Flex: daar zit een luchtje aan (2)

De Volkskrant pakte vandaag goed uit met een artikel over de verwoestende effecten van het groeiend marktaandeel tijdelijke huurcontracten: ‘Het leven van flexhuurders staat stil: “kinderen krijgen stellen we maar uit”.’ Jammer genoeg vergat de redactie -zoals gebruikelijk- om terug te blikken op de totstandkoming van het wetsvoorstel Doorstroming Huurmarkt 2015 (parlementair dossier: hier) dat deze ellende mogelijk maakte.

huisvesting arbeidsmigranten, Noordwijkerhout, eigenaar Flexwonen.nu

Stef Blok, die onder Rutte-II de scepter zwaaide over de portefeuille wonen, had zich bij de start in 2012 voorgenomen om binnen vier jaar de volkshuisvesting te transformeren tot een woningmarkt. Sociale huur moest gereduceerd worden tot een vangnetvoorziening voor de armsten, de rest van Nederland zou in zijn huisvesting gaan voorzien via de geneugten van de markt. Zijn beoogde instrumentarium: een verhuurderheffing van €2 miljard/jaar, uitsluitend voor betaalbare huurwoningen; extra huurverhoging voor iedere huurder die niet straatarm was (‘goedkope scheefwoners’); verhoging van de maximale huren door deze in belangrijke mate te baseren op marktwaarde als koopwoning; vermindering van de rechtszekerheid door het mes te zetten in het huurcontract voor onbepaalde tijd.

Stef liet er geen gras over groeien: binnen vier maanden na aantreding van het VVD-PvdA-kabinet had hij een woningmarktakkoord gesloten met D66, Christenunie en SGP, waarmee hij het grootste deel van zijn verlanglijstje kon realiseren: ook in de Eerste Kamer was een meerderheid nu afgedekt.

Volgende stap: het door de Kamer jassen van de benodigde wetgeving. Hierbij is het van belang te weten dat wetgeving die fundamentele zaken regelt vrijwel altijd een doorloop heeft van 1-2 jaar. Soms nog veel langer, zoals de Omgevingswet die nu 9 jaar onderweg is naar de eindstreep. De reden van die lange doorlooptijd is dat Kamerleden zo te tijd krijgen om het voorstel goed te bestuderen en hun licht op te steken bij praktijkmensen, alvorens ze schriftelijke inbreng leveren en het kabinet stevig aan de tand voelen over de hoofdlijnen en de details. Het kabinet reageert daarop in de Nota naar aanleiding van het verslag.

flexwonen voor jongeren/studenten, Amsterdam Zuidoost, eigenaar Change=

Daarna volgt een periode waarin kamerleden amendementen (wijzigingsvoorstellen op de wet) kunnen maken. Er is vanuit de juridische hoek regelmatig kritiek op de kwaliteit van amendering -en terecht- maar de andere kant van de medaille is dat haastwerk en kwaliteit niet samengaan. Kamerleden kunnen gebruik maken van de ondersteuning door juristen van bureau wetgeving van de Tweede Kamer. De kleine staf van dat bureau kan voor specialistische ondersteuning beroep doen op wetgevingsjuristen van de minister. Dat geeft al een wat ongemakkelijk gevoel omdat je feitelijk gebruik maakt van de partij wiens voorstel je wilt veranderen. Maar onder tijdsdruk sta je met name als kamerlid uit de oppositie onderaan de prioriteitenlijst. In deze periode kan je als kamerlid ook moties voorbereiden. Dat zijn verzoeken aan het kabinet, dus geen letterlijke aanpassingen van de wet. De formulering komt dus juridisch wat minder nauw, maar het is toch wel prettig als ook moties goed doordacht zijn. En het beperken van de hoeveelheid amendementen en moties is gediend met voldoende tijd voor kamerleden om met collega’s van andere fracties te overleggen over gezamenlijke initiatieven.

