Verkoop monumentenbezit Stadsherstel Midden Nederland (Mitros)

Waarom zou een woningcorporatie woningen verkopen aan een belegger? Waarom zou een SP-wethouder daar toestemming voor geven? Dat lijken me twee interessante vragen voor een journalist die zich verdiept in de verkoop van Stadsherstel Midden Nederland (SHMN) en 22 andere losse, deels monumentale panden van Mitros in 2018. Cees Grimbergen schreef tussen januari-maart 2021 vijf artikelen in DeNUK over de verkoop van de 20 woningen en 2 bedrijfspanden die in 2018 zijn toegevoegd aan de verkoop van het SHMN-bezit. De levering van die panden is anderhalf jaar opgehouden doordat de Autoriteit Woningcorporaties meer tijd wilde om een zorgvuldige toetsing te doen van het verkoopverzoek. Na die zorgvuldige toetsing concludeerde de AW dat de verkoop toelaatbaar is. Desondanks trok Grimbergen zijn conclusie al voor hij een woord op papier zette: steenrijke, arrogante corporatie gaat voor het grote geld, ten koste van de belangen van zijn huurders. Oliedomme gemeente -waar heb ik dat vaker gehoord?- steekt geen vinger uit om de rechten van de huurders te beschermen. Shocking toch?

SHMN: Lange Nieuwstraat 48

Nu de werkelijkheid. In 1993 privatiseerde de gemeente Utrecht zijn woningbedrijf (WBU), dat kort daarop in 1998 fuseerde met de woningbouwverenigingen K77 en wbv Nieuwegein. Deze fusiecorporatie kreeg de naam Mitros. De woningen van WBU waren slecht onderhouden. De gemeente Utrecht, die anno 2021 groeit als kool, was in de jaren 70 en 80 juist gekrompen waardoor ze in de financiële problemen was gekomen. Bij de slechte toestand speelde ook een rol dat gemeentelijke woningbedrijven sinds de jaren 80 geen nieuwbouw meer mochten plegen. Het Rijk wilde de gemeenten hiermee onder druk zetten om hun bezit over te hevelen naar de woningcorporaties. Die strategie is -op enkele kleine gemeentes na- succesvol geweest.

De gemeente was dus te arm om een vergoeding voor het achterstallig onderhoud (geschat op 170 miljoen gulden) mee te geven aan het WBU bij de vorming van Mitros. In plaats daarvan kreeg het WBU als bruidsschat 1000 -grotendeels woningen- ‘aangekocht bezit’ mee. Dat waren oude panden in de binnenstad en de stadsvernieuwingswijken, aangekocht in de jaren 1950-1970 om te slopen ten behoeve van verkeersdoorbraken, parkeerplaatsen en grootschalige stadsvernieuwing. De panden van SHMN behoorden tot deze bruidschat.

SHMN: bolwerk Manenburg 1/2

Rond 1970 kenterde het denken over de stedenbouwkundige ontwikkeling van Utrecht. Mensen begonnen in de gaten te krijgen dat door sloop waardevol erfgoed verloren zou gaan en dat het ombouwen van de binnenstad tot autoparadijs ten koste zou gaan van de leefbaarheid. Een deel van de aangekochte panden werd gekraakt en de plannen voor sloop en verkeersdoorbraken gingen van de baan. Daarmee was de noodzaak voor de gemeente om deze woningen in eigendom te houden vervallen. Dus was de vorming van Mitros in 1993 een mooie gelegenheid om afscheid te nemen van deze steen in de maag. De 1000 panden mochten door Mitros verkocht worden om met de opbrengst het achterstallig onderhoud van de sociale huurcomplexen weg te werken. Dat bleek echter gemakkelijker gezegd dan gedaan. In de ‘aangekocht bezit’ panden woonden naast huurders die tot de reguliere doelgroep van Mitros behoorden ook een flink aantal goed opgeleide Utrechters. De krakers van Nieuw Amelisweerd en de Luie Lackei namen Bernard Tomlow in de arm, om huurcontracten op te stellen waarbij ze bij verhuizingen tot in lengte van jaren hun eigen opvolgers mogen aanwijzen. En ook de reguliere huurders waren niet van plan om te vertrekken: omdat hun woningen tot voor kort bestemd waren voor de sloop waren de huren laag en de binnenstad zat als woongebied opeens flink in de lift. Het lukte Mitros dus niet om het aangekocht bezit snel af te stoten. Dit is een belangrijke verklaring dat het veel langer dan wenselijk was -ruim 20 jaar- geduurd heeft om het ergste achterstallig onderhoud van de sociale huurwoningen weg te werken. En zelfs nu is er nog een aantal complexen waar de kwaliteit onder de maat is.

SHMN: hofjeswoningen Wolter Heukelslaan 8-35

Uiteraard is het onderhouden van losse panden veel duurder dan bij complexen die bestaan uit veel dezelfde woningen. Dat geldt dubbel als deze panden ook nog oud, soms zelf honderden jaren oud, zijn, zoals het geval is met de 240 monumentale woningen uit het aangekocht bezit. Mitros heeft daarom in 2009 samen met de Amersfoortse corporatie De Alliantie besloten om hun monumentale bezit in Utrecht en Amersfoort in een aparte onderneming onder te brengen: Stadsherstel Midden Nederland. Ze hoopten door de samenwerking efficiënter te kunnen werken. Het onderhoud bleef echter twee keer zo duur als bij het gewone bezit van de corporatie.

Door de invoering van vennootschapsbelasting (2009) en een verhuurderheffing (2013) voor sociale huurwoningen verslechterde de financiële situatie van de woningcorporaties sterk. Daar kwam nog bij dat de verhuurderheffing, die gemiddeld 1,5 maand huur per jaar kost, gebaseerd is op de WOZ-waarde van het bezit. De WOZ-waarde van panden in de binnenstad van Utrecht is ongeveer 2x zo hoog als van sociale huurwoningen in Kanaleneiland of Overvecht. Dat betekent dat de exploitatie van een SHMN woning in de binnenstad aan extra belasting en duurder onderhoud zo’n €2000 per jaar meer kost dan bij een sociale huurwoning. Je kan natuurlijk zeggen: so what? Maar dan moet je je realiseren dat corporaties geen subsidie krijgen om onrendabele huurwoningen te blijven exploiteren. In tegendeel: ze zijn op dit moment netto de pinautomaat van de minister van financiën. Als je 240 woningen met een extra onrendabele top in bezit houdt betekent dit feitelijk dat de andere huurders van Mitros daarvoor de rekening betalen: bijna €20 per huurder per jaar.

