Mooie & veilige fiets- en wandelroutes: onbetaalbaar

Ik ben net terug van 1500km fietsen (en 50km wandelen) langs de Bretonse kust (Velomaritime/ Eurovelo4, veloroute Littoral en wat verbindingsroutes door het binnenland). Een vakantiebesteding die ik iedereen kan aanraden, want fietsend en wandelend ervaar je het landschap oneindig veel beter dan vanuit de auto. En hoewel het bepaald niet droog bleef en de temperatuur maar niet tot zomerse hoogte wilde stijgen stond dat een mooie vakantie niet in de weg.

De veloroute Littoral kronkelt langs de zuid- en westkust van Bretagne

Omdat ik voorzitter ben van het Fietsplatform (in Nederland de landelijk beheerder van het Fietsknooppuntennetwerk en de LF-routes) kijk ik in het buitenland met extra belangstelling naar de problemen die onze zusterorganisaties daar tegenkomen bij het ontwikkelen van routes en de oplossingen (soms “oplossingen”) die bedacht worden voor die problemen. Veel van die problemen hebben te maken met onnadenkendheid en opportunisme van overheden in de omgang met de publieke ruimte: met name slecht ruimtelijk en mobiliteitsbeleid en de verkoop van gronden die achteraf cruciaal blijken bij de ontwikkeling van fiets- en wandelnetwerken. Maar ook als een route er al was geldt vaak het recht van de sterkste: bij de aanleg van die autoweg of dat bedrijventerrein komen de belangenbehartigers van fietser en wandelaar vaak pas in beeld als de kaarten al geschud zijn.

Eerst het goede nieuws: in Frankrijk is de afgelopen 25 jaar door regionale overheden -vaak met Europese subsidie- flink geïnvesteerd in verkeersvrije recreatieve fietsroutes die gebruik maken van jaagpaden langs kanaaltjes en voormalige spoortracées: de voies vertes. Frankrijk had natuurlijk al een groot netwerk van rustige binnenwegen, maar daar moet je vaak flink klimmen. De voies vertes mikken op de senioren of het gezin met kinderen die het wat rustiger aan willen doen en veel belang hechten aan een (verkeers)veilige route.

De fietsroute Velodyssee loopt in Bretagne voor bijna 100% over voies vertes, hier over het jaagpad langs het kanaal van Nantes naar Brest bij Josselin
de Veloroute Maritime maakt bij Lermeleu gebruik van het tracé van een oude lokaalspoorlijn, inclusief een aantal gerestaureerde viaducten

Het is dan wel zaak om de jaagpaden van oude kanalen en voormalige spoorlijnen in publiek bezit te houden en de route planologisch te beschermen. Of op zijn minst een recht van overpad te vestigen bij verkoop.

Omlopen langs de GR34 op het Ile de Groix wegens verkoop grond zonder regeling recht van overpad

Doe je dat niet dan zal de private partij die de grond koopt in no-time een hek of schutting plaatsen -of erger nog de route bebouwen – waarna de fietser en de wandelaar het nakijken hebben.

schitterende fietsroute langs het riviertje de Vire, ruw onderbroken na de verkoop van een voormalige watermolen. Fietsers moeten na een klim van 15% een kilometer omfietsen.

Kleine gemeenten in het landelijk gebied van Frankrijk hebben vaak niet de kennis en kracht om strategisch ruimtelijk beleid te voeren. Ze staan vaak ook onder druk van lokale bedrijven en particulieren die “iets willen”. Als dat je buurman is zeg je niet zo snel nee.

In Nederland werkt dat niet anders. Het is dus hard nodig dat Rijk en provincies wat meer kaders gaan stellen aan ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied. Liefst in samenhang met een duurzamer beleid op het gebied van landbouw, mobiliteit, waterveiligheid en toerisme/recreatie.

Zie ook:

Groen; onderschatte kwaliteitsfactor bij fietsroutes

Het nieuwe 30: buiten de stad

Bijdrage Nationaal Fietscongres: maak fietsen ook buiten de stad aantrekkelijker!