De volgende stap in een belangrijk wetgevingstraject is meestal een wetgevingsoverleg: een commissiedebat waarin al amendementen en moties kunnen worden ingediend. Na het wetgevingsdebat heeft de bewindspersoon dan de mogelijkheid om een Nota van Wijziging in te dienen, waarin hij het wetsvoorstel aanpast en eventueel amendementen op voorhand overneemt. Tenslotte volgt dan een afrondend debat (plenair debat), vaak in drieën: eerste termijn Kamer, schorsing, eerste termijn Kabinet, en een of twee weken later de tweede termijn van Kamer en Kabinet. Die een of twee weken kunnen gebruikt worden om amendementen aan te passen of te combineren. Het Kabinet kan opnieuw met een Nota van Wijziging komen. En tenslotte wordt er gestemd.

huisvesting arbeidsmigranten, De Kwakel, eigenaar Flexwonen.nu

Ik hoop hiermee duidelijk gemaakt te hebben dat zorgvuldige wetgeving tijd kost, meestal dus 1-2 jaar, inclusief de behandeling door de Eerste Kamer waar ik hier niet op in ga.

Bij de Wet doorstroming huurmarkt 2015 was de doorlooptijd 1,5 maand…. Inclusief twee weken kerstreces. Voor de schriftelijk inbreng kreeg de Kamer 6 dagen, de Nota naar Aanleiding van het Verslag plofte een week later in het postvak, twee weken later gevolgd door een plenair debat (nee: wetgevingsoverleg slaan we over).

Nog een week later: stemmen. Behalve de ondertekenaars van het woningmarktakkoord (VVD, PvdA, D66, Christenunie en SGP) stemden ook CDA, 50Plus, en de leden Kuzu en Öztürk (inmiddels Denk) vóór het wetsvoorstel. SP, PVV en GroenLinks stemden tegen. De Partij van de Dieren stemde per ongeluk voor, maar gaf na de stemming aan geacht te willen worden tegengestemd te hebben. De motivatie van PVV om tegen te stemmen was overigens een geheel andere dan bij SP, GroenLinks en PvdD: de fractie had al bij de schriftelijke inbreng aangegeven de wet niet te zullen steunen als deze niet ook een eind zou maken aan de voorrang voor statushouders bij de toewijzing van sociale huurwoningen.

De stoom-en-kokend-water-wetgeving was bij Stef Blok geen uitzondering, maar regel. Hij had zijn meerderheid vooraf in een achterkamer geregeld. De brave woordvoerders van de partijen die het woningmarktakkoord getekend hadden kregen nog wat visjes in de vorm van voorgebakken amendementen toegeworpen en voor de rest moest de Kamer niet zeuren. Ik vind het nog steeds schokkend dat een meerderheid van ons parlement deze schoffering en ondermijning van de volksvertegenwoordiging geslikt heeft.

OK, tot zover de historische beschouwing. Mocht je nu denken: wat is er precies inhoudelijk mis met tijdelijke huurcontracten (en flexwoningen) in een vrije woningmarkt, lees dan het artikel Flex: daar zit een luchtje aan , dat ik in mei 2020 schreef voor Huurpeil, een uitgave van de Woonbond.

25 jaar na dato: de boete op huisjesmelkers komt er

Tijdens de algemene beschouwingen van 19 september 2019 diende CDA-fractievoorzitter Pieter Heerma, mede namens zijn PvdA-collega Asscher, een motie in om “… te bezien of en op welke wijze gemeenten voor verhuurders die doelbewust te hoge huren in de gereguleerde woningvoorraad vragen stevige (bestuurlijke) boetes kunnen opleggen” (35300-22). De motie werd -met algemene stemmen!- aangenomen.

als wethouder in Utrecht trad ik actief op tegen huisjesmelkers, maar de effectiviteit van gemeentelijk beleid is sterk afhankelijk van het wettelijk instrumentarium

In februari van dit jaar liet minister Ollongren de Kamer weten (27926-337) dat zij werkt aan een wetsvoorstel waarin de motie Heerma-Asscher verwerkt is. In hetzelfde wetsvoorstel zal de mogelijkheid voor gemeenten om een vergunningplicht voor verhuurders in te voeren worden verankerd. Door de val van het kabinet Rutte-III en de formatieperikelen gaat het ongetwijfeld nog wel even duren eer de wet in het Staatsblad staat. Maar de kogel is door de kerk.

De motie Heerma-Asscher is een treffende illustratie van de lange adem die er nodig is om wetgeving te regelen, waarvan de logica voor gewone stervelingen buiten de Tweede Kamer zonneklaar is.