SHMN: Tuinstraat 4-42 (door Mitros teruggenomen in sociale verhuur)

Mitros besloot dus deze huurwoningen te verkopen, om de opbrengst te gebruiken voor investeringen in de kernvoorraad. Dat was ook in lijn met de afspraken die bij de verzelfstandiging in 1993 gemaakt waren. Maar de corporatie had op grond van afspraken die later gemaakt waren voor de verkoop tóch toestemming nodig van de gemeente Utrecht. Als wethouder wonen was mijn lijn: ik ben bereid om die toestemming te geven onder voorwaarden, waarvan de drie belangrijkste zijn: 1 de opbrengst wordt geherinvesteerd in de kerntaken 2 in de verkoopvoorwaarden worden voldoende waarborgen voor de huidige en toekomstige huurders van de woningen verankerd 3 het behoud van de monumentale kwaliteit van de woningen wordt afdoende verzekerd.

In een van de artikelen van Grimbergen wordt gesuggereerd dat ik tot het laatste moment verstoppertje gespeeld zou hebben over mijn standpunt. Niets is minder waar: op 29 augustus 2017, 7 maanden voor het formele Collegebesluit, heb ik naar aanleiding van raadsvragen van SP en GroenLinks al laten weten bereid te zijn mee te werken aan verkoop onder voorwaarden. Die voorwaarden zijn verder uitgewerkt in de raadsbrief van 13 december 2017. En vervolgens met de gemeenteraad besproken tijdens een commissievergadering op 18 januari 2018 (zie verslag, pag.18 e.v.). Het formele collegebesluit van april 2018 is genomen op basis van de toetsing van het bod van de winnaar aan de drie maanden eerder met de gemeenteraad besproken voorwaarden. Het Collegebesluit is uitgebreid gedocumenteerd met de raad gedeeld op 18 april 2018. De verkoopvoorwaarden van de gemeente Utrecht zijn overgenomen in het verkoopcontract. Die procedure lijkt me -ook achteraf bezien- zorgvuldig.

Was dit een eenvoudig besluit? Nee. Ik vind een goede spreiding van sociale huur over de stad belangrijk om de tweedeling naar inkomen en opleiding tegen te gaan. De binnenstad is een van de wijken met het laagste aandeel sociale huur. In 2021 bezitten de corporaties er 18% van de ruim 9800 woningen. Dat is een vergelijkbaar percentage als de wijken Vleuten-De Meern en NoordOost (beide 18%). Ter vergelijking: in de Overvecht is 67% van de woningen corporatiebezit. (Cijfers per 1-1-2020, bron: allecijfers.nl ). Commerciële verhuurders hebben in de Binnenstad juist een hoog marktaandeel: 48% in 2020. Dat aandeel wordt door verkoop dus nog wat hoger.

SHMN: Oudegracht 194 (bovenwoningen Dille & Kamille)

Toch denk ik dat de verkoop per saldo een verstandige zaak was. Op de voorwaarden kom ik later terug. Maar eerst de algemene overwegingen. Behalve dat de 240 huurwoningen van SHMN qua kosten veel duurder waren dan het gemiddelde bij Mitros wijkt ook de samenstelling van het huurdersbestand van de 240 woningen sterk af. In de reguliere woningvoorraad in wijken als Overvecht, NoordWest, West, ZuidWest en Zuid bestaat een steeds hoger aandeel van de huurders uit huishoudens met de combinatie laag inkomen/lage opleiding. Een ook sterk groeiend aandeel van deze huishoudens heeft daarnaast problemen achter de voordeur: psychiatrie, schulden, huiselijk geweld, taalachterstanden en nog veel meer, in welzijnsjargon meestal aangeduid als ‘rugzakje’. Deze ontwikkeling is geen toeval, maar het gevolg van bewust beleid van achtereenvolgende liberale kabinetten, die de positie van woningcorporaties willen marginaliseren tot vangnet voor de armsten.

De huurders van de 240 SHMN woningen vallen niet of nauwelijks in de combinatie arm/laag geschoold. Een deel valt in de categorie arm/hoog geschoold en een aanzienlijk deel valt in de categorieën modaal/hoog geschoold of hoger. Ik ben groot voorstander van gemengde complexen bij corporatiebezit: die dragen immers bij aan gemengde wijken en gemengde wijken bieden de beste condities voor huishoudens die het moeilijk hebben om de weg naar boven te vinden. Maar tegelijkertijd constateer ik dat het SHMN-bezit niet bijdroeg aan die doelstelling. Het ligt dan niet voor de hand om de huurders die tot de kerndoelgroep van de corporaties behoren €20 per jaar te laten bijdragen aan verspreid monumentaal bezit in de binnenstad.

SHMN: Wijde begijnestraat 15-17

Hoe kan het dat het gemiddelde profiel van de SHMN-huurders zo sterk afwijkt van het gemiddelde van Mitros? Dat heeft twee verklaringen. De eerste is dat dit de aantrekkelijkste woningen van de corporatie zijn. Als je dat lot uit de loterij getrokken hebt blijf je er je hele leven wonen. Ook als je destijds begon als student en nu bent afgestudeerd. Ook al verdiende je eerst weinig en nu meer. Of veel meer. De mutatiegraad (=het aandeel vrijkomende woningen/jaar) is in aantrekkelijke corporatie huurwoningen veel lager dan gemiddeld. In Kanaleneiland of Overvecht verhuis je automatisch door als je meer gaat verdienen. Bijkomend effect was tot 2014 dat deze woningen ook nog eens relatief goedkoop waren. Door de lage mutatiegraad was er veel minder sprake van huurharmonisatie: extra huurverhoging bij mutatie. De huren van slechte woningen in grote, monotone complexen waren dus vaak hoger dan bij het beste bezit. Dat is door de inkomensafhankelijke huurverhoging van Stef Blok – waar ik overigens een hartgrondig tegenstander van ben- veranderd. Sinds die tijd wordt de huur van huurders met een bovenmodaal inkomen extra verhoogd.