Groen: onderschatte kwaliteitsfactor bij fietsroutes

De afgelopen decennia is er veel energie gestoken in het veiliger, sneller en comfortabel maken van fietsroutes: brede, gescheiden paden, glad wegoppervlak, steeds vaker ook tunnels of bruggen om drukke wegen of spoorlijnen te kruisen. Dat is prima als je zo snel mogelijk van A naar B wil. Maar de meeste fietsers willen ook een beetje aangenaam van A naar B. Dan helpt een groene inbedding enorm.

Bomenrijen, houtwallen en heggen kunnen bij stevige wind voor luwte zorgen, bij zon voor schaduw en bij regen voor enige beschutting. Ze versterken ook het buiten-gevoel van de fietser. In bebouwd gebied kan een strook van 10 meter groen aan weerszijden van een fietsroute al een grote impuls geven aan de kwaliteit. Omgekeerd wordt een stenige route, zeker als die gebundeld is met een drukke autoroute, meestal ervaren als lawaaierig en stoffig: onaangenaam.

Hoogwaardige groene invulling van een 7 meter brede strook tussen een hoofdfietsroute en een geluidsscherm langs de drukste spoorlijn van Nederland (Utrecht Majella)

Een jaar of tien geleden werd bij een onderzoek vastgesteld dat utilitaire (“nuttige”) fietsers bereid waren 10-20% om te fietsen langs een aangenamer route naar hun bestemming. En voor recreatieve fietsers is een aangename route sowieso een harde voorwaarde om op de fiets te stappen.

Laten we eens wat voorbeelden bekijken. De gemeente Houten heeft in het verleden al veel aandacht besteed aan een groene inrichting van zijn fietsroutes in de bebouwde kom. De hoofdroutes zijn ook grotendeels vrijliggend, dus niet parallel aan een drukke verkeersweg.

Mooi ingepaste fietsroute (Smalspoor, Houten)

Afgelopen winter is er ook een beplantingsoffensief ingezet langs fietspaden buiten de bebouwde kom, zoals de Schalkwijkseweg, de Groeneweg en de Oud Wulfseweg. Soms tussen een (drukke) rijbaan en een fietspad, maar vaker gewoon om de vrijliggende fietsroute nog wat aantrekkelijker te maken. Dat soort visie zou je ook graag bij andere overheden wat vaker tegenkomen.

Overheden zouden niet alleen moeten investeren in nieuwe laanbeplanting, maar ook zuiniger zijn op bestaand groen. Langs vele wegen zijn in de loop van de jaren bomen gesneuveld bij ongelukken, voor het aanleggen van inritten of door preventief omzagen wegens gevaar voor omvallen. Daardoor hebben veel buitenwegen iets weg van een gebit waarin de nodige gaten gevallen zijn.

De laanbeplanting langs de Boven Slinge bij Aalten -in beheer bij het waterschap?- heeft in de loop van de jaren steeds meer averij opgelopen
Goed voorbeeld van een heg als natuurlijke afscheiding van een zandweg en een fietspad, hier langs de LF4 bij Haaksbergen

Wat mij betreft moet er daarom een herplantplicht worden ingevoerd voor overheden bij de kap van bomen. Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen moeten het goede voorbeeld geven bij het behoud van de schaarse natuur in ons land.

De grootste aanslagen op onze natuur worden echter gepleegd op privaat land: veel coulissenlandschappen zijn in de loop van de jaren aangetast of verdwenen door schaalvergroting in de landbouw. Daar kwamen monoculturen voor in de plaats. Slechts 3% van de agrarische gronden zijn in gebruik voor biologische landbouw. Daarmee scoort NL als een na slechtste van de West-Europese landen (Trouw, 7 mei 2021). Hierdoor is de biodiversiteit in stedelijk gebied tegenwoordig groter dan in agrarische landschappen.

Herstel van het maasheggen landschap in de omgeving van Boxmeer. Aan de Limburgse kant van de Maas en noordelijker in Brabant is dit coulissenlandschap zo goed als verdwenen.