Ter illustratie mijn inbreng bij een algemeen overleg van de commissie wonen van de Tweede Kamer op 4 september 2008 (27926-128):

“De heer Jansen (SP): Voorzitter. Laat ik maar beginnen met het punt waarmee ik bij een vorig debat over dit onderwerp ben geëindigd. Hoe is het mogelijk dat huisjesmelkers keer op keer huren kunnen vragen boven het wettelijk maximum, en er hooguit met een standje van afkomen als zij tegen de lamp lopen? Zoiets zou toch strafbaar moeten zijn? Dit staat haaks op het rechtsgevoel van heel hard werkend en studerend Nederland, maar de ministers voor WWI en van Justitie verstoppen zich achter het contractrecht. Volgens hen heeft iedereen het recht om te veel te betalen. Ik heb weinig hoop dat ik de ministers zonder duidelijke uitspraken van de Kamer in beweging kan krijgen; daarvoor hebben wij het al té vaak geprobeerd. De fracties van de Partij van de Arbeid en GroenLinks waren het al eerder met ons eens, maar hoe zit het met de andere fracties, bijvoorbeeld die van het CDA? Die kunnen dit toch ook niet accepteren?

Het gaat niet om een uitzondering; op de particuliere kamermarkt is het eerder regel. Het recente onderzoek Huur niet te duur! van SSH Utrecht laat zien dat voor het aanbod van alle commerciële internetbemiddelaars in 86% van de gevallen huren boven het wettelijk maximum gevraagd worden. In bijna de helft van het aanbod is de vraagprijs zelfs meer dan € 100 boven het wettelijk maximum. Daarom stelt de SP-fractie het volgende voor: waarom komt er geen landelijke vergunningplicht voor kamerbemiddelaars, die gekoppeld is aan de verplichting voor de bemiddelaar om vooraf te controleren of de vraagprijs onder het wettelijk maximum ligt? In het verleden ging er van de lokale verordeningen nog enige preventieve werking uit op de kamerbemiddeling, maar inmiddels is het via internet kinderspel om regels van gemeenten die kamerzoekenden proberen te beschermen, te omzeilen. De minister kan de oplossing van dit probleem dus niet aan de gemeenten overlaten. Zij zal zelf actie moeten ondernemen.” einde citaat. Wat was de reactie van de minister?

“Minister Vogelaar: Ik zeg toe dat ik mij zal verdiepen in de vraag van de heer Jansen over een landelijke vergunningplicht. Ik heb er geen zicht op of er een brancheorganisatie is van kamerbemiddelingsbureaus. Mijn voorkeur gaat uit naar de route waarbij een brancheorganisatie dat soort van initiatieven neemt en wij niet in eerste instantie met een wettelijke verplichting komen.

De heer Jansen rekende eigenlijk al niet op een antwoord over de bovenwettelijke huren. Hij weet wat mijn antwoord is, namelijk dat ik ben voor de route via de Huurcommissie. Dat hoef ik niet te herhalen.” Einde citaat.

Bij datzelfde overleg deed de SP trouwens nog vijf andere voorstellen:

  • gezamenlijke procedure voor de  huurcommissie: waar blijft die? (minister: je kan met een gezamenlijke gevolmachtigde werken; PJ: dan houd je de bureaucratie en de kosten van vele parallelle procedures)
  • Preventieve toets op bovenwettelijke huur bij particuliere huurwoningen (minister: je kan achteraf, na het tekenen van het huurcontract, door de huurcommissie laten toetsen; PJ: dan blijven huisjesmelkers het proberen, de pakkans is klein en de sanctie ontbreekt)
  • Openbaar maken WOZ-waarde (SUCCES: daar was de minister positief over en dat is inmiddels gerealiseerd)
  • Vergunningplicht makelaars-taxateurs
  • Cijfers over kamernood onder studenten weer opnemen in jaarstukken WWI.

