Energienetwerken vormen een cruciale schakel tussen producent en afnemer van elektriciteit, gas en warmte. De regionale netwerken waren vroeger onderdeel van de regionale nutsbedrijven Essent, NUON, REMU en Delta (en nog wat kleintjes), eigendom van provincies en gemeenten. Onder het kabinet Balkenende-I is besloten de energiebedrijven te privatiseren, maar eerst de energienetten (met uitzondering van de warmtenetten) onder te brengen in aparte publieke bedrijven. Dat werden Enexis, Liander en Stedin, die nog steeds eigendom zijn van gemeenten en provincies. De dikke kabels en leidingen worden beheerd door Gasunie (gas) en TenneT (elektriciteit), beide eigendom van de Staat.
stukje geprivatiseerd netwerk: de warmteleidingen onder het Amsterdam-Rijn-kanaal bij Utrecht, onderdeel van het stadsverwarmingsnetwerk Utrecht-NieuwegeinLees verder “Dossier netbeheer”
Geluidoverlast is een van de grootste milieu- en leefbaarheidsproblemen, volgens de Nederlandse Stichting Geluidhinder zal het binnen tien jaar zelfs leefbaarheidsprobleem nr.1 zijn. De belangrijkste reden daarvoor is de groei van het verkeer, waardoor over grote delen van Nederland een “geluidsdeken” ligt, met pieken in de nabijheid van drukke snelwegen en spoorlijnen. Een tweede reden is de hoge bevolkings- en bebouwingsdichtheid, waardoor relatief veel mensen in de nabijheid van zware geluidbronnen wonen. Ook woongeluid zal in wijken met een hoge bebouwingsdichtheid eerder een probleem vormen dan in meer extensief bebouwde gebieden.
Gas, elektriciteit, warmte en water zijn eerste levensbehoeften. Als die wegvallen wordt het vrijwel onmogelijk om nog normaal te leven. Niet alleen voor huishoudens met kinderen of ernstig zieken, maar voor iedereen. Leveranciers moeten daarom uiterst zorgvoldig omgaan met het afsluiten van klanten. De SP heeft sinds 1994 met grote regelmaat gepleit voor een preventieve aanpak van wanbetaling en het stellen en handhaven van wettelijke eisen met betrekking tot afsluiting. Die pleidooien hebben geleid tot verbeteringen van de Gaswet, de Elektriciteitswet 1999 en de Drinkwaterwet op dit punt. Als Kamerlid lukte het me om dit in 2008 via amendering te regelen. De Warmtewet is op dit moment nog niet van kracht, maar ook deze zal een bepaling bevatten over de zorgvuldigheidseisen bij het afsluiten van warmtelevering.
Van 20-23 februari 2008 bracht ik met de vaste kamercommissie voor wonen, wijken en integratie een werkbezoek aan Londen en Birmingham, rond het thema wijkaanpak. In Engeland heeft de overheid zich sinds de jaren 80 in hoge mate teruggetrokken uit de woningmarkt. Woningcorporaties hebben een veel kleiner marktaandeel dan in Nederland. De Engelse praktijk is dus interessant als voorbeeld van de mogelijke effecten van een afbraak van de sociale huursector.
Biomassa speelt een toenemende rol als grondstof voor vloeibare brandstoffen, elektriciteitsproductie en als vervanger van fossiele grondstoffen bij de productie van plastics. Daar zitten positieve kanten aan, omdat het de afhankelijkheid van aardgas, olie en steenkool vermindert. Maar grootschalige productie van biomassa voor industriële toepassingen heeft ook vele schaduwkanten, met name in de ontwikkelingslanden. Oerbossen worden kaalgekapt voor de aanleg van plantages. De bewoners van deze gebieden worden goedschiks of kwaadschiks van hun land verdreven. De ecologische kwaliteit van de plantages is bedroevend in vergelijking met de oorspronkelijke vegetatie. Alle reden voor grote waakzaamheid.
Van 20-23 oktober 2013 bracht ik met mijn collega’s Mariette Hamer en Jan Vos (PvdA), Renè Leegte (VVD), Stientje van Veldhoven (D66), Agnes Mulder (CDA) en Liesbeth van Tongeren (GL) een werkbezoek aan Noorwegen, rond het thema energie. In dit dossier vind je de gebundelde verslagen van de bezoeken die we in het kader van dit werkbezoek aflegden.
