Veel mensen denken dat er in Nederland nauwelijks meer iets geproduceerd wordt, dat we hier leven van handel en dienstverlening. Dat is een misverstand. Ik was gisteren samen met Paul Lempens en regionale en lokale SP-volksvertegenwoordigers op bezoek bij Nyrstar in Budel.
de opslag van gereed product heeft wel wat weg van fort Knox. Alleen liggen er geen goud-staven maar zinkbroodjes.
Tussen 1972 en 1984 woonde ik in Eindhoven. Voor mijn gevoel ben ik er nog helemaal niet zo lang weg. Maar als je door de stad loopt lijkt het al lichtjaren geleden. Een van de vele gesloopte gebieden is de havenbuurt rond de kop van het Eindhovens kanaal, waar ik jaren in de Havenstraat woonde. Tegenover het blokje links stond vroeger de Opelgarage. In een van de bovenwoningen woonde ik in de jaren 70
Samen met collega’s van CDA en Christenunie heb ik gisteren schriftelijke vragen gesteld aan minister Van der Hoeven, over subsidies die in een aantal Europese landen worden uitgedeeld aan de energie-intensieve industrie. Die subsidies zorgen voor oneerlijke concurrentie met Nederlandse bedrijven in dezelfde branches.
Natuursteen staat niet bekend als een isolatiemateriaal. Maar je kan het er wel van maken. In Roermond staat een van de grootste steenwolfabrieken van Europa.
Helianthos in Arnhem (dochter van NUON/Vattenfall) maakt zonnepanelen. Hoewel: dat woord dekt de lading niet goed. Misschien kan hun product beter omschreven worden als PV-dakbedekking. Ik was er woensdag op bezoek.
In gesprek met plantmanager Gert Jan Jongerden voor de enige machine in de fabriek die niet zó geheim is, dat het verboden is om hem te fotograferen…
Een eyeopener tijdens de masterclass was voor mij het verhaal van Andrzej Stankiewicz, hoogleraar procesintensificatie en directeur van Europic, een onderzoeksprogramma dat zich met name richt op de chemie en voedselindustrie. Daarvoor werkte hij twintig jaar bij DSM (tegenwoordig: Sabic).
Afgelopen vrijdag was ik op bezoek bij Hoogovens, om te praten over hun energie/klimaatbeleid en legionellapreventie. Maar natuurlijk kwam ook de situatie op de staalmarkt en de gevolgen van de overname van de Corusgroep door het Indiase Tata-concern aan de orde.
Twee van de manieren om de energievoorziening te verduurzamen zijn de omschakeling naar biomassa als brandstof voor elektriciteitsproductie en naar biobrandstoffen die gemaakt worden uit landbouwproducten. Inmiddels blijkt dat de import van biomassa (bv. palmolie), bio-ethanol (uit suikerriet) of biodiesel (uit o.m. sojaolie) uit ontwikkelingslanden grote nadelen heeft: verdringing van voedselproductie, aantasting ecosystemen, soms ook een lager all-in CO2 rendement dan beloofd.
De productie van biobrandstoffen uit binnenlandse reststromen lijkt deze nadelen niet te hebben. Vandaag was ik op bezoek bij Nedalco in Sas van Gent, die bioethanol willen gaan maken uit een reststof van de zetmeelindustrie.
Ik ben gisteren op bezoek geweest bij Brabant Alucast in Oss. In 1952 opgericht als ijzergieterij, met name voor de autoindustrie. De autoindustrie is ruim 50 jaar later nog steeds de grootste klant, al is het ijzer inmiddels vervangen door hoogwaardige aluminium- en magnesiumlegeringen. Enkele jaren geleden werd daarmee zelfs BMW als grote klant binnengehaald.
Veel maatschappelijk debat gaat over het energieverbruik (en de energierekening) van huishoudens. Interessant natuurlijk, ook in politiek opzicht, want er wonen meer dan acht miljoen huishoudens in Nederland. Toch zouden we bij het klimaatbeleid en energiebesparing wat meer oog moeten hebben voor de grootverbruikers. Want de energieconsumptie van de top-10 grootverbruikers is groter dan die van alle huishoudens bij elkaar.
Tata Steel is de grootste energieverbruiker van energie. Het bedrijf behoort tot het fundament van de Nederlandse industrie, maar boekt onvoldoende vooruitgang bij het verduurzamen van de productie. Een effectieve strategie om daar verandering in te brengen maakt gebruik van de zweep én de suikerpot.
Wie zijn de grootverbruikers? Allereerst alle elektriciteitscentrales die draaien op fossiele brandstoffen. Dan een deel van de industrie: basischemie, basismetaal, kunstmest, baksteen en keramische pannen, papier en zout. Met name voor industrie die hoge temperaturen nodig heeft voor zijn processen is het nog niet zo simpel om over te schakelen op alternatieve productiemethoden. Zeker bij de basischemie, die fossiele brandstoffen ook inzet als grondstof. Maar het kan wel. Veel eenvoudiger is de aanpak voor industrieën die met lagere temperaturen werken, zoals de zout- en papierindustrie. Een bijzondere grootverbruiksector zijn de datacentra, die alleen elektriciteit gebruiken.
Ook buiten de industrie zijn er sectoren die grootverbruikers van energie zijn, zoals de glastuinbouw, de luchtvaart, binnenvaart en zeescheepvaart.
De transformatie van energie-intensieve sectoren naar een meer duurzame bedrijfsvoering schiet veel minder hard op dan gewenst, door ongewenste energiesubsidies. Die subsidies werden altijd gemotiveerd met het argument van de internationale concurrentie uit landen die nóg meer subsidies uitdelen. Inmiddels zijn de energiesubsidies voor grootverbruikers in Nederland op hun retour, waarbij ik er voorstander van ben een deel van de opbrengst van deze afbouw te herinvesteren in subsidieregelingen voor (of participatie in) de verduurzaming van grootverbruikers die van strategisch belang zijn voor de Nederlandse economie. Dat heeft twee positieve effecten: je voorkomt dat strategische industrie vertrekt én je verlaagt sneller de CO2-voetafdruk van de industrie.
Een positief effect op de energietransitie van de grootverbruikers heeft de Europese emissiehandel in CO2-rechten. Daarover vind je ook een aantal artikelen in dit dossier. Tenslotte is een thema dat van belang is in verband met de verduurzaming van de grootverbruikers CO2-afvang en opslag. Lees daarover meer in het dossier CCS.