Doorfietsroute Utrecht – Amersfoort F28 : veel €€, extra sluipverkeer

Sinds 2015 mogen ze zich in toenemende populariteit verheugen bij provincies die zich willen profileren op fietsgebied: de doorfietsroutes. Behalve ruimhartig de portemonnee trekken voor extra breed asfalt of beton en indrukwekkende routeborden plaatsen is er echter méér nodig om die veelbelovende titel waar te maken. Met name: de bereidheid om de rug recht te houden als de belangen van de automobilist een klein beetje moeten inschikken voor die van de fietser. Helaas: dat is niet de sterkste kwaliteit van provincies.

De automobilist heeft de F28 tussen de Paltzerweg en voormalig station Soestduinen, vroeger een halfverhard bospad, ontdekt als sluiproute. Ook al is dat officeel verboden. Over een afstand van 600 meter kwamen me zes auto’s tegemoet.

De F28 volgt min of meer de spoorlijn Utrecht-Amersfoort. Een dergelijke routing is gunstig voor de fietser, want net als bij fietspaden langs kanalen en rivieren heb je dan minder last van kruisend autoverkeer. In dit geval bestond het tracé al decennia, het was alleen wat soberder ingericht. Ik gebruik het gedeelte BilthovenNS-AmersfoortCS al jaren, een keer of vier per jaar. Prima route waar je flink kon doorrijden, vanaf Den Dolder tot de spoorovergang bij Dierenpark Amersfoort door rustig bosgebied. Druk? Totaal niet. Lastig passeren? Alleen op de laatste kilometer voor Amersfoort, waar het fietspad langs de dierentuin nog geen anderhalve meter breed was.

…. verbazingwekkend is dat niet als het hek dat ze de doorgang moet belemmeren open staat. En handhaving van verkeersovertredingen is op dit soort plekken nonexistent.

Waren er dan helemaal geen verbeterpunten? Jawel. Behalve dat stukje smal fietspad zijn er nog twee gelijkvloerse spoorkruisingen in het tracé. Omdat er 12 treinen per uur passeren sta je regelmatig voor gesloten spoorbomen. Een ongelijkvloerse kruising -voor het comfort: een tunneltje- levert dan een aardige tijdwinst op. Wat ook helpt is een ongelijkvloerse of voorrangskruising met drukke wegen, zoals de Soesterbergsestraat in Soestduinen, waar in de spits stalen zenuwen goed van pas komen. En als laatste punt: het helpt voor de gemoedsrust van de fietser als een doorfietsroute autovrij of tenminste autoluw is. Met name de Julianalaan-Paltzerweg van De Bilt naar Den Dolder vond ik in de spits nooit prettig fietsen door de te grote hoeveelheid meerijdend autoverkeer.

Potsierlijke route-informatieborden. Voor de vaste klanten niet nodig. De recreant gebruikt het knooppuntennetwerk, die heeft deze borden ook niet nodig.

Zijn deze knelpunten opgelost bij de aanleg van de F28? Geen van allen. Nou vooruit: de verbreding van het laatste stuk fietspad langs het Dierenpark is een verbetering. Maar daar ligt nu een 4,5 meter betonpad (zie hierboven), de standaard voor het hele traject vanaf de spoorovergang Paltzerweg-De Beaufortlaan tot aan Amersfoort. Op die afstand van een kilometer of zes kwamen me deze week rond vier uur ’s middags elf (11) fietsers tegemoet. Enkele tientallen bomen sneuvelden en een hectare of drie natuur van Nationaal Park de Utrechtse Heuvelrug zijn opgeofferd. De weg tussen De Bilt en Den Dolder is in de spits nog net zo druk als voor de herinrichting. Logisch: de automobilist wordt hier nog steeds geen strobreed in de weg gelegd.

Er zijn maar weinig bestuurders die het lef hebben om óók te staan voor de fietser als het nodig is dat de automobilist daarvoor een beetje inschikt. Dat kan in het buitengebied grote kwaliteitswinst opleveren, tegen lagere kosten dan de technocratische doorfietsroute-aanpak. Er zijn veel natuurlijke fietsroutes tussen stad en ommelanden die in de loop van de jaren onaantrekkelijker en onveiliger geworden zijn door oprukkend gemotoriseerd verkeer. Door dergelijke routes op strategische plekken te knippen voor doorgaand autoverkeer wordt een aangenaam alternatief gecreëerd voor het fietspad langs de provinciale weg.

Plaats een reactie