De tweede verklaring voor het afwijkende profiel is dat de aantrekkelijkste woningen van corporaties uitsluitend worden toegewezen op basis van inschrijfduur. Door de woningnood heb je voor de meest aantrekkelijke complexen vaak 15-20 jaar inschrijfduur nodig om als winnaar uit de bus te komen en woningzoekenden met een rugzakje hebben nooit 15-20 jaar inschrijfduur. Het zou dus uit het oogpunt van gemengde complexen voor de hand liggen om een deel van de woningen in de aantrekkelijke  wijken gericht toe te wijzen aan kansarme woningzoekenden uit de primaire doelgroep. Die discussie ben ik wel gestart, maar heb ik niet meer kunnen afronden in de tijd (2014-18) die mij gegeven was als wethouder.

SHMN: Kromme Nieuwegracht 43 (Truttige Tuyl)

Ik vind het overigens volkomen logisch dat de huurders van de SHMN-woningen bezwaar maakten tegen de verkoop: dat is hun goed recht. Ik vind ook dat je als wethouder volkshuisvesting het belang van zittende huurders in een complex/portefeuille zwaar moet meewegen bij ingrijpende besluiten. Maar je moet ook andere belangen meewegen: in dit geval de belangen van huurders en woningzoekenden uit de kerndoelgroep. Per saldo vond ik die laatste belangen zwaarder wegen. Mitros had volgens mij zijn huurders en de huurdersorganisaties HNM ook beter in een eerder stadium kunnen informeren over hun verkoopplannen. Al denk ik niet dat dit veel had uitgemaakt voor het eindoordeel van de huurders.

Dan nu de verkoopvoorwaarden die ik gesteld heb. Allereerst ‘De opbrengst wordt geherinvesteerd in de kerntaken’. In 2021 worden voor Mitros 104 sociale eenheden op de ABC-straat opgeleverd, die in 2028 worden omgezet naar 86 zelfstandige sociale huurwoningen. Dat zijn op één locatie al meer sociale huurwoningen dan er -op termijn- verloren gaan door de verkoop van het SHMN-bezit. En wat nog belangrijker is: deze woningen worden wél verhuurd aan de huurders uit de kerndoelgroep, die normaal in de binnenstad niet aan de bak komen. Overigens blijft er na de investering voor dit project nog een flink bedrag uit de verkoop van het SHMN-bezit over voor andere investeringen in de kerntaken. Zoals twee projecten sociale huurwoningen ten westen van de binnenstad, die op dit moment in aanbouw zijn: 73 woningen op het Heycopterrein (Dichterswijk) en 120 woningen Defensieterrein (Transwijk).

SHMN: Wittevrouwensingel 13-25 (Breyer Kameren)

De tweede voorwaarde die ik gesteld heb was: ‘In de verkoopvoorwaarden worden voldoende waarborgen voor de huidige en toekomstige huurders van de woningen verankerd’. Bij de commissiebrief van 18 april 2018 horen een aantal bijlagen, met onder meer een gedetailleerde uitwerking van de voorwaarden die de gemeente aan verkoop verbonden heeft en de huidige en toekomstige status per woning.

Samenvattend is het beeld als volgt:

  • De SHMN portefeuille telt 239 eenheden;
  • Daarvan worden 20 woningen in de Tuinstraat teruggekocht door Mitros; deze woningen waren in de jaren 80 gesloopt en herbouwd achter de oorspronkelijke monumentale gevel, ze blijven ook in de toekomst in de sociale huur;
  • 22 monumentale panden van Mitros buiten de SHMN-portefeuille (20 woningen en 2 bedrijfseenheden) worden toegevoegd aan de te verkopen voorraad; ook dit gaat om verspreid bezit, met een vergelijkbaar kostenpatroon als de SHMN-woningen; daarmee komt het totaal aantal aan een belegger te verkopen eenheden op 241
  •  Daarvan waren er 54 op het moment van verkoop al geliberaliseerd;
  • 65 onzelfstandige wooneenheden zijn en blijven sociale huur;
  • 74 wooneenheden (deels zelfstandig, deels onzelfstandig) waren op het moment van verkoop via erfpachtbepalingen bestemd als sociale huur; daarvan blijven er 38 sociale huur; 10 verschuiven op termijn naar de middenhuur (op basis van de lokale voorwaarden van het actieplan middenhuur); 16 onzelfstandige eenheden in kapitale panden als Nieuw Amelisweerd en de Luie Lackei mogen op termijn geliberaliseerd worden; 10 onzelfstandige eenheden mogen op termijn worden getransformeerd tot een kleiner aantal zelfstandige woningen en daarna verhuurd in de vrije sector
  • 32 woningen hebben een puntentelling <145 WWS-punten; die blijven op grond van de geldende huurwetgeving in de sociale huur; mocht die wetgeving in de toekomst verslechteren, waardoor ze wél geliberaliseerd mogen worden, dan is vastgelegd dat ze in de middenhuur (conform de voorwaarden van het Actieplan Middenhuur) verhuurd moeten worden.
SHMN: Breedstraat 49/49bis

Kortom: afhankelijk van de toekomstige huurbescherming verdwijnen er maximaal 68 wooneenheden in de binnenstad uit de sociale huur ten opzichte van het aantal op het moment van verkoop. Daar staat dus nu al de toevoeging van 104 (na 2028: 86) eenheden in de ABC-straat tegenover.

‘Maar wie garandeert mij dat de nieuwe eigenaar zich aan de afspraken houdt?’ denkt u wellicht. Daar heeft u een punt, in die zin dat overheden niet erg goed zijn in toezicht & handhaving. Dat is ook niet zo’n populaire taak bij de kiezer trouwens. In het verkoopcontract zijn sancties bij schending van de contractuele bepalingen opgenomen, maar de gemeente heeft zelf geen zicht op de naleving van alle huurvoorwaarden, zoals de huurprijs. Daar zullen de huidige en toekomstige huurders zelf aan de bel moeten trekken als afspraken niet worden nagekomen. Om die reden is van belang dat de verkoopvoorwaarden openbaar zijn. En dat zijn ze.