Het Powerhouse project van architectenbureau Snohetta richt zich o/m op het energieneutraal maken van de bestaande gebouwenvoorraad.
Tussen oktober 2010 en september 2012 verzorgde ik samen met Betty de Boer (VVD) een dubbelcolumn voor nvm.nl, de internetsite van de Nederlandse Vereniging van Makelaars. Het is een aardige samenbundeling van twee volstrekt verschillende visies op de woningmarkt. Na de verkiezingen van september 2012 zet ik de dubbelcolumn voort met Barbara Visser, de nieuwe woordvoerder koopsector van de VVD.
Een eigen woning is een ideaal voor veel mensen. Of zo’n paleisje betaalbaar is hangt in belangrijke mate af van de wijze van financiering, de financieringskosten en de fiscale aspecten van de financiering en het bezit (hypotheekrenteaftrek, overdrachtsbelasting, eigenwoningforfait). In dit dossier vind je alles (van mijn hand) over de hypotheekrenteaftrek, de renteontwikkeling en de hoogte van de rente, de Nationale Hypotheekgarantie (NHG), erfpacht, taxaties, de starterslening en andere SVn-producten en bijzondere koopconstructies als maatschappelijk gebonden eigendom en zijn opvolger Koopgarant.
een van de redenen dat na de financiële crisis van 2008 veel woningeigenaren met hun hypotheek “onder water” stonden was de explosieve groei van de aflossingsvrije hypotheek in de periode na 2000-2010. Die groei is per januari 2013 gestuit door de aangepaste hypotheekrenteaftrek.
Het gemiddeld benodigde productievermogen voor elektriciteit in Nederland ligt in de orde van 20 Gigawatt: 20.000.000.000 Watt (2008). Fossiele en nucleaire elektriciteitscentrales die een groot deel van deze stroom produceren zetten gemiddeld maar de helft van de verbruikte primaire energie in elektriciteit om. De andere helft verdwijnt als koelwater de rivier of de zee in, of wordt weggekoeld via koeltorens. Voor de Nederlandse industrie geldt hetzelfde: de benutting van de gebruikte warmte bij productieprocessen ligt vaak ver onder de 50%.
met de warmte die nu in de Europoort/Botlek de plomp en de lucht in gaat kan je alle Nederlandse woningen en andere gebouwen verwarmen
Vestia. Woonbron. Rochdale. Veel mensen herinneren zich nog wel de ontsporingen van deze woningcorporaties, die uiteindelijk tot de parlementaire enquete woningcorporaties geleid heeft. Maar ver voor de Kamer de motie Van Bochove aannam, waarin besloten werd tot deze enquete, waren er al signalen dat sociale verhuurders afdwaalden van hun kerntaken. Het interne en externe toezicht schoot tekort, met als gevolgen: hobbyisme, risicovolle nevenactiviteiten en integriteitsschendingen. Die ontwikkeling was volgens mij geen toeval: na de nota Volkshuisvesting in de jaren negentig van Enneus Heerma waren de corporaties op afstand van de overheid geplaatst. Woningwetleningen en subsidies waren afgeschaft, verenigingen omgezet in stichtingen, schaalvergroting een doel op zich. De beloning van directeuren -nu directeur-bestuurder genoemd- en raden van commissarissen schoten omhoog. Bouwden corporaties vroeger vooral woningen, nu werd de verkoop van hun bezit (“uitponden”) onderdeel van de bedrijfsvoering. Sociale verhuurders moesten ondernemers worden en de overheid moest ze niet teveel op de vingers kijken. En huurders waren voortaan woonconsumenten, die moesten zich niet bemoeien met de strategie of de bedrijfsvoering van hun corporatie.
De tijd dat corporaties paleizen voor de arbeidersklasse bouwden ligt al weer een eeuw achter ons.
In dit dossier een overzicht van de ontsporingen die ik in de loop van de jaren voorbij zag komen en mijn verbeteringsvoorstellen om de maatschappelijke verankering van de corporaties op een hoger peil te brengen.
Algemene artikelen over (verbetering) aansturing en toezicht op corporaties