De rijksweg die te dicht bij de stad lag

In de jaren dertig nam het autoverkeer snel toe. Verkeer tussen Den Haag/Rotterdam en Amersfoort/Hilversum reed nog door de binnenstad van Utrecht. Dat werd onhoudbaar. In het rijkswegenplan 1932 werd daarom een nieuwe autoweg Utrecht-Hilversum opgenomen, met aansluiting op autowegen vanuit Amsterdam naar het oosten en noorden. De aanleg van het eerste deel van Rijksweg 22 (vanaf de A12 naar de Berenkuil) begon in 1937, de oplevering volgde in 1942.

Hij was state-of-the-art: 2×2 stroken, viaducten over de spoorlijnen naar Den Bosch/Arnhem en alle kruisende wegen, met als eindpunt de Berenkuil-rotonde inclusief ongelijkvloerse kruisingen voor de fietser. Toch valt er iets op: Rijksweg 22 ligt al bij oplevering tegen de bestaande bebouwing van de stad aan. Berlage en Holsboer hadden in hun uitbreidingsplan 1924 de nieuwe autoweg naar het Noorden verder van de stad af gesitueerd, min of meer op de plek van de huidige A27. Vermoedelijk was de nieuwe ligging het gevolg van misplaatste zuinigheid van het Rijk. Of een onderschatting van de barrièrewerking, overlast en gezondheidseffecten die drukke verkeerswegen veroorzaken.

Uitbreidingsplan Utrecht 1924 van Berlage/Holsboer; het plan bevat een autowegring op flinke afstand van de bestaande stad, inclusief voorziene uitbreidingen. Rijksweg 22 zou veel dichter tegen de bestaande bebouwing worden aangelegd. (bron: HUA X196466-Aj11)
Lees verder “De rijksweg die te dicht bij de stad lag”

Hoor de stilte !?

Op de laatste “bouwenvelop” aan de binnenstadszijde van het Utrechts stationsgebied herontwikkelt Lingotto de meest centraal gelegen plek van Nederland: het Smakkelaarsveld, voor deze gelegenheid hernoemd in Smakkelaarspark of SPARK. Waar vroeger de trekschuiten naar Leiden vertrokken wordt de heropende verbinding tussen singel en Leidsche Rijn straks het domein van de proseccosloepen. Die kunnen aanleggen bij een pocketparkje omgeven door een indrukwekkend programma koop- en huurwoningen en wat additionele kantoorruimte.

Het Smakkerlaarsveld meet ruim een hectare en ligt ingeklemd tussen het Centraal Station, het drukste fietspad ter wereld (claim), de Daalsetunnel met een stuk of 15 busverbindingen en de aanvoerroute naar de parkeergarages van Hoog Catharijne.
Lees verder “Hoor de stilte !?”

Doorfietsroute Utrecht – Amersfoort F28 : veel €€, extra sluipverkeer

Sinds 2015 mogen ze zich in toenemende populariteit verheugen bij provincies die zich willen profileren op fietsgebied: de doorfietsroutes. Behalve ruimhartig de portemonnee trekken voor extra breed asfalt of beton en indrukwekkende routeborden plaatsen is er echter méér nodig om die veelbelovende titel waar te maken. Met name: de bereidheid om de rug recht te houden als de belangen van de automobilist een klein beetje moeten inschikken voor die van de fietser. Helaas: dat is niet de sterkste kwaliteit van provincies.

De automobilist heeft de F28 tussen de Paltzerweg en voormalig station Soestduinen, vroeger een halfverhard bospad, ontdekt als sluiproute. Ook al is dat officeel verboden. Over een afstand van 600 meter kwamen me zes auto’s tegemoet.
Lees verder “Doorfietsroute Utrecht – Amersfoort F28 : veel €€, extra sluipverkeer”

Julianapark verwaarloosd juweeltje in Zuilen

Iedere Utrechter kent het Wilhelminapark en het Zocherpark-Singelpark, beide rijksmonumenten. Bijna niemand buiten Zuilen kent het Julianapark, dat de concurrentie gemakkelijk aankan. Cultuurhistorisch is het interessant, omdat het een zeldzame combinatie is van een park in de Engelse landschapsstijl en een volkspark.