SHMN: Voorstraat 90-92

Tenslotte de derde voorwaarde die we als gemeente gesteld hebben: ‘Het behoud van de monumentale kwaliteit van de woningen wordt afdoende verzekerd.’ Dat was zolang de SHMN-woningen eigendom waren van Mitros niet verzekerd. Het reguliere onderhoud was al twee keer zo duur als bij een normale corporatiewoning. En er was geen budget voor de peperdure renovatie/restauratie die in een aantal gevallen nodig was. Bij de selectie van een koper is dus -naast opbrengst- ook gekeken naar ervaring van de koper met het beheer van monumentaal bezit.

MHM Onroerend Goed uit Woerden, de winnaar van de aanbesteding, is eigenaar van een grote vastgoedportefeuille in Amsterdam, waaronder een flink aantal monumenten. Het Parool schreef op 4 november 2017 in zijn artikel  ‘Dit zijn de grootste spelers op de Amsterdamse woningmarkt’ over Cock van Mourik (Resman/MHM):Is al decennia vanuit Woerden een grote, degelijke speler op de Amsterdamse vastgoedmarkt.” In hetzelfde artikel werd een boekje opengedaan over de wanpraktijken van een aantal andere vastgoedtycoons in Amsterdam.

SHMN: Minrebroederstraat 1

Aan de aanbesteding hebben 22 potentiële kopers meegedaan, waaronder ook Stadsherstel Utrecht (niet te verwarren met SHMN). In een van de artikelen van Grimbergen wordt directeur Johan Blom opgevoerd: “Blom hoorde in 2017 dat Mitros de 239 monumentale huurwoningen wilde verkopen. Hij constateerde dat Mitros in de voorgaande jaren al een aantal woningen -tegen de voorschriften- had geliberaliseerd. En maakte onmiddellijk een afspraak met de wethouders Jansen (Wonen) en Geldof (grondzaken). Hij vertelde hen dat Stadsherstel Utrecht ‘de 239’ graag wilde kopen. Blom: ‘Ik garandeerde hen dat de sociale huurwoningen in het pakket voor altijd sociaal verhuurd zouden blijven worden. Het was een beschaafd gesprek, maar weinig enthousiast.’” Einde citaat.

Het geheugen van Blom laat hem in de steek (of hij wordt verkeerd geciteerd). Bij het gesprek heb ik aangegeven dat -wat mij betreft- Stadsherstel Utrecht een plausibele koper van de woningen kon zijn, maar dat wij daar als gemeente Utrecht niet over gingen. De aanbesteding werd niet door de gemeente maar door Mitros (en collega corporatie De Alliantie) georganiseerd. Ook de aanbestedingsvoorwaarden zijn opgesteld door de corporatie, niet door de gemeente. Mitros wist wel dat de toestemming van de gemeente -een ontbindende voorwaarde voor de verkoop- slechts zou komen als in voldoende mate aan de drie door ons gestelde voorwaarden voldaan zou worden. Maar dat betekent niet dat je als gemeente zo maar een aanbesteding mag doorkruisen door het voorschrijven van één specifieke koper. Ik zou het overigens prettig gevonden hebben als Mitros mij ook geconsulteerd had vóór het publiceren van de aanbestedingsvoorwaarden.

SHMN: Achter Sint Pieter 13

Heeft Mitros een reële prijs ontvangen voor de woningen die ze aan MHM Onroerend Goed verkochten? In de vijf artikelen van Grimbergen komen twee antwoorden op deze vraag langs: te veel en te weinig. Het lijkt me onmogelijk dat dit allebei waar is.

In het artikel van 22 januari wordt gesuggereerd dat er te weinig betaald is. Ik citeer:

“Van Mourik betaalt voor de 22 wooneenheden in de binnenstad € 6.250.000 aan Mitros. Dat is gemiddeld per woning 284.000 euro. Tonny: ‘Van Mourik heeft aan ons huis en de 21 andere eenheden een koopje.’ Bijzonder detail. In de zomer van 2018 sluiten Mitros en van Mourik de eerste koopafspraak. De officiële WOZ-waarde is dan boven de 7 miljoen: 7.176.000 euro. In een advertentie in het Financieele Dagblad voor een openbare bieding noemt Mitros een ondergrens voor serieuze biedingen van € 6.230.000 euro. Van Mourik biedt 20.000 euro meer. Jonathan Joosten: ‘De huurders mogen de huizen niet voor de WOZ-waarde kopen. Een belegger mag dat voor bijna 1 miljoen eronder. Maatschappelijk en sociaal kapitaal gaat zo naar privé ondernemingen. Een doodzonde volgens de conclusies van de Parlementaire Enquete naar de Woningcorporaties, in 2014.’” Einde citaat.

SHMN: Zuilenstraat 50-56

Tonny en Jonathan zijn huurders die hun woning graag gekocht zouden hebben, maar Grimbergen is het blijkbaar met hen eens: er is maar €20.000 boven de bodemprijs geboden een €1 miljoen onder de WOZ-waarde.

De eerder geciteerde directeur Johan Blom van de Utrechtse Maatschappij tot Stadsherstel, die zelf €19 miljoen bood bij de aanbesteding van de SHMN-portefeuille, denkt er in DeNUK van 15 maart anders over: “Mitros en de gemeente Utrecht gaan voor belegger van Mourik als koper die bijna dertien miljoen euro meer betaalt: 31.981.000 euro. Die opbrengst is voor Mitros. Dertien miljoen meeropbrengst is prachtig voor een bedrijf dat rendement wil maken. Maar moet je 13 miljoen extra willen hebben als ‘maatschappelijk’, ‘sociaal’ en ‘respectvol’ in je naam zitten? En je missie op ‘goed wonen voor mensen met een laag inkomen’ gericht is.” Einde citaat. Stadsherstel Utrecht verhuurt volgens mijn informatie ook volop in de vrije sector. Maar de stelling van Blom, die niet weersproken wordt door Grimbergen, is dat er dus te véél betaald is, meer dan past bij een huurdersvriendelijke exploitatie.