Twee maanden later trad Vogelaar af, ze werd opgevolgd door Van der Laan, die op zijn beurt in februari 2010 het veld ruimde toen het kabinet Balkenende IV viel. Daarna paste Eimert van Middelkoop tot oktober 2010 (start Rutte-I) op de winkel. Dit soort personele wisselingen helpt ook niet echt om tempo te maken…

Onder Rutte-I werd het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu afgeschaft. Wonen werd erbij gedaan door de minister van BZK: Piet Hein Donner. De eerste keer om het met hem te hebben over huisjesmelkers deed zich voor bij het commissiedebat wonen op 31 maart 2011 (27926-155).

“De heer Paulus Jansen (SP): Voorzitter. Overal waar sprake is van schaarste, zijn mensen te vinden die daarvan misbruik maken. Mijn collega’s hebben dan ook terecht het nodige gezegd over de misstanden in de grote steden. (…) Ik spreek de minister van Wonen er dan ook op aan dat hij het tot zijn taak moet rekenen om daarvoor een oplossing te vinden met de gemeenten en de woningcorporaties. (…) Wat ik nu ga zeggen is dan ook een beetje een herhaling van zetten, want mijn opmerkingen zijn de evergreens van het SP-gedachtegoed. Het zijn voorstellen die de afgelopen twintig jaar zeker vijftien keer de revue zijn gepasseerd.
De voorzitter: Je kunt ze dan natuurlijk ook overslaan!
De heer Paulus Jansen (SP): Voorzitter, dat doe ik niet. Dat doe ik namelijk pas als die voorstellen gerealiseerd zijn. Tot die tijd kom ik er echt elke keer weer op terug. Ik doe dat overigens ook omdat ik hoor dat andere partijen, bijvoorbeeld de LSVb, het ook nuttige maatregelen vinden.

1 Een landelijke vergunningplicht voor woning- en kamerbemiddeling.
Daarover zei de voorganger van de minister, de huidige burgemeester van Amsterdam, dat het niet nodig is en dat de gemeenten het zelf wel kunnen doen. Het probleem is echter juist dat veel kamerbemiddelingsbureaus landelijk via internet opereren. Het is daarom veel efficiënter om daaraan op landelijk niveau regels te stellen. Vandaar dat ik het waag om dit pleidooi te herhalen. Ik hoop op een milde reactie van de minister.

2 Het strafbaar stellen van recidive door verhuurders die consequent een te hoge huur vragen. Er zijn andere mogelijkheden overwogen, maar de SP-fractie vindt nog steeds dat de overheid hoort te beschikken over de helderste sanctie: strafbaarstelling. Ook die mevrouw die vandaag een prijs voor huisjesmelker van het jaar heeft ontvangen, vraagt huren die € 150 tot € 250 boven het wettelijke niveau liggen. De redenering van de vorige minister van Justitie was altijd: Nederland kent contractvrijheid. Dat moge zo zijn, maar hier is geen sprake van een redelijke verhouding tussen aanbieder en vrager. Als er geen gelijk speelveld is, moeten partijen die bij herhaling schandalig hoge huren
vragen, strafbaar kunnen worden gesteld.

3 Huurteams. Het is waar dat gemeenten die hiermee werken, Amsterdam en Utrecht, redelijk succesvol zijn. Het is echter afhankelijk van de gemeente of men daarmee werkt en dat betekent dat sprake is van rechtsongelijkheid tussen kamerhuurders in de ene en de andere studentenstad. En dan heb ik het nog niet eens over plaatsen zoals Zundert. Ik vraag mij echt af of wij niet zouden moeten kiezen voor een landelijke minimumnorm.” Einde citaat.

Minister Donner reageerde voor zijn doen niet al te onwelwillend, maar waarschuwde tegelijk voor allerlei uitvoeringsproblemen en “disproportionaliteit”. Drie maanden later vertrok hij op zijn beurt om vice-president van de Raad van State te worden. Liesbeth Spies volgde hem op, tot in mei 2012 Rutte-I ten val kwam door het wegvallen van de gedoogsteun van de VVD. Daarna werd Stef Blok onder Rutte-II de chef wonen, die een aantal wetswijzigingen door de kamer jaste die de huisjesmelkers juist nóg meer ruimte bieden: tijdelijke huurcontracten, hogere maximale huren en marginalisering van de sociale verhuurders door de verhuurderheffing.