Lees verder “Julianapark verwaarloosd juweeltje in Zuilen”

Monumentale begraafplaatsen nog nauwelijks ontdekt als wandelroute

Utrecht heeft twee monumentale begraafplaatsen -Soestbergen en Kovelswade- die sinds enkele jaren extra ingangen voor wandelaars hebben. Dat maakt het mogelijk om een wandeling te maken van Utrecht Centraal via de singel en de Krommerijn richting de Lunetten I en II-onderdeel van werelderfgoed Hollandse Waterlinie- en vervolgens terug via de begraafplaatsen naar station Vaartserijn. Of je wandelt verder via de Oosterkade/Vaartserijn en de Oudegracht terug naar CS. Een grotendeels autovrije wandeling van twee tot drie uur langs natuur en cultuur op de best bereikbare locatie van Nederland.

Het eerste deel van de wandeling heb ik al eerder beschreven. Voor het vervolg sla je bij Lunet I rechtsaf over een wandelpad.

voormalige dienstwoning bij Lunet I. Binnen de schootcircel van forten mochten alleen houten huizen gebouwd worden die gemakkelijk verwijderd konden worden als de vijand op komst was.
Lees verder “Monumentale begraafplaatsen nog nauwelijks ontdekt als wandelroute”

Utrecht industriestad

Utrecht is tegenwoordig een stad van kantoorvolk, (alfa) wetenschappers en heel veel studenten. Nog maar weinig mensen weten dat het honderd jaar geleden een belangrijke industriestad was.

stoommachine van machinefabriek Louis Smulders (in 1918 omgedoopt tot machinefabriek Jaffa) in het textielmuseum in Tilburg. Louis Smulders was geboren en getogen in Tilburg.
Lees verder “Utrecht industriestad”

Cultuurbeleid

Ruim zes jaar geleden werd ik bestuurslid, kort daarna voorzitter, van het Museum van Zuilen. Dat is een karakteristiek voorbeeld van cultuur met een kleine c, ontstaan door het initiatief van een enthousiasteling in de wijk. Met een aanpak die kan rekenen op grote steun in Zuilen en ver daarbuiten. Sindsdien doe ik rechtstreeks ervaring op met cultuurbeleid, in dit geval in de gemeente Utrecht. Ik heb er geen hoge pet van op.

De reünie Zuilen “70 jaar met pensioen” ter gelegenheid van de 70e verjaardag van de annexatie door Utrecht trok begin dit jaar 450 deelnemers

Het Museum van Zuilen draait op dit moment voor 100% op vrijwilligers. We besteden aandacht aan de historie van Zuilen, dat tussen 1910 en 1950 groeide van 1.000 naar 26.000 inwoners, met name door de komst van de grote spoorindustrieën Werkspoor en Demka. Daarnaast is er veel aandacht voor volkscultuur: de historie van verenigingen, winkeliers en bedrijven in de wijk. Maar we maakten ook een tentoonstelling over de migratie naar Zuilen na de vestiging van de grote spoorwegindustrieën. Op dit moment loopt een tentoonstelling Bouwen voor de Buurt, over de rol die woningbouwverenigingen speelden bij de voorziening in betaalbare woonruimte.

Ook de werkwijze van het museum is bijzonder: veel van de activiteiten vinden plaats buiten de museumruimte: straatreünies, tentoonstellingen op locatie (bv in de wijkbibliotheek), wandelingen, lezingen. En de ideeën voor activiteiten komen vaak uit de wijk en worden uitgewerkt in samenwerking met vrijwilligers en organisaties uit de wijk.

In de beginperiode werd het museum gefinancierd door een combinatie van donaties (we vragen geen entreegeld) en een jaarlijkse financiële bijdrage uit het initiatievenfonds voor de wijk Noordwest. Dat laatste werd in 2021 verboden: het fonds was bedoeld voor eenmalige initiatieven, niet voor structurele activiteiten. OK, kan ik me iets bij voorstellen. Om deze reden werden we gedwongen om mee te gaan doen met de vierjaarlijkse subsidieronde in het kader van de cultuurnota. Een bureaucratische blackbox, die ons als vrijwilligersorganisatie een jaar lang zwaar belastte met papierwerk en ook de structurele verantwoordingslasten voor het bestuur verveelvoudigde.

Nog een bijzondere tentoonstelling, ter gelegenheid van 100 jaar Van der Wal transport. Een van de grote bedrijven in Utrecht/Zuilen, met 600 vrachtwagens op de weg. Het personeel kwam massaal kijken bij de opening.