SHMN: Springweg 78-80

Nu de werkelijkheid. De realiteit is dat de betaalde prijs in overeenstemming is met de marktwaarde van verhuurde panden die als pakket verkocht worden. Een vuistregel is dat dan de waarde in vrije verkoop min 30% betaald wordt. Waarom is dat zo? Dat komt omdat de zittende huurders een huur betalen die lager is dan de markthuur als ze leeg verkocht zouden worden. De zittende huurders, die contracten hebben voor onbepaalde duur, kunnen ook nog zo lang blijven huren als ze willen. Dat kan tientallen jaren zijn. Tenslotte zakt de marktwaarde bij verhuurde panden nog verder als er aanvullende eisen gesteld worden aan de verhuur in de toekomst. De gemeente Utrecht heeft in dit geval een groot aantal eisen gesteld met betrekking tot het huurniveau, eisen die grotendeels ook van toepassing blijven na mutatie.

Dan een laatste argument van Grimbergen: Mitros is stinkend rijk, die hadden gemakkelijk die extra kosten van de monumentenpanden voor hun rekening kunnen nemen. En als je het jaarverslag 2019 van Mitros leest, zou je op het eerste gezicht denken dat dat klopt. Het eigen vermogen bedraagt €3,7 miljard. Zelfs als je bijna 30.000 verhuureenheden bezit is dat een hoop geld. Maar dat vermogen zit in stenen, het staat niet op de bank. De waardering van die stenen is sinds 2014 gebaseerd op de marktwaarde in verhuurde staat. Dat is ongeveer die WOZ-waarde – 30% waar ik het eerder over had. De marktwaarde in verhuurde staat is véél hoger dan de waarde bij doorexploitatie in de sociale huur, wat de wettelijke kerntaak van een woningcorporatie is.

De waarderingsgrondslag op basis van marktwaarde is ingevoerd door minister Stef Blok. In een debat met hem (ik was toen nog kamerlid) heb ik voorspeld wat de reden was om deze nieuwe waarderingsgrondslag in te voeren: het wordt eenvoudiger om corporaties te framen als luie, volgevreten organisaties die veel te weinig doen met hun geld. Cees Grimbergen is het klaarblijkelijk eens met die redenering.

Begin 2020 verscheen er een studie van de adviesbureau’s Companen en Thésor over de effecten van de verhuurderheffing op de financiële positie van woningcorporaties, in opdracht van Aedes, VNG en Woonbond. Zij concludeerden dat al in de periode 2019-2023 bij een aantal corporaties de operationele kasstroom niet meer voldoende is om de gewenste kerntaken betaalbaarheid (obv afspraken Sociaal Huurakkoord), nieuwbouw en verduurzaming te kunnen betalen. Een “tegenonderzoek” in opdracht van het ministerie van BZK bevestigde deze conclusie, zij het dat daar het tekort zich wat later zou voordoen. Corporaties zijn niet rijk, al hebben ze veel vermogen. Als wethouder heb ik altijd als lijn aangehouden dat corporaties financieel scherp aan de wind moeten zeilen om zoveel mogelijk woningzoekenden een betaalbare woning te kunnen bieden. Op dit moment heeft Mitros financieringsruimte genoeg, maar op je financiering moet je aflossen en rente betalen. Als je investeert in projecten die verliesgevend zijn (“onrendabele top”) moet de optelsom van huurinkomsten en andere baten (“kasstroom”) voldoende zijn om dat tekort af te boeken. Daar zit op dit moment het grootste financiële knelpunt bij de sociale verhuurders.

Daarmee kom ik tot mijn conclusie. Net als bij “Kanalengate” shopte Cees Grimbergen ook bij zijn artikelenreeks over de verkoop van de monumentenwoningen uiterst selectief uit de beschikbaar gestelde feiten. Hij liet de hele landelijke context weg, die immers duidelijk zou maken dat de corporatie door de vele grepen in de kas voor een moeilijke keus stond. Hij negeerde en/of ontkende dat de exploitatiekosten (extra onderhoud en extra verhuurderheffing) voor het monumentale bezit veel hoger zijn dan bij een gewone corporatiewoning. Hij negeerde dat het profiel van de huurders van SHMN sterk afwijkt van de huurders van hun gewone sociale huur complexen en dat dit bezit daarom ook nauwelijks bijdraagt aan de ongedeelde stad. En hij bevestigt het frame dat corporaties op een grote zak met geld zitten en daar niks mee doen, een beeld dat in de Kamer met name door VVD-woordvoerder wonen Daniël Koerhuis gekoesterd wordt. In zo’n gezelschap zou ik me niet thuis voelen.

Als illustratie bij dit artikel heb ik een serie foto’s opgenomen die een goed beeld geven van de diversiteit van de SHMN-woningen. Ter vergelijking hieronder twee foto’s van “doorsnee bezit” van Utrechtse woningcorporaties.

“Kanalengate”

De afgelopen maanden schreef Cees Grimbergen een serie artikelen over de verkoop van 241 monumentale woningen en bedrijfsruimten in de binnenstad van Utrecht door woningcorporatie Mitros aan MHM Onroerend Goed uit Woerden. Grimbergen vindt de verkoop asociaal en wijst de beschuldigende vinger richting Mitros -die voor het grote geld zou gaan- en richting gemeente Utrecht. En bij de gemeente Utrecht moeten Paulus Jansen (oud-wethouder wonen 2014-18) en Kees Diepeveen (mijn opvolger) het ontgelden.

De Auriollaan in Kanaleneiland/Utrecht. Links een gerenoveerd blok portiekflats die aan individuele kopers verkocht zijn. Rechts een identiek blok dat deel uit maakt van de aan Aventicum verkochte woningen, die in 2017 zijn doorverkocht aan Capreit. Rechtsvoor een blok nieuwbouw-koopwoningen gebouwd door Heijmans, de aannemer die ook de portiekflats renoveerde.

