Waarom slopen woningcorporaties zoveel betaalbare complexen waar hun huurders en woningzoekenden nog graag willen wonen? Een van de populairste SP-affiches van het afgelopen decennium was “Slopen=Bezopen”. In veel gevallen heeft actie van de huurders geleid tot het behoud van hun wijk.
De verdeling van betaalbare woonruimte, zowel in de huur- als in de koopsector, is geregeld in de Huisvestingswet. Regionale huisvestingsverordeningen zijn gebaseerd op deze wet. De Rotterdamwet biedt gemeenten de mogelijkheid om wijken “met bijzondere grootstedelijke problematiek” op slot te gooien voor woningzoekenden met een laag inkomen.
zoeken naar een woning: in sommige gemeenten letterlijk een kansspel
Sinds de financiele verzelfstandiging in 1993 verkopen woningcorporaties huurwoningen. Daaraan lagen verschillende motieven ten grondslag. Soms was het argument dat de kernvoorraad groter was dan de doelgroep. Soms omdat het aandeel huur in een wijk te hoog was. Maar steeds vaker omdat de opbrengst uit de verkoop nodig is om de begroting sluitend te krijgen. Al dan niet na mislukte megaprojecten, zoals bij Woonbron (Rotterdam), Servatius (Maastricht) en Vestia (Rotterdam/Den Haag). Of ten gevolge van de verhuurderheffing van minister Blok, die jaarlijks een greep van €1,7 miljard in de beurs van de corporaties doet.
midden: gerenoveerde huurwoning, geflankeerd door twee niet-gerenoveerde verkochte huurwoningen (Zuiderzeewijk Lelystad)
Het verhaal van de Rotterdamse woningcorporatie Woonbron die een cruiseschip aankocht om het in het kader van de wijkaanpak te ontwikkelen tot een “icoon voor Rotterdam Zuid”. Waarna de kosten geen €6 miljoen, maar meer dan €200 miljoen bleken te bedragen. De SP, die van meet af aan scherpe kritiek had op deze nevenactiviteit, werd beschuldigd van stemmingmakerij. Tot minister Vogelaar aftrad en de volle omvang van de catastrofe duidelijk werd.
Leuke icoon voor de haven van Rotterdam. Betaald door de armste huurders van de havenstad.
In Nederland zijn eigenaren van appartementen verplicht om lid te worden van een vereniging van eigenaren (VvE). Dat is geregeld in Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek, titel appartementsrechten. Zo’n vereniging is bedoeld om zorg te dragen voor het beheer en onderhoud van gemeenschappelijke voorzieningen: het onderhoud van bv. dak, goten en hemelwaterafvoeren, de lift en de gemeenschappelijke verwarmingsinstallatie. Maar ook de schoonmaak van de gangen en trappenhuizen en het beheer van een parkeergarage kan tot de taken van een VvE behoren.
simpele check of een VvE fatsoenlijk functioneert: de VvE-meter
Eind jaren zestig kwam het kraken op als protestvorm tegen de leegstand van en speculatie met gebouwen, en tegen de lakse manier waarop sommige eigenaren (opvallend vaak: overheden) omgingen met erfgoed. Als reactie op een aantal rechterlijke uitspraken, die ontruiming van gekraakte gebouwen verboden bij het ontbreken van een concreet gebruiks- of verbouwingsplan, ontstond in de jaren 90 het gebruikscontract/beheercontract (“anti-kraak”). En een nieuwe loot aan de rechteloze-huurder-boom is de tijdelijke verhuur, nu de mogelijkheden door een aanpassing van de leegstandswet steeds verder zijn opgerekt.
filmhuis ’t Hoogt in Utrecht: door krakers gered van de sloop
Stel: je maakt in het regeerakkoord de wijkaanpak tot een topprioriteit voor Balkenende-IV. Maar je vergeet ook maar één cent voor deze topprioriteit te reserveren. Wat nu? Bedenk een list: laat de woningcorporaties opdraaien voor de kosten van jouw mooie plannetjes, zodat de huurders gaan betalen voor de wijkagenten, inburgeringscursussen of reintegratietrajecten in hun wijk. Want de miljonair in Wassenaar heeft geen zin om daaraan mee te betalen.
De Nederlandse huurder is de flappentap van Wouter Bos
In vele bewoordingen is afgelopen jaren verkondigd dat de woningmarkt “… op slot zit.” Scheefwoners zouden een groot deel van de sociale huurvoorraad bevolken, er gaapt een gat tussen de huur- en de koopsector en de hypotheekaftrek drijft de prijzen in de koopsector op. Wat is mythe, wat de werkelijkheid? Lees er meer over in het dossier woningmarkt. Mijn eigen visie over de aanpak van de woningnood lees je in Bouwen, bouwen, bouwen
Meer dan een half miljoen woningen die gefundeerd zijn op houten palen dreigen door hun hoeven te zakken wegens bacteriële aantasting en paalrot door lagere grondwaterstanden. Is dat alleen een probleem van de eigenaar, of moet de overheid ook een handje helpen bij de oplossing? Wat mij betreft wel.
Ik heb in mijn tijd als Kamerlid veel energie gestoken in pleidooien voor een gestructureerde aanpak van funderingsherstel, geïnspireerd door het initiatief van Ad van Wensen (RIP) in Dordrecht. Belangrijkste concrete resultaat was de cofinanciering van het KCAF door het Rijk na een SP-CDA-PvdA motie.
Veel nuttige informatie is te vinden op het funderingsloket van het KennisCentrum Aanpak Funderingsherstel.
UPDATE 23 oktober 2023
De actuele stand van zaken kan je lezen in de brief voortgang aanpak funderingsproblematiek d.d. 9 oktober van demissionair minster De Jonge aan de Tweede Kamer. 16 jaar na mijn eerste artikel over dit onderwerp is de voortgang nog steeds tergend langzaam. Nu mag de Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur weer gaan adviseren over een “samenhangende aanpak”. Positief is dat er een aantal verbeteringen worden doorgevoerd in de werking van het Fonds Duurzaam Funderingsherstel. Daar maakten door allerlei bureaucratische drempels afgelopen jaren maar 60 woningeigenaren gebruik van.
UPDATE 23 juni 2024
De Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur heeft, op verzoek van de minister van Binnenlandse Zaken, een advies Goed gefundeerd uitgebracht, over de rol voor de overheid bij een gestructureerde aanpak van de funderingsproblematiek in Nederland. De vier belangrijkste aanbevelingen van de RLI: er moet op korte termijn betrouwbare funderingsinformatie voor alle gebouwen in NL beschikbaar komen; gezamenlijke inzet van overheden is onmisbaar, langs vijf sporen (beschikbaarheid van risico-informatie over funderingsschade verbeteren; funderingsschade voorkomen; maatschappelijke problemen voorkomen door ondersteuning en ontzorging; subsidie- en leenmogelijkheden creëren voor schade- en funderingsherstel; zorgen voor gezamenlijke en krachtige uitvoering); de kosten aan de kant van de Rijksoverheid raam de RLI voor de periode 2024-2035 op €12 miljard.
In het hoofdlijnenakkoord van coalitiepartijen PVV, VVD, NSC en BBB wordt geen woord besteed aan de conclusies die zij verbinden aan het RLI advies. Daar wordt dus ook (nog) geen cent voor uitgetrokken (bron: Hoofdlijnenakkoord mist concrete oplossing funderingsproblematiek).