwikkeling was volgens mij geen toeval: na de nota Volkshuisvesting in de jaren negentig van Enneus Heerma waren de corporaties op afstand van de overheid geplaatst. Woningwetleningen en subsidies waren afgeschaft, verenigingen omgezet in stichtingen, schaalvergroting een doel op zich. De beloning van directeuren -nu directeur-bestuurder genoemd- en raden van commissarissen schoten omhoog. Bouwden corporaties vroeger vooral woningen, nu werd de verkoop van hun bezit (“uitponden”) onderdeel van de bedrijfsvoering. Sociale verhuurders moesten ondernemers worden en de overheid moest ze niet teveel op de vingers kijken. En huurders waren voortaan woonconsumenten, die moesten zich niet bemoeien met de strategie of de bedrijfsvoering van hun corporatie.
De tijd dat corporaties paleizen voor de arbeidersklasse bouwden ligt al weer een eeuw achter ons.
In dit dossier een overzicht van de ontsporingen die ik in de loop van de jaren voorbij zag komen en mijn verbeteringsvoorstellen om de maatschappelijke verankering van de corporaties op een hoger peil te brengen.
Algemene artikelen over (verbetering) aansturing en toezicht op corporaties
Op 1 januari 2000 vielen corporatie-directeuren niet langer onder de CAO woningcorporaties. Daar werden allerlei hoogdravende argumenten voor aangevoerd, zoals ‘Een directeur-bestuurder is vertegenwoordiger van de werkgever, die kan niet tegelijk werknemer zijn.’
Waarom slopen woningcorporaties zoveel betaalbare complexen waar hun huurders en woningzoekenden nog graag willen wonen? Een van de populairste SP-affiches van het afgelopen decennium was “Slopen=Bezopen”. In veel gevallen heeft actie van de huurders geleid tot het behoud van hun wijk.
Sinds 1 januari 2010 is de nieuwe Waterwet (kamerdossier 30818) van kracht. Die vervangt een groot aantal andere wetten op het gebied van waterbeheer en waterveiligheid. In dit dossier vindt je mijn inbreng tijdens de behandeling van het wetsvoorstel.
Op 1 januari 2009 was tussen 70 en 75% van alle Nederlandse huishoudens klant van een van de vier publieke energiebedrijven: Essent, NUON, Eneco en Delta. Maar de eigenaren -provincies en gemeenten- wilden hun aandelen cashen, ook al zetten ze daarmee de toekomst van een basisvoorziening op het spel.
Sinds de financiele verzelfstandiging in 1993 verkopen woningcorporaties huurwoningen. Daaraan lagen verschillende motieven ten grondslag. Soms was het argument dat de kernvoorraad groter was dan de doelgroep. Soms omdat het aandeel huur in een wijk te hoog was. Maar steeds vaker omdat de opbrengst uit de verkoop nodig is om de begroting sluitend te krijgen. Al dan niet na mislukte megaprojecten, zoals bij Woonbron (Rotterdam), Servatius (Maastricht) en Vestia (Rotterdam/Den Haag). Of ten gevolge van de verhuurderheffing van minister Blok, die jaarlijks een greep van €1,7 miljard in de beurs van de corporaties doet.
midden: gerenoveerde huurwoning, geflankeerd door twee niet-gerenoveerde verkochte huurwoningen (Zuiderzeewijk Lelystad)
De verdeling van betaalbare woonruimte, zowel in de huur- als in de koopsector, is geregeld in de Huisvestingswet. Regionale huisvestingsverordeningen zijn gebaseerd op deze wet. De Rotterdamwet biedt gemeenten de mogelijkheid om wijken “met bijzondere grootstedelijke problematiek” op slot te gooien voor woningzoekenden met een laag inkomen.
zoeken naar een woning: in sommige gemeenten letterlijk een kansspel