In juni vorig jaar nam de Tweede Kamer een motie van Staf Depla (PvdA) en Arda Gerkens (SP) aan, waarin een “nee-tenzij” wordt uitgesproken over fusie van woningcorporaties tot verhuurders met méér dan 10.000 woningen. Ondanks dat er daarna óók nog een debat aan gewijd is, sabotteerde het kabinet B-II de uitvoering van deze kameruitspraak. Gevolg: corporaties zien hun kans schoon. Samen met Staf ga ik het nieuwe kabinet herinneren aan deze uitspraak.
directeur Erik Staal van megacorporatie Vestia: 72.000 woningen, bezoldiging €438.000 (2005)
Op 31 januari schreef ik over het plan van Aedes, vereniging van de woningcorporaties, om 600 miljoen euro uit te trekken voor huurkortingen aan huurders met lage inkomens, en ook véél extra geldt uit trekken voor investeringen in stadsvernieuwing en energiebesparing.
Toen vroeg ik me al af hoe de kleine lettertjes van dit voorstel er uit zien. Dat is inmiddels duidelijk. Ze willen een “ruimer huurbeleid”. Lees verder “Aap uit mouw”
Na de verzelfstandiging van de corporatiesector in 1994 is de schaalvergroting in een stroomversnelling geraakt. Tegelijkertijd legt de vereniging als rechtsvorm het loodje: bijna alle corporaties zijn tegenwoordig een stichting. Zowel door de schaalvergroting als door het omzetten van de rechtsvorm wordt de invloed van de huurders op het beleid ondermijnd.
Vestia -de grootste corporatie van Nederland- ging ten onder na speculatie met derivaten; deugdelijke interne controle bleek afwezig; de rekening werd betaald door de huurders.
Vestia. Woonbron. Rochdale. Veel mensen herinneren zich nog wel de ontsporingen van deze woningcorporaties, die uiteindelijk tot de parlementaire enquete woningcorporaties geleid heeft. Maar ver voor de Kamer de motie Van Bochove aannam, waarin besloten werd tot deze enquete, waren er al signalen dat sociale verhuurders afdwaalden van hun kerntaken. Het interne en externe toezicht schoot tekort, met als gevolgen: hobbyisme, risicovolle nevenactiviteiten en integriteitsschendingen. Die ontwikkeling was volgens mij geen toeval: na de nota Volkshuisvesting in de jaren negentig van Enneus Heerma waren de corporaties op afstand van de overheid geplaatst. Woningwetleningen en subsidies waren afgeschaft, verenigingen omgezet in stichtingen, schaalvergroting een doel op zich. De beloning van directeuren -nu directeur-bestuurder genoemd- en raden van commissarissen schoten omhoog. Bouwden corporaties vroeger vooral woningen, nu werd de verkoop van hun bezit (“uitponden”) onderdeel van de bedrijfsvoering. Sociale verhuurders moesten ondernemers worden en de overheid moest ze niet teveel op de vingers kijken. En huurders waren voortaan woonconsumenten, die moesten zich niet bemoeien met de strategie of de bedrijfsvoering van hun corporatie.
De tijd dat corporaties paleizen voor de arbeidersklasse bouwden ligt al weer een eeuw achter ons.
In dit dossier een overzicht van de ontsporingen die ik in de loop van de jaren voorbij zag komen en mijn verbeteringsvoorstellen om de maatschappelijke verankering van de corporaties op een hoger peil te brengen.
Algemene artikelen over (verbetering) aansturing en toezicht op corporaties
Op 1 januari 2000 vielen corporatie-directeuren niet langer onder de CAO woningcorporaties. Daar werden allerlei hoogdravende argumenten voor aangevoerd, zoals ‘Een directeur-bestuurder is vertegenwoordiger van de werkgever, die kan niet tegelijk werknemer zijn.’
Waarom slopen woningcorporaties zoveel betaalbare complexen waar hun huurders en woningzoekenden nog graag willen wonen? Een van de populairste SP-affiches van het afgelopen decennium was “Slopen=Bezopen”. In veel gevallen heeft actie van de huurders geleid tot het behoud van hun wijk.