Als onderdeel van het stikstofbeleid wil het kabinet het budget voor natuurontwikkeling verhogen. Dat is mooi voor Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer en de Provinciale Landschappen. Maar nóg mooier zou het zijn als er een sluitende regeling komt voor het verduurzamen van onze landbouw. In Denemarken moeten boeren minstens 5% van hun grond gebruiken voor natuur: houtwallen, slootranden e.d. Dat lijkt me een simpele, goed te handhaven regel voor agrarische gronden.

Natuur is mooi, maar natte natuur is nog mooier. De meest unieke natuurgebieden van Nederland, zoals de Wadden en de Biesbosch, zijn onlosmakelijk met het water verbonden. Natuurontwikkeling in het kader van Ruimte voor de Rivier is het meest succesvolle natuurprogramma van de laatste decennia geweest. Groenblauwe natuur is ook zeer aantrekkelijk voor de fietser en wandelaar. Het Fietsplatform pleit er daarom voor om langs waterwegen aan één kant prioriteit te geven aan het langzaam verkeer, door het weren van doorgaand verkeer en grootschalige autobestemmingen.

Hoog water langs de Nederrijn bij Wageningen

Op 17 juni presenteert het Fietsplatform tijdens het Nationaal Fietscongres een integraal plan om fietsen buiten de bebouwde kom weer aantrekkelijker te maken. Het vergroenen van routes, natuurontwikkeling en een duurzamer landbouw zijn groene hoekstenen van het plan, dat daarnaast voorstellen doet op het terrein van ruimtelijke ordening, infrastructuur, openbaar vervoer, verkeersregels, toeristisch/recreatief beleid en handhaving.

Het nieuwe 30: buiten de stad

Steeds vaker klinken pleidooien voor 30km/uur als nieuwe maximumsnelheid in de steden, meestal met uitzondering van het stedelijke en regionale hoofdwegennet. De gedachte is dat op de haarvaten van het wegennet de fietser meer ruimte moet krijgen en zich daarbij ook veilig moet voelen. Bij het komende Nationaal Fietscongres op 17 juni ga ik in een workshop van het Landelijk Fietsplatform bepleiten om ook buiten de steden op alle binnenwegen die onderdeel zijn van het landelijke fietsknooppuntennetwerk 30km/uur MAX in te voeren.

Zuiderzeeroute vlakbij Volendam: >60km/u

Bij het verlagen van de maximumsnelheid hoort ook een andere inrichting: tijdens het Fietscongres 2019 gaven Rico Andriesse en Hans Godefrooij een presentatie van de mogelijkheden om (o/m) door middel van herprofilering, harde en zachte knippen en het vervangen van verharding door groen de natuurlijke snelheid op een route te verlagen. In de steden is inmiddels veel ervaring opgedaan met de effectiviteit van dergelijke maatregelen.

Merkwaardig genoeg wordt er buiten de stad nog nauwelijks gebruik gemaakt van de opgedane kennis. Terwijl daar de druk van gemotoriseerd verkeer op de kleine binnenwegen zienderogen toeneemt. Ook op kleine wegen met meerijdend autoverkeer die onderdeel zijn van het fietsknooppuntennetwerk mag met uitzondering van wat dorpskernen vrijwel overal harder dan 30km/uur en op sommige plekken zelfs harder dan 60km/uur gereden worden.

internationale Maasroute: 30km/u binnen de dorpskom, daarbuiten 60km/u

Dat is zeker voor ouderen en huishoudens met kinderen ronduit gevaarlijk, maar voor álle fietsers een stevige aanslag op hun goede humeur. Tijdens een workshop op 17 juni zal ik met voorbeelden laten zien dat de strategieën die in de stad prima werken ook buiten de stad prima bruikbaar zijn. Het enige dat nodig is, is wat bestuurlijk lef en samenwerking tussen gemeenten en provincies. Hoe moeilijk kan het zijn?

60km/u op de LF9 ten zuiden van Meerkerk, die hier over een drie meter brede binnenweg loopt langs de oostoever van het Merwedekanaal. De hoofdweg loopt aan de westzijde van het kanaal. Tijdens de ochtend- en avondspits maken ca. 50 auto’s/uur gebruik van deze sluiproute.

