Op 1 januari 2009 was tussen 70 en 75% van alle Nederlandse huishoudens klant van een van de vier publieke energiebedrijven: Essent, NUON, Eneco en Delta. Maar de eigenaren -provincies en gemeenten- wilden hun aandelen cashen, ook al zetten ze daarmee de toekomst van een basisvoorziening op het spel.
CO2-afvang en -opslag was een hoeksteen van het klimaatbeleid van milieuminister Cramer (PvdA) en haar EZ-collega Van der Hoeven (CDA). Volgens de ministers hebben we CCS nodig als overgangstechnologie, zolang duurzame technieken nog niet volwassen zijn. Ik vind dat onzin.
Van 15-19 december 2009 vond in Kopenhagen de 15e klimaatconferentie van de Verenigde Naties plaats. Ik woonde als lid van de Nederlandse parlementaire delegatie de conferentie bij. Lees hier de verslagen over de debatten in de aanloop naar Kopenhagen en mijn dagboek ter plekke.
In 11% van de Nederlandse woningen hebben de installaties (gas, elektriciteit, ventilatie, water) of daarmee verbonden apparaten een zodanig gebrek dat dit kan leiden tot een dodelijk ongeval (TNO, 2007). De belangrijkste risicobron vormen de gasinstallatie en open verbrandingstoestellen (gaskachels, geisers, verouderde CV-ketels). Ik ben voorstander van een verbod op de plaatsing van nieuwe open verbrandingstoestellen en een APK voor woninginstallaties. Lees hier waarom!
In december 2007 bezocht ik als lid van de Nederlandse parlementaire delegatie de VN-klimaattop in Bali. Lees hier de verslagen van de debatten in de aanloop naar de klimaattop, en het dagboek dat ik ter plekke bij hield.
ovationeel applaus van de plenaire vergadering bij de klimaatconferentie van Bali, na het aannemen van het Besluit
Wind-op-land is op dit moment in Nederland na biomassa -waarvan de duurzaamheidsclaim discutabel is- de meest rendabele vorm van hernieuwbare energie. Naar verwachting zal wind op land vóór 2020 zonder (SDE-)subsidie rendabel zijn. Voor wind op zee wordt het breakeven point naar verwachting vijf tot tien jaar later bereikt.
De artikelen van voor 2014 in dit dossier heb ik geschreven als woordvoerder energie en Tweede Kamerlid van de SP.
Mijn standpunt omschreef ik destijd als volgt: “Per saldo vindt de SP het op dit moment niet verstandig om te investeren in een nieuwe kerncentrale. In plaats daarvan zou er prioriteit gegeven moeten worden aan energiebesparing en duurzame energie. Wel is het verstandig om publieke middelen te blijven investeren in onderzoek naar kernenergie. Het lijkt erop dat op afzienbare termijn veilige en energiezuinige kerncentrales beschikbaar komen. Dat zou een nuttige transitietechnologie kunnen zijn in de periode dat we overschakelen naar een duurzame energiehuishouding. Het artikel Kernenergie: hollen of stilstaan? (Spanning 11/2008) geeft een compacte samenvatting van onze visie.”
Inmiddels ben ik voorstander van de bouw van twee tot drie nieuwe kerncentrales, als onderdeel van een CO2-arme energiemix. De reden daarvoor is dat de urgentie van een snelle verlaging van de CO2-emmissies bij elektriciteitsproductie gegroeid is. Die omschakeling zal voor het grootste deel uit duurzame energie en energiebesparing moeten komen, maar voor het overbruggen van perioden zonder zon en wind -door Duitsers treffend omschreven als Dunkelflaute- is kernenergie de enige CO2-arme techniek die zoden aan de dijk zet. Meer over mijn afwegingen van voor- en nadelen vind je in het recentere artikel Beperkte inzet kernenergie ook in Nederland verantwoord.