Ik heb niet meegewerkt aan de artikelserie, omdat ik geen enkel vertrouwen heb in de journalistieke kwaliteiten van Cees Grimbergen. Die opvatting is gebaseerd op een eerdere serie artikelen van Grimbergen waarin hij begin 2018 “Kanalengate” onthulde. De analyse van Grimbergen: corporaties Portaal en Mitros doen voor een grijpstuiver 252 sociale huurwoningen (het waren er trouwens 208) cadeau aan Aventicum, een beleggingsmaatschappij “gefinancierd door oliesheiks”. En de oliedomme gemeente Utrecht stond erbij en keek ernaar. Zijn conclusie stond al vast op het moment dat hij mij voor de eerste keer over dat project belde. Destijds heb ik hem wél uitgebreid te woord gestaan. Desondanks stonden zijn artikelen bol van een selectieve weergave van de feiten en feitelijke onjuistheden. In een twee uur durend raadsdebat op 1 februari 2018 heb ik als portefeuillehouder wonen (samen met mijn collega Kees Geldof, portfeuillehouder grondzaken) die onjuistheden weerlegd. Aan het eind van het debat heeft de PvdA-fractie een motie van afkeuring ingediend, die met 40-5 stemmen verworpen is.

Ik raad iedereen die benieuwd is naar de feiten over de verkoop van de monumentenwoningen aan om eerst het verslag van dat raadsdebat over “Kanalengate”/Aventicum te lezen. Dat vind je hier (debat start op pag.7).

Vind je dat teveel leeswerk, dan vat ik in dit artikel de essentie samen:

Het project kent een aanloop van 20 jaar. Het begon met het vaststellen van De Utrechtse Opgave (DUO) door de gemeenteraad in 2000. Het doel van DUO was het verbeteren van een aantal wijken die zich in een negatieve spiraal bevonden, waaronder Kanaleneiland. De belangrijkste ingezette middelen waren: de sloop van 9.500 sociale huurwoningen; de verkoop van 1.950 sociale huurwoningen; het toevoegen van nieuwbouw, waaronder een hoog percentage koop, om de achterstandswijken gevarieerder te maken; de renovatie van de overige sociale huur; een deel van de gesloopte sociale huur zou gecompenseerd worden door nieuwbouw in Leidsche Rijn.  De fracties van SP en GroenLinks en het PvdA-raadslid Casper Driehuis hebben tegen het raadsvoorstel DUO gestemd. Lees hier en hier het verslag van het raadsdebat op 28 juni 2001. De SP, met ondergetekende als woordvoerder, stemde tegen omdat we weliswaar voorstander waren van investeringen in de sociale huurwijken, maar het onverantwoord vonden om zoveel betaalbare woningen te slopen.

Op 29 juni 2006 heeft de gemeenteraad de uitwerking van de DUO plannen voor het centrumgebied van Kanaleneiland vastgesteld (lees hier het verslag van de raadsvergadering, vanaf pag.25). Wethouder was op dat moment Harrie Bosch (PvdA). Er werd een gemeenschappelijke exploitatiemaatschappij (GEM) opgericht door Gemeente Utrecht, de corporaties Mitros en Portaal en projectontwikkelaar Proper Stok (later opgegaan in Heijmans). De constructie van een Wijkontwikkelingsmaatschappij, goedgekeurd door de toenmalige minister, was in die tijd een veel voorkomende constructie bij grote stadsvernieuwingsprojecten. De deelnemers brachten hun bezittingen in het gebied (grond, gebouwen) in bij de GEM en kregen daar financiële voordelen voor terug. Bijvoorbeeld: gratis grond om woningen terug te bouwen en verhuiskostenvergoedingen aan huurders voor rekening van de GEM. Mitros en Portaal brachten 451 portiekflats in, die gesloopt zouden worden en vervangen door dure koop. De SP stemde -als enige- tegen, om vergelijkbare redenen als bij DUO. Maar vanaf dat moment was juridisch onomkeerbaar vastgelegd dat deze woningen (waarvan de latere Aventicum-blokken deel uitmaakten) uit de sociale huurvoorraad zouden verdwijnen.

Binnenterrein tussen de gerenoveerde flats aan de Rooseveltlaan en Auriollaan. De vrijstaande woning is een Heijmans One Tiny House, die gebruikt werd voor bewonersoverleg.

In de periode 2006-2013 begon de herontwikkeling van het gebied, inclusief de bouw van 140 nieuwe sociale huurwoningen, bedoeld als doorstroming voor huurders van de te slopen flats. In 2008 voerde minister Wouter Bos de vennootschapsbelasting voor woningcorporaties in: een winstbelasting, terwijl corporaties wettelijk verankerde “niet-winstbeogende instellingen” zijn. Dat ondermijnde de financiële positie van sociale verhuurders. In 2013 deed VVD-minister Blok er nog een schep bovenop. Hij voerde een verhuurderheffing in: een belasting oplopend naar €2 miljard/jaar, die uitsluitend geheven wordt voor betaalbare huurwoningen met een huur onder de liberalisatiegrens. Na de bankencrisis van 2008 volgde een economische crisis die leidde tot een ineenstorting van de huizenprijzen in de koopsector en het vrijwel stilvallen van de nieuwbouw: projectontwikkelaars durfden niet meer te investeren in de koopsector, corporaties waren te arm om te investeren in de huursector. Tenslotte dwong Stef Blok de corporaties om hun bezit voortaan te waarderen naar marktwaarde, ook al was de feitelijke waarde in sociaal verhuurde staat veel lager.

Onder deze omstandigheden -de grondexploitatie kleurde op dat moment zwaar rood- stelden Mitros, Portaal en Heijmans eind 2013 voor om acht blokken sociale huurwoningen die behoorden tot de 451 Portaal/Mitros-flats in de GEM niet te slopen, maar te renoveren tot betaalbare koopflats. Mijn voorganger Gilbert Isabella (PvdA) stemde daarmee in, omdat hij het de enige haalbare optie vond in het toenmalige economische getij. Hij informeerde de gemeenteraad daarover op 25 februari 2014 en op 15 april 2014. De gemeenteraad, inclusief de SP, was positief over deze koerswijziging.

Vervolgens werd ik medio 2014 wethouder. Intussen waren de hypotheekvoorwaarden door de Autoriteit Financiële Markten (AFM) zodanig aangescherpt, dat veel starters met een inkomen tussen modaal en 2x modaal niet meer in staat waren een hypotheek te krijgen. Onder die omstandigheden leek het niet verstandig om in één keer 360 koopwoningen op de markt te brengen, zeker in een wijk waar daar nog nauwelijks ervaring mee was opgedaan. Daarom besloot de GEM -en daar was ik het mee eens- om een poging te doen vier van de acht blokken (208 woningen) alsnog in de huur te brengen, zodat ze beschikbaar zouden komen voor startende huishoudens zonder kans op een hypotheek.

