Vereniging omwonenden windparken wil eerlijker verdeling lusten en lasten

Vanmiddag hield de Nederlandse Vereniging Omwonenden van Windparken (NLVOW) zijn startconferentie in de Utrechtse Jaarbeurs. Een prima initiatief waarin ruimte was voor debat tussen geharnaste voor- als tegenstanders van windenergie en omwonenden, die zich vaak overvallen voelen door projectontwikkelaars die eerst een deal sluiten met grondeigenaren en daarna op zoek gaan naar “draagvlak”.


wynpark Beabuorren in Friesland, een typisch bottom-up initiatief met een groot draagvlak in de omgeving.

Volgens voorzitter Albert Koers van NLVOW is zijn vereniging, anders dan NKPW, niet tegen windenergie. De vereniging wil de belangen van omwonenden van (toekomstige) windparken behartigen, zorgen voor betere geluidnormen en compensatieregelingen voor omwonenden. Da’s mooi, want dat vindt de SP ook. In de zaal merk je overigens dat een flink aantal leden van belangengroepen wel degelijk ook veronderstelt dat het wel meevalt met het klimaatprobleem en de betaalbaarheid van fossiele energie in de toekomst.

Juist daarom is zeer te waarderen dat emeritus-hoogleraar Wim Turkenburg en Geert Bosch (directeur Bosch & van Rijn, adviseurs in windenergie), uitgesproken voorstanders van windenergie, de discussie mogen aftrappen.
Turkenburg geeft een toelichting op de Global Energy Assessment (2012), waarbij hij eindverantwoordelijk was voor het hoofdstuk duurzame energie. Het GEA schat het realistische potentieel voor duurzame energieproductie op 3-10x het huidige mondiale energieverbruik. De investeringen in duurzaam groeit snel. In 2012 werd mondiaal 280GW (ongeveer 10x de Nederlandse productiecapaciteit) aan nieuwe elektriciteitsproductie gebouwd, waarvan al 51% hernieuwbaar was. Nederland staat nog betrekkelijk laag op de lijstjes van duurzame energie. Dat komt vooral omdat we nauwelijks beschikken over waterkracht en biomassa, en omdat ons land zeer dicht bevolkt is. Voor Nederland is windenergie de belangrijkste optie, zowel op land als op de Noordzee. Turkenburg is wel sceptisch over de 40% kostenreductie voor wind op zee, die het SER-akkoord veronderstelt voor de komende tien jaar: “Die is niet gebaseerd op wetenschappelijke studies.” Ook wijst hij op het verschil tussen energieproductie en opgesteld vermogen. Een totaal volume aan windparken van 10.000MW zal gemiddeld een productiecapaciteit van 2.500 tot 3.000 MW hebben: soms waait het hard, soms waait het niet. Bij 10.000MW heb je wel 9.300MW aan backupvermogen (of opslagcapaciteit) nodig voor de momenten dat het niet waait. Het efficiënter organiseren van backupvoorzieningen en opslag is de grote uitdaging voor de komende periode.

Hans Geleijns (LBP Sight) houdt een interessante inleiding over de achtergrond van de huidige geluidnormering voor windturbines in Nederland (de Lden en Lnight normen). Gevolgd door de bekende discussie over berekenen en meten. Net als bij luchtkwaliteit en geluidemissies van wegen en spoorlijnen hebben omwonenden het gevoel dat rekenmodellen naar het wenselijke resultaat toerekenen. Volgens Geleijns is dat niet zo. LBP Sight voert zelf ook veel controlemetingen uit bij gerealiseerde projecten en de gemeten emissies blijken in de regel in lijn met de berekende waarde. Uitzonderingen zijn de situaties waarin turbines een mankement hebben of niet goