Zeker: hij is erg slim. Voor de energiebedrijven. Die kunnen op afstand aflezen, op afstand afknijpen en op afstand afsluiten. De beloofde voordelen voor de consument, zoals energiebesparing, zijn voorlopig nog gebakken lucht. Maar dankzij een SP-motie komt daar wellicht op afzienbare termijn verandering in.
Veel maatschappelijk debat gaat over het energieverbruik (en de energierekening) van huishoudens. Interessant natuurlijk, ook in politiek opzicht, want er wonen meer dan acht miljoen huishoudens in Nederland. Toch zouden we bij het klimaatbeleid en energiebesparing wat meer oog moeten hebben voor de grootverbruikers. Want de energieconsumptie van de top-10 grootverbruikers is groter dan die van alle huishoudens bij elkaar.
Tata Steel is de grootste energieverbruiker van energie. Het bedrijf behoort tot het fundament van de Nederlandse industrie, maar boekt onvoldoende vooruitgang bij het verduurzamen van de productie. Een effectieve strategie om daar verandering in te brengen maakt gebruik van de zweep én de suikerpot.
Wie zijn de grootverbruikers? Allereerst alle elektriciteitscentrales die draaien op fossiele brandstoffen. Dan een deel van de industrie: basischemie, basismetaal, kunstmest, baksteen en keramische pannen, papier en zout. Met name voor industrie die hoge temperaturen nodig heeft voor zijn processen is het nog niet zo simpel om over te schakelen op alternatieve productiemethoden. Zeker bij de basischemie, die fossiele brandstoffen ook inzet als grondstof. Maar het kan wel. Veel eenvoudiger is de aanpak voor industrieën die met lagere temperaturen werken, zoals de zout- en papierindustrie. Een bijzondere grootverbruiksector zijn de datacentra, die alleen elektriciteit gebruiken.
Ook buiten de industrie zijn er sectoren die grootverbruikers van energie zijn, zoals de glastuinbouw, de luchtvaart, binnenvaart en zeescheepvaart.
De transformatie van energie-intensieve sectoren naar een meer duurzame bedrijfsvoering schiet veel minder hard op dan gewenst, door ongewenste energiesubsidies. Die subsidies werden altijd gemotiveerd met het argument van de internationale concurrentie uit landen die nóg meer subsidies uitdelen. Inmiddels zijn de energiesubsidies voor grootverbruikers in Nederland op hun retour, waarbij ik er voorstander van ben een deel van de opbrengst van deze afbouw te herinvesteren in subsidieregelingen voor (of participatie in) de verduurzaming van grootverbruikers die van strategisch belang zijn voor de Nederlandse economie. Dat heeft twee positieve effecten: je voorkomt dat strategische industrie vertrekt én je verlaagt sneller de CO2-voetafdruk van de industrie.
Een positief effect op de energietransitie van de grootverbruikers heeft de Europese emissiehandel in CO2-rechten. Daarover vind je ook een aantal artikelen in dit dossier. Tenslotte is een thema dat van belang is in verband met de verduurzaming van de grootverbruikers CO2-afvang en opslag. Lees daarover meer in het dossier CCS.
Nederland telt zo’n 8 miljoen woningen en jaarlijks komt daar ongeveer 1% bij. Het huishoudelijk energieverbruik, gekoppeld aan die woningen bedraagt zo’n 14% van het totale verbruik in NL [bron: compendium van de leefomgeving]. Hoewel dat aandeel veel kleiner is dan de 40% van de industrie, is het toch de moeite waard om het verbruik te verlagen en het restant ter plekke op te wekken. Waarom? 1 je kan met relatief simpele maatregelen -beproefde techniek- het energieverbruik terugbrengen: warme jas, tochtvrij, benutten van zonnewarmte in de winter, benutten schaduwwerking in de zomer. 2 huishoudens betalen in vergelijking met bedrijven heel veel voor hun ingekochte energie. Dat maakt besparing en eigen opwek al snel lucratief. 3 Veel energiemaatregelen in/aan de woning verbeteren ook het binnenklimaat: het tocht niet meer, je smelt niet meer in de zomermaanden en hebt geen last van vocht in de hoeken van de kamer.