Volgens Grimbergen hebben de corporaties de grond gratis weggegeven aan de GEM; in werkelijkheid was er sprake van een grondruil (ze kregen gratis grond voor nieuwbouw terug), inclusief een aantal andere voordelen. De minister van BZK beschrijft de precieze inhoud van die afspraken in haar brief aan de Tweede Kamer d.d. 9 april 2018 (kamerstuk 29453-474), waarin ook een uitgebreid feitenrelaas van de transactie gegeven wordt. De brief van de minister is gebaseerd op een -eveneens openbaar- onderzoek van de Autoriteit Woningcorporaties uit maart 2018. De geldwaarde van de tegenprestaties bedroeg volgens de AW ca. €11 miljoen, op een inbrengwaarde van ca. €15 miljoen. Dat klinkt toch iets anders dan gratis. Maar is er dan toch niet €4 miljoen weggegeven. Ja en nee.

Nieuwbouw die ook deel uitmaakt van het project As Kanaleneiland.

Per saldo vonden de corporaties Mitros en Portaal de verkoop aan de GEM een goede deal. Met de opbrengst wilden ze investeren in nieuwbouw en renovatie van hun bestaande woningen. Daar kan je uiteraard anders tegenaan kijken. De SP was in 2006 -toen de sociale huurwoningen werden ingebracht in de GEM- niet voor niets tegen die deal. Maar beweren dat die grond gratis is weggegeven is bewuste verdraaiing van de werkelijkheid. Waarom zouden twee corporaties, bouwbedrijf Heijmans en de gemeente Utrecht (samen de GEM) geheel vrijwillig zoiets doen? Ze nemen soms verkeerde beslissingen maar zijn niet achterlijk.

Overigens is in 2015 onderzocht of de corporaties bereid en in staat waren om de blokken die door de GEM aan Aventicum verkocht zijn terug te nemen en zelf te herontwikkelen. Dat was onmogelijk omdat Mitros en Portaal door de invoering van de Verhuurderheffing en de saneringsheffing voor Vestia financieel daar niet toe in staat waren. Bij hen was in één jaar tijd €100 miljoen investeringsruimte weggevallen. Het was ook niet zo dat andere beleggers -bv pensioenfondsen- in de rij stonden om te investeren. Die vonden dat allemaal linke soep. Feitelijk was Aventicum, na een lange zoektocht, de enige partij die bereid was het ontwikkelrisico te dragen. De deelnemers in de GEM slaakten een zucht van verlichting dat deze rotte kies eindelijk gevuld kon worden.

Volgens Grimbergen heeft Aventicum vervolgens in één jaar €23 miljoen verdiend op deze deal. Na een jaar verkochten ze het project door aan Capreit, een Canadese belegger, die het complex nog steeds in bezit heeft. Die €23 miljoen is een aanname van Grimbergen, gebaseerd op de aankoopwaarde van de grond en de verkoopopbrengst aan Aventicum. De renovatiekosten naar energielabel-A -Grimbergen dacht energielabel-C, nog zo’n foutje- zijn door Grimbergen geschat. Bij de renovatie is het aantal woningen ook vergroot van 208 naar 251, door de inpandige bergingen op de begane grond te verbouwen tot woningen en nieuwe bergingen in de achtertuinen te bouwen. Dat wilde de gemeente ook graag om de sociale controle op straatniveau te verbeteren.

Vast staat dat Aventicum bij de doorverkoop een grote winst gemaakt heeft, net als de twee eigen woningbezitters die in 2015 identieke flats gekocht hadden in de twee blokken die wél als koopwoning op de markt zijn gebracht. Zij verkochten die binnen twee jaar met een winst van 60%. De Autoriteit Woningcorporaties concludeert daarover dat de afgegeven splitsingsvergunning (= mogelijkheid om op termijn per woning te verkopen, PJ) heeft bijgedragen aan de waardevermeerdering, maar dat tegelijk en aannemelijk belangrijker Aventicum geprofiteerd heeft van een krachtig herstel van de Nederlandse economie en het aantrekken van de woningmarkt, nog eens versterkt door de naderende voltooiing van de herstructurering.

Wat betekent dat in concreto? Begin 2015 begon de bouwcrisis op zijn einde te lopen en begonnen de prijzen te stijgen. Eerst in Amsterdam en de betere wijken van Utrecht. Snel daarna ook in de andere wijken. Zo steeg de WOZ-waarde van de woningen van Portaal en Mitros in Kanaleneiland in datzelfde jaar met €100 miljoen. De waardestijging in Kanaleneiland was veel hoger dan het stedelijk gemiddelde: door de investeringen van gemeente en corporaties steeg het vertrouwen van huurders en kopers in de toekomst van de wijk. En dat drijft de prijs op.

Vervolgens heeft Grimbergen gesuggereerd dat er sprake zou zijn van achterstallig onderhoud. Een merkwaardige bewering, omdat de woningen net opgeleverd waren. Bij de oplevering van de woningen aan Capreit waren er 0 (geen) opleverpunten. Beleggers hebben er groot belang bij om gebreken bij oplevering te melden, omdat ze anders immers later voor eigen rekening verholpen moeten worden. Huurders die onderhoudsklachten hebben kunnen zich wenden tot de Huurcommissie. Helaas zijn de uitspraken van de Huurcommissie over geschillen geanonimiseerd, ze kunnen dus niet op adres teruggevonden worden. Ik heb als Kamerlid wel eens voorgesteld dat te veranderen. Huurders kunnen ook binnen zes maanden na het tekenen van het huurcontract de redelijkheid van de huur laten toetsen. Ook die uitspraken worden geanonimiseerd, maar uit het jaarverslag van de Huurcommissie over 2018 (pag.22) blijkt dat een aantal Capreit-huurders dat gedaan hebben. De Huurcommissie concludeerde dat door Capreit afdoende is aangetoond dat door de renovatie het aantal WWS-punten boven de liberalisatiegrens gekomen is. Niet iets om je over te verheugen: het woningwaarderingssysteem is sinds 2005 zodanig verslechterd, dat er nauwelijks nog enige bescherming van uitgaat voor de huurders. Als Kamerlid heb ik tussen 2006 en 2014 vele voorstellen ingediend om die trend te keren. Helaas was dat roeien tegen de stroom in.

Tenslotte heeft Grimbergen een groot aantal relevante feiten die ik met hem gedeeld had buiten de door hem gepubliceerde artikelen gehouden: 1 alle landelijke ontwikkelingen die als doel hadden de financiële situatie van de corporaties te ondermijnen, om ze op die manier te marginaliseren. 2 Onder mijn wethouderschap is afgestapt van grootschalige sloop-nieuwbouw door corporaties. Dat is vastgelegd in de prestatieafspraken 2016-2019. 3 Onder mijn wethouderschap is afgestapt van daling van de sociale huurvoorraad als gemeentelijk beleid. 4 In de prestatie-afspraken 2016-2019 is over complexmatige verkoop vastgelegd: “Tegengaan huisjesmelkerij bij verkoop van woningen of complexen en bij verhuur van complexen. Voorafgaande aan de complexmatige verkoop en verhuur aan niet-particulieren wordt er altijd een integriteits- en antecedentenonderzoek gedaan.” 5 In mijn actieplan middenhuur, eind 2017 vastgesteld door de gemeenteraad, zijn eisen gesteld aan prijs/m2, jaarlijkse huurverhoging en minimale exploitatieduur van vrije sector huurwoningen tot €950/maand. Utrecht was de eerste Nederlandse gemeente die dat geregeld heeft.

Na afloop van dat raadsdebat heb ik Grimbergen aangegeven dat ik nooit meer zou meewerken aan een interview van hem. Dat is een unicum. Ik heb in mijn leven vele honderden journalisten te woord gestaan, variërend van uiterst meegaand tot uiterst kritisch. Met of zonder opinie over het onderwerp waarover ze mij bevroegen. Mijn uitgangspunt daarbij was: iedereen krijgt maximaal krediet, tot blijkt dat mijn vertrouwen beschaamd wordt. Dat is in 25 jaar één keer gebeurd: door Cees Grimbergen.

Recent gerenoveerde Intervam flats van corporatie Mitros aan de Rooseveltlaan, direct naast de gerenoveerde portiekflats .

In een volgend artikel zal in ingaan op de argumentatie van Grimbergen rond de verkoop van de monumentenwoningen van Mitros.

Wij weten wat slecht voor u is

Dat lijkt het motto van corporatie De Woonplaats in Enschede, die tuindorp Het Getfert wil slopen zonder vooraf fatsoenlijk te onderzoeken wat hun huurders daar zèlf van vinden. Dus onderzocht de SP het. Gisteravond werden de uitkomsten besproken in het gebouwtje van de Zuiderspeeltuin.


deze krasse knar laat niet over zich lopen.

Lees verder Wij weten wat slecht voor u is

directeur waakhond CFV uit keiharde kritiek op Blok

Directeur Daphne Braal van het Centraal Fonds voor de Volkshuisvesting (CFV) haalt vanmiddag in een moedig interview met de NRC hard uit naar het beleid van wonen-minister Stef Blok. Blok wil het financieel toezicht op de woningcorporaties inlijven in zijn ministerie. Volgens Braal wordt het daarmee een speelbal van de politiek.

Lees verder directeur waakhond CFV uit keiharde kritiek op Blok

monumentale sociale huurwoningen bedreigd

Het Agnetapark in Delft. Het Schip, het Dageraadcomplex en Betondorp in Amsterdam. Kiefhoek, het Justus van Effencomplex en de Bergpolderflat in Rotterdam. De lijst van monumentale huurwoningcomplexen uit de 19e en 20e eeuw is ellenlang. Gebouwd door mensen met idealen. En helaas straks -of nu al- niet meer beschikbaar voor de oorspronkelijke doelgroep. Met dank aan Paars met de Bijbel.


huurhuizen van de David Evekink stichting in Zutphen, kort na de bouw. Hoe de bewoners daarvóór woonden kan je lezen in het schitterende boek Koninkrijk vol sloppen van Auke van der Woud

Lees verder monumentale sociale huurwoningen bedreigd

Hoe zit het nou met het stapelen van commissariaten?

De regelmatige lezers van deze blog zullen op de hoogte zijn van mijn verontwaardiging over de schandige financiële afkoopregeling die -inmiddels:voormalig- directeur John de Roover van corporatie Goed Wonen Twello bedisselde met zijn raad van commissarissen. Vervolgens nam ik voorzitter van de raad van commissarissen Peter Schrijver op de korrel. En vandaag vroeg ik de commissie Aedescode opheldering over de toepassing van de integriteitsregels voor leden van raden van commissarissen.


voormalig kampioen bijbanen Loek Hermans inspireerde oud-SP-kamerlid Ewout Irrgang tot een initiatiefvoorstel om het aantal commissariaten te beperken

Lees verder Hoe zit het nou met het stapelen van commissariaten?

Pas toe of leg uit

De woningcorporaties hebben een gemeenschappelijke code voor verantwoord en integer bestuur: de Governancecode. De laatste versie uit 2011 is opgesteld in samenwerking met de Vereniging Toezichthouders Woningcorporaties (VTW). De code heeft als uitgangspunt: pas toe of leg uit. Waarom eigenlijk?


Marc Calon, voorzitter van Aedes (foto: NWB)

Lees verder Pas toe of leg uit

voorzitter IJsseldal Wonen lapt Aedescode aan zijn laars

UPDATE 9-1, 21:15u

Ruim twee weken geleden schreef ik onder de titel graaiers zetten eindsprint in over oud-directeur John de Roover van corporatie Goed Wonen Twello. Iemand die in de Eredivisie der graaiers thuishoort. Dat kan natuurlijk alleen maar als de raad van commissarissen van zo’n club ook niet deugt. En inderdaad!


De Raad van Commissarissen van ProWonen poseert voor het jaarverslag 2012 Een bewogen jaar. Tweede van rechts voorzitter Peter Schrijver, die ook interim-voorzitter is bij IJsseldal Wonen en daarvoor voorzitter bij fusiepartner De Groene Waarden

Lees verder voorzitter IJsseldal Wonen lapt Aedescode aan zijn laars