In Frankrijk is kernenergie ook in 2023 nog de nr.1 bron voor elektriciteitsproductie
“Alleen de zon gaat voor niets op” luidt het spreekwoord. In Nederland bedraagt de ingestraalde zonneenergie gemiddeld over het jaar, dag en nacht zo’n 100 Watt/m2. Met een fractie van die gratis energie zouden we kunnen voorzien in onze totale energiebehoefte. We moeten alleen investeren in technieken om dat potentieel om te zetten in elektriciteit, warmte of biomassa. Dat is een interessante uitdaging voor wetenschappers, economen en politici met een vooruitziende blik. De SP is groot voorstander van het verruimen van de middelen voor energieonderzoek, proefprojecten en een feedin-tarief om de uitrol van duurzame energiebronnen te versnellen.
Zeker: hij is erg slim. Voor de energiebedrijven. Die kunnen op afstand aflezen, op afstand afknijpen en op afstand afsluiten. De beloofde voordelen voor de consument, zoals energiebesparing, zijn voorlopig nog gebakken lucht. Maar dankzij een SP-motie komt daar wellicht op afzienbare termijn verandering in.
Veel maatschappelijk debat gaat over het energieverbruik (en de energierekening) van huishoudens. Interessant natuurlijk, ook in politiek opzicht, want er wonen meer dan acht miljoen huishoudens in Nederland. Toch zouden we bij het klimaatbeleid en energiebesparing wat meer oog moeten hebben voor de grootverbruikers. Want de energieconsumptie van de top-10 grootverbruikers is groter dan die van alle huishoudens bij elkaar.
Tata Steel is de grootste energieverbruiker van energie. Het bedrijf behoort tot het fundament van de Nederlandse industrie, maar boekt onvoldoende vooruitgang bij het verduurzamen van de productie. Een effectieve strategie om daar verandering in te brengen maakt gebruik van de zweep én de suikerpot.
Wie zijn de grootverbruikers? Allereerst alle elektriciteitscentrales die draaien op fossiele brandstoffen. Dan een deel van de industrie: basischemie, basismetaal, kunstmest, baksteen en keramische pannen, papier en zout. Met name voor industrie die hoge temperaturen nodig heeft voor zijn processen is het nog niet zo simpel om over te schakelen op alternatieve productiemethoden. Zeker bij de basischemie, die fossiele brandstoffen ook inzet als grondstof. Maar het kan wel. Veel eenvoudiger is de aanpak voor industrieën die met lagere temperaturen werken, zoals de zout- en papierindustrie. Een bijzondere grootverbruiksector zijn de datacentra, die alleen elektriciteit gebruiken.
Ook buiten de industrie zijn er sectoren die grootverbruikers van energie zijn, zoals de glastuinbouw, de luchtvaart, binnenvaart en zeescheepvaart.
De transformatie van energie-intensieve sectoren naar een meer duurzame bedrijfsvoering schiet veel minder hard op dan gewenst, door ongewenste energiesubsidies. Die subsidies werden altijd gemotiveerd met het argument van de internationale concurrentie uit landen die nóg meer subsidies uitdelen. Inmiddels zijn de energiesubsidies voor grootverbruikers in Nederland op hun retour, waarbij ik er voorstander van ben een deel van de opbrengst van deze afbouw te herinvesteren in subsidieregelingen voor (of participatie in) de verduurzaming van grootverbruikers die van strategisch belang zijn voor de Nederlandse economie. Dat heeft twee positieve effecten: je voorkomt dat strategische industrie vertrekt én je verlaagt sneller de CO2-voetafdruk van de industrie.
Een positief effect op de energietransitie van de grootverbruikers heeft de Europese emissiehandel in CO2-rechten. Daarover vind je ook een aantal artikelen in dit dossier. Tenslotte is een thema dat van belang is in verband met de verduurzaming van de grootverbruikers CO2-afvang en opslag. Lees daarover meer in het dossier CCS.