Bijdrage Nationaal Fietscongres: maak fietsen ook buiten de stad aantrekkelijker!

Al mijn hele leven ben ik een enthousiast fietser en wandelaar. Door de week voor de nuttige verplaatsingen, in het weekend en de vakanties voor de lol. Het is voor mij de ideale manier om van natuur en cultuur te genieten, je hoofd leeg te maken en de conditie op peil te houden. Daarom hoefde ik niet lang na te denken toen ik vijf jaar geleden gevraagd werd om bestuursvoorzitter van het Landelijk Fietsplatform te worden.

De stichting Landelijk Fietsplatform is de motor achter de uitrol, kwaliteitsverbetering en marketing van het fietsknooppuntennetwerk en de LF-routes. De drie partijen achter de stichting zijn de ANWB, Fietserbond en de NTFU (recreatieve wielrenners en ATB-ers). We werken samen met lokale en regionale overheden en toeristisch-recreatieve organisaties, met een kleine staf van professionals, geholpen door veel vrijwilligers .

Het ontwikkelen van fietsnetwerken is nooit “af”, per jaar veranderen er duizenden details. Daarnaast vinden er regelmatig ook grotere aanpassingen plaats, zoals de ombouw van de LF-routes naar Icoonroutes met een thematisch karakter. De basisfunctionaliteit van de routenetwerken staat inmiddels als een huis: het systeem van bewegwijzering is simpel te begrijpen, alle routes zijn via de meertalige website NederlandFietsland te vinden en te downloaden, je kan onderweg terecht bij Fietsers Welkom horeca, met extra service aan de fietsende recreant.

Tijdens het Nationaal Fietscongres op 17 juni willen we een volgende stap zetten in de ontwikkeling van de recreatieve fietsnetwerken: we willen het fietsen zélf nog aantrekkelijker maken. Door het verhogen van de ruimtelijke kwaliteit en het terugdringen van gemotoriseerd verkeer op fietsroutes. Door kleine veerpontjes niet alleen in de zomermaanden, maar daarbuiten ook in de weekends te laten varen. Door het toevoegen van groen. Met betere openbaar vervoer faciliteiten voor de recreatieve fietser. Veel van deze voorstellen zijn de afgelopen 25 jaar in de steden al succesvol beproefd, met een groei van het aandeel fietsers tot gevolg.

In de randgemeenten en op het platteland is de ontwikkeling vaak omgekeerd. Daar neemt het aandeel fietsen juist af: door de schaalvergroting van voorzieningen, door het klakkeloos faciliteren van de auto ten koste van de fietser, door ruimtelijke verrommeling . Per saldo pakken daardoor meer mensen de auto en trekken zowel de utilitaire als de recreatieve fietsers aan het kortste eind. Met samenhangend beleid kan de weg naar boven weer worden ingeslagen.

Een greep uit onze voorstellen: bij wegen langs water aan één zijde prioriteit voor fietsers (en wandelaars!); 30km regime op binnenwegen die deel uitmaken van het fietsnetwerk; fiets gemakkelijker en goedkoper mee in (sprinter)trein en bus; beplantingsprogramma langs fietsroutes. Cruciaal is een integrale benadering. Zorg dat maatregelen rondom ruimtelijk beleid, mobiliteit, landschap, sport/bewegen, toerisme/recreatie en handhaving in samenhang worden ingevoerd.

Interesse om de workshop van het Fietsplatform tijdens het Nationaal Fietscongres te volgen? Meld je dan hier aan. Helaas vormt het inschrijfgeld van €145 ex BTW een stevige drempel voor niet-professionals. Ik zal er daarom voor zorgen dat de presentatie na 17 juni ook online te bekijken is.

