Sinds april 2022 ben ik een van de drie bestuursleden van de Toelatingsorganisatie Kwaliteitsborging Bouw (TloKB). Dat is de publieke waakhond bij het geprivatiseerde toezicht in de bouw, ingevoerd per 1 januari 2024. Voorlopig alleen voor eenvoudige nieuwbouw projecten (gevolgklasse 1 BBL/Bouwbesluit). Dat stuit bij de oude toezichthouder (bouw- en woningtoezicht gemeenten) op veel kritiek, zo blijkt uit een recente enquete van Binnenlands Bestuur. Lees hier mijn reactie op de enquete in BB van gisteren. Omdat deze reactie wat ingekort moest worden vind je hieronder de volledige tekst.

Vroeger was alles beter. Toch?
90 van de 150 gemeentelijke ambtenaren die meegewerkt hebben aan een recente enquête van Binnenlands Bestuur (BB) zijn ongerust over het nieuwe stelsel op het bouwtoezicht: “bang dat er een keer iets misgaat”[1]. Deze ambtenaren hebben weinig vertrouwen in de werkwijze van de kwaliteitsborger en het stelsel als geheel. Ze zijn bang dat gemeenten als Bevoegd Gezag de schuld krijgen bij calamiteiten, terwijl ze niet meer verantwoordelijk zijn voor het toezicht tijdens de bouw. Snijdt al die kritiek hout?
Als we afgaan op de feiten is dat nog niet met zekerheid te zeggen. De Wet Kwaliteitsborging Bouw (WKB) is per 1-1-2024 in werking getreden. Alleen voor nieuwbouwprojecten in gevolgklasse 1 (de relatief simpele projecten). Omdat er bij nieuwe wetgeving altijd strategisch gedrag optreedt -ontwikkelaars dienen vlak voor de deadline nog veel projecten onder het oude regime in- begon de stroom startmeldingen pas rond de zomer van 2024 te groeien. Gezien de doorlooptijd van projecten betekent dit dat er begin 2026 nog alleen kleine projecten opgeleverd zijn onder het nieuwe regime. Veel van de opvattingen en conclusies die door deelnemers aan de enquête in het BB-artikel gedeeld werden zijn vooral gebaseerd op verwachtingen, niet op feiten.
De Toelatingsorganisatie Kwaliteitsborging Bouw (TloKB), de publieke waakhond in het nieuwe stelsel, is in 2024 gestart met de monitoring van relevante beleidsinformatie. Allereerst over het toezicht op de particuliere partijen -instrumentaanbieders en kwaliteitsborgers- die de spil van het systeem vormen. Natuurlijk ook van de sancties die opgelegd worden bij partijen die zich niet aan de kwaliteitseisen houden. Daarnaast doen we steekproefgewijs (5%) onderzoek op bouwplaatsen naar de kwaliteit van de projecten. Daarover rapporteren we in ons jaarverslag, wat naarmate de projectstroom groeit een steeds beter beeld geeft van de kwaliteit van de Nederlandse bouwproductie. Voor alle duidelijkheid: de TloKB-bevoegdheid om sancties op te leggen beperkt zich tot de private partijen in de kwaliteitsketen. Met name de instrumentaanbieders en indirect ook de kwaliteitsborgers. De gemeenten zijn en blijven als Bevoegd Gezag verantwoordelijk voor het opleggen van sancties bij bouwprojecten die bij oplevering niet aan de wettelijke eisen voldoen. Èn voor het toezicht op de bestaande gebouwenvoorraad. Bij nieuwbouw in gevolgklasse 1 is de verandering dat ze zich daarbij vanaf 1-1-2024 moeten baseren op informatie van kwaliteitsborgers in plaats van hun eigen ambtenaren.
TloKB heeft ook de ambitie om de afhandeling door het Bevoegd Gezag van non-conformiteits meldingen in kaart te brengen. Dat zijn situaties waarbij de kwaliteitsborger aan het eind van een project constateert dat het niet (geheel) aan het Besluit Bouwwerken Leefomgeving (BBL = het vroegere Bouwbesluit) voldoet. Burgemeester en Wethouders moeten dan besluiten of een bouwwerk tóch in gebruik kan worden genomen (“maatwerk”), of dat géén ingebruikname vergunning wordt afgegeven. Dat is een paardenmiddel dat je als wethouder natuurlijk alleen inzet als er sprake is van grote veiligheidsrisico’s (constructie, brandveiligheid, gezondheid). In andere gevallen kan de opdrachtgever het bouwwerk gewoon gaan gebruiken, maar behoudt wel het recht om -beter gedocumenteerd dan vroeger- de aannemer privaatrechtelijk aan te spreken op wanprestatie.
Toch hoor ik uit de geledingen van gemeenteambtenaren en wethouders hier heel opgewonden geluiden over, waarbij de beschuldigende vingers wijzen in de richting van “het nieuwe stelsel”. Dat is bijzonder, want ook vóór 1 januari 2024 kwam het om de haverklap voor dat een project niet -volledig- aan het BBL/Bouwbesluit voldeed. Dat werd gewoonlijk met de mantel der liefde bedekt, waardoor het voor de buitenwacht niet zichtbaar was. In het nieuwe stelsel wordt dit wel transparant gemaakt, inclusief de verschillen in beleid tussen gemeenten. Dat zou tot interessante discussies in de gemeenteraden kunnen leiden, waar het bouwtoezicht nu een non-onderwerp is. Wat mij betreft zéér gewenst, niet alleen voor nieuwbouw en verbouw, maar ook voor het toezicht op de bestaande voorraad, waar de risico’s verreweg het grootste zijn.
Natuurlijk zal de komende jaren nog moeten blijken of de WKB in alle opzichten werkt en of de TloKB zijn ambities gaat waarmaken. Maar het nieuwe stelsel is transparant, in tegenstelling tot de oude situatie waarbij gemeenten verantwoordelijk waren voor het bouwkundig toezicht. Sinds de afschaffing van het steekproef gewijze toezicht van de Inspectie VROM een jaar of 20 geleden is er geen enkel inzicht meer hoe gemeenten zelf hun toezichttaak invullen. Dat vind ík zorgwekkend. Allereerst omdat de grootste risico’s zich voordoen in gevolgklassen 2 en 3 (de ingewikkelde bouwwerken), bij verbouwing/renovatie van bestaande gebouwen en in de bestaande voorraad. Daar staan de gemeenten nog steeds zelf aan het roer. Een recente casus is de gedeeltelijke instorting van een parkeergarage in Nieuwegein, waarover de Onderzoeksraad voor Veiligheid medio 2025 rapporteerde. Maar een principiëler argument is dat de feitenbasis van het Bevoegd Gezag (ambtenaren, bestuurders, gemeenteraadsleden) in orde dient te zijn als basis van zijn wettelijke toezichttaak.
[1] Binnenlands Bestuur 22/2025 ‘Onderzoek Binnenlands Bestuur/ Vereniging Bouw- en Woningtoezicht: Grote onvrede over toezicht op de bouw’.
Meer artikelen over bouwtoezicht: zie dossier Bouwbesluit/BBL