Het schoot dus niet op met onze voorstellen. Gebeurde er helemaal niets? Nou dat ook weer niet: als huisbazen bij herhaling bovenwettelijke huren vragen gaan de leges bij zaken voor de commissie omhoog van €300 naar €700 en vervolgens naar €1400. Dat heeft enig afschrikkend effect op de kleine krabbelaars. Maar de professionele huisjesmelkers harken maandelijks een extra winst binnen die honderden keren zo hoog is als de bedragen die ze -af en toe- aan de Huurcommissie moeten betalen.

Nu worden de vergunningplicht en de bestuurlijke boete (daarvoor is gekozen in plaats van strafbaarstelling) alsnog wettelijk verankerd. Een overwinning voor de SP en een compliment voor mijn voorganger Remi Poppe. Want pleitte vanaf eind jaren negentig voor dit soort maatregelen, om de parasieten van de woningmarkt de voet dwars te zetten.

Baten slimme meter gedaald. Maar Kamp wil tempo maken.

De “kleinschalige” uitrol van de slimme meter -nou ja: een half miljoen stuks- heeft tot nu toe in de verste verte niet de voorspelde effecten op de energiebesparing opgeleverd. Ook wordt de schakelfunctie van de meter geschrapt, wat de beoogde efficiencyvoordelen (op afstand aan- en afsluiten) grotendeels te niet doet. Toch wil minister Kamp haast maken en nu starten met de grootschalige uitrol. Dat is volgens mij niet erg logisch.

Donderdag kan de Kamer schriftelijke inbreng leveren op het grootschalige-uitrol-voorstel van Kamp.
Lees hier mijn inbreng namens de SP-fractie: EN 20140414 INB 29023 slimme meter

fundamentele herziening bouwbesluit, privatisering handhaving

Vanmiddag debatteerde de commissie Wonen/Rijksdienst met minister Blok over de modernisering van de bouwregelgeving. De belangrijkste thema’s zijn de invoering van een nieuwe manier van toetsen bij eenvoudige bouwprojecten, de privatisering van het toezicht en anderzijds het aanscherpen van de aansprakelijkheid van de aannemer voor verborgen gebreken en/of de invoering van een wettelijk verplichte verzekerde garantie.

Lees hier mijn inbreng bij het debat van vanmiddag: BT 20140327 AO fundamentele herziening Bouwbesluit DEF

amendementen huisvestingswet – Rotterdamwet – huisjesmelkerswet

Afgelopen maandag was er een groot wetgevingsdebat over drie wetsvoorstellen inzake woonruimteverdeling en het aanpakken van huisjesmelkerij. Mijn inbreng vind je hier. Bij het debat heb ik ook een groot aantal wijzigingsvoorstellen gedaan, die ik hieronder kort toelicht.


Eerste huurdersdemonstratie uit de historie van Veenendaal. De wereld wordt niet veranderd in Den Haag maar daarbuiten.
Lees verder amendementen huisvestingswet – Rotterdamwet – huisjesmelkerswet

wet bijmengen biobrandstof aangepast. waakzaamheid gewenst.

Vandaag kan de Kamer schriftelijke inbreng leveren op een wijziging van de wet milieubeheer in verband met de bijmengverplichting van biobrandstoffen (33834). Daar wordt een papieren werkelijkheid gecreëerd die niets uitstaande heeft met de realiteit. Alle reden voor grote waakzaamheid!

Lees hier mijn inbreng: I&M 20140212 SI 33834

Stef Blok moderniseert en vereenvoudigt

Als minister Blok zegt dat hij wetgeving wil moderniseren en vereenvoudigen is dat reden voor extra alertheid. Dat was dus het parool bij het afsluitend debat over het wetsvoorstel 33698 Wijziging Boek 7 Burgerlijk Wetboek en Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte ivm modernisering en vereenvoudiging van de werkwijze van de huurcommissie.


De minister: mensen maak je nou niet druk over drie eurootjes per maand!

Lees verder Stef Blok moderniseert en vereenvoudigt

Rotterdamwet verbreed & verlengd

Vanmiddag leverde de Kamer schriftelijke inbreng op de Wet uitbreiding wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek, beter bekend als de Rotterdamwet. Dat was een nogal opportunistisch staaltje wetgeving. Brengt de wijziging daar verbetering in? Nou nee.

Lees verder Rotterdamwet verbreed & verlengd