Initiatiefnota Een stap vooruit gepresenteerd

Vanmiddag presenteer ik samen met Duco Hoogland (PvdA) en Sander de Rouwe onze initiatiefnota Een Stap Vooruit, tijdens het congres ‘Nederland fietsland: fictie of feit?’ in de RAI. De nota bevat 39 voorstellen om de voorzieningen voor de recreatieve wandelaar en fietser in Nederland te verbeteren en de economische opbrengsten van wandel- en fietstoerisme te verhogen. De nota wordt vandaag ook ingediend bij de voorzitter van de Tweede Kamer en naar verwachting in de loop van dit jaar afgehandeld.


de Hollandse Kade langs het Tienhovens kanaal, onderdeel van het Marskramerpad (LAW3)

Lees verder Initiatiefnota Een stap vooruit gepresenteerd

wandelaars knokken voor behoud overwegen

Een tijd terug stelde ik samen met Carla Dik-Faber (CU) schriftelijke vragen over de plannen van ProRail om de spoorwegovergangen Laantje van Alverna en Laantje van Leyduin ten zuiden van Heemstede te sluiten. Wandelaars en fietsers uit Heemstede zijn verontwaardigd over dat plan. Vrijdag ging ik ter plekke kijken.


de spoorovergang bij het Laantje van Alverna is een schakel in een aantrekkelijke wandelroute tussen Heemstede en de “waterleidingduinen” van Waternet.

Lees verder wandelaars knokken voor behoud overwegen

Kamerleden in debat op Fiets en Wandelbeurs

(persbericht Fiets- en wandelbeurs, 17 februari 2014)

Nederland heeft een enorm potentieel aan wandel- en fietsmogelijkheden, dat nog lang niet optimaal benut wordt. De Tweede Kamerleden Paulus Jansen (SP), Duco Hoogland (PvdA) en Sander de Rouwe (CDA) willen daar iets aan doen. Op 4 maart a.s. presenteren zij tijdens een vakcongres hun initiatiefnota ‘Een stap vooruit’, waarin veertig voorstellen staan om onder andere de kwaliteit van fiets- en wandelroutes te verbeteren, betere combinaties te maken met het openbaar vervoer en Nederland internationaal op de kaart te zetten als fiets- en wandelland.

(persbericht Fiets- en wandelbeurs, 17 februari 2014)
medewerkers van Wandelnet op de vrijwilligersdag in oktober 2013.

Lees verder Kamerleden in debat op Fiets en Wandelbeurs

fiets in trein

Onlangs stelde ik samen met Duco Hoogland (PvdA) en Sander de Rouwe (CDA) schriftelijke vragen over het meenemen van de fiets in grensoverschrijdende treinen, zoals de Fyra en de Thalys. Wij informeerden waarom de fiets wèl meemag in de Franse TGV, maar niet in de Thalys en de Fyra. Volgens de staatssecretaris kan de fiets wèl mee, mits het voorwiel verwijderd wordt en de fiets verpakt wordt als handbagage in een speciale hoes. Puur ontmoedigingsbeleid. De staatssecretaris vergist zich echter als zij stelt dat de fiets ook in de TGV slechts meemag als handbagage.

Lees verder fiets in trein

Laantje van Alverna moet openblijven

Carla Dik-Faber (ChristenUnie) heeft gisteren mede namens mij schriftelijke vragen gesteld over het voornemen van ProRail om een spoorovergang in de gemeente Heemstede (in de volksmond: Laantje van Alverna) te sluiten. De overweg is een schakel in een populaire wandel- en fietsroute richting het duingebied. Sluiting zou voor recreanten een flinke omweg betekenen.


begin september voerder ProRail samen met Wandelnet en de Fietsersbond een schouw uit bij de overweg

Lees verder Laantje van Alverna moet openblijven

Vrijwilligersdag Wandelnet

Gisteren organiseerde Wandelnet zijn jaarlijkse vrijwilligersdag, in villa Sonsbeek in het gelijknamige park in Arnhem. Tijdens twee workshops gaf ik een toelichting op het wandel- en fietsplan Een stap vooruit, dat ik in juni samen met Duco Hoogland (PvdA) en Sander de Rouwe (CDA) presenteerde. Ik keerde met een groot aantal suggesties naar huis terug.


het actieve kader van Wandelnet voor villa Sonsbeek

Lees verder Vrijwilligersdag Wandelnet