In de periode dat ik directeur was van de Woonbond is -analoog aan de lokale prestatieafspraken- een begin gemaakt met Nationale Prestatie Afspraken tussen Rijk, corporaties en huurders. Die gaan met name over betaalbaarheid, nieuwbouw, onderhoud-renovatie en verduurzaming. Allemaal zaken die geld kosten, vaak met een onrendabele kop. In het grijze verleden (tot 1990) werd een deel van die onrendabele top gedekt door subsidies en goedkope leningen van het Rijk. In de periode 1990-2020 werden investeringen vooral gedekt door de verkoop van woningen en huurverhoging. De omvang van het corporatiebezit daalde terwijl de woningvoorraad groeide: zie hier de oorzaak van de woningnood. In de tien jaar na de invoering van de verhuurderheffing door minister Blok kelderden de investeringen. Inmiddels is de verhuurderheffing afgeschaft en zijn de ambities in de NPA torenhoog opgeschroefd. Maar wie gaan die betalen?