Het goede nieuws was dat onze aanvraag voor de periode 2021-2024 in de prijzen viel. Dat geld hebben we goed besteed. We zijn verhuisd naar een nieuwe museumruimte in het Werkspoorkwartier, gesponsord door de eigenaar van de Werkspoorfabriek Overvecht Vastgoed. De museumruimte en het depot zijn nieuw ingericht, waarmee de kwaliteit van de presentatie sterk is verbeterd. We hebben geinvesteerd in onze vrijwilligers, waardoor deze veel meer verantwoording hebben gekregen bij de uitwerking van initiatieven. In alle Zuilense straten van voor 1954 zijn QR-tegels neergelegd, waarmee bezoekers en bewoners informatie kunnen ophalen over de historie van hun straat. De website is geheel vernieuwd. Audio en video zijn veel belangrijker geworden bij onze tentoonstellingen. Er zijn meer voorzieningen voor bezoekers met een beperking. In een periode van vier jaar -inclusief een COVID lockdown van een jaar- heeft het museum een enorme ontwikkeling doorgemaakt. We publiceren op onze website een jaarlijks verslag over onze activiteiten, inkomsten en uitgaven: lees hier het verslag over 2023 .

En toen kwam de nieuwe cultuurnota Kleur bekennen. Met een programma van eisen waar je als vrijwilligersorganisatie grijze haren van krijgt. En een externe commissie van 32 (…) personen die de aanvragers van subsidie op hun merites ging beoordelen. Niet op hun prestaties, maar op hun mooie voornemens voor de nieuwe periode 2025-2028. Ondanks de prestaties werden we deze keer door de commissie te licht bevonden. Ook een vervolgaanvraag voor een tweejarige bijdrage werd vorige week negatief geadviseerd, waarbij de adviescommissie niet eens de moeite nam om langs te komen.

De verantwoordelijken voor het cultuurbeleid, het college van burgemeester en wethouders en de gemeenteraad, verschuilen zich -tot op heden- achter de commissie. “Die heeft er verstand van en is onafhankelijk.” Als oud-wethouder van deze mooie gemeente vind ik dat een staaltje politieke lafheid. Het staat bovendien haaks op het mondeling en schriftelijk beleden beleid dat cultuur in de wijken super belangrijk is en dat er meer gedaan moet worden voor en met doelgroepen die nu nauwelijks bereikt worden. Dat is de kernactiviteit van ons museum! Iedereen die wil vaststellen of deze claim klopt moet gewoon af en toe eens binnenlopen bij een van onze activiteiten, in plaats van blind te varen op de opvatting van een stelletje cultuurbobo’s. Die zelfs te beroerd waren om langs te komen.

Cultuurbeleid. Ik heb er geen hoge pet van op.

Wandelen naar het NK

Sinds een maand of twee ben ik betrokken bij de organisatie van het Nederlands Kampioenschap Schaken (m/v), dat dit jaar net als in 2023 gespeeld wordt in stadion Galgenwaard in Utrecht. Belangstellenden zijn tussen 6 en 13 juli dagelijks vanaf 13 uur welkom om de partijen van de toppers te volgen. Je kan ook zelf schaken, met een programma voor zowel clubschakers als ongeorganiseerde liefhebbers.

Kom je met het openbaar vervoer naar het NK, dan kan je vanaf Utrecht CS de sneltram nemen en ben je binnen een kwartier in het stadion. Heb je wat meer tijd dan raad ik je aan naar de Galgenwaard te wandelen via het singelplantsoen en de groene oever van de Kromme Rijn. Dat kost je een uur, met aan de creditzijde veel mooie stadsnatuur, monumenten (daarvan hebben we er 1539) en andere interessante objecten.

De zegetocht van de Nederlandse vrouwen bij de EK 2017 begon in de Galgenwaard
Lees verder “Wandelen naar het NK”

Stoel neemt stelling

Vorm volgt functie. Of juist niet. Een stoel met een boodschap. Ze komen allemaal langs in een geweldige tentoonstelling Stoel neemt stelling van het Centraal Museum Utrecht.

de garderobe is door Joost van Bleiswijk heringericht met 100 verweesde stoelen, door Utrechters langs de straat gezet en ingezameld door Ralph van der Zant van het afvalscheidingsstation Utrecht.

Lees verder “Stoel neemt stelling”

HERSENGYM

Op 23 mei 1873 werd in Utrecht schaakbond KNSB opgericht. Afgelopen woensdag vierde de oudste schaakbond ter wereld zijn 150-jarig bestaan met een groot evenement in het Spoorwegmuseum: HERSENGYM. Schaken blijkt behalve een leuk tijdverdrijf ook een manier om kinderen spelenderwijs te leren rekenen en strategisch te denken. En natuurlijk omgaan met tegenslag en verlies. Meer dan 1000 kinderen deden mee.

Acht uur ’s morgens: de crew arriveert.
Lees verder “HERSENGYM”