Rond 2010 was het uitbesteden van projectontwikkeling en investeringen voor grote overheidsprojecten helemaal sexy: de toenmalige PvdA-voorman en minister van Financiën Wouter Bos was er dol op. De favoriete constructie was DBFMO: Design-Build-Finance-Maintain-Operate. Sorry: alles gaat in het Engels in dat wereldje. In normaal Nederlands komt het erop neer dat het ontwerp, de bouw, de financiering, het onderhoud en de bedrijfsvoering over een flinke looptijd (meestal 20 tot 30 jaar) uitbesteed wordt bij een private partij. De overheid betaalt in de vorm van een vaste, al dan niet geindexeerde vergoeding per jaar of een bedrag dat afhankelijk is van de geleverde prestatie. Je zou het kunnen vergelijken met private lease van een auto. Is zo’n constructie handig voor grote publieke projecten als infrastructuur, waterzuiveringen of kantoorgebouwen? Vijftien jaar later valt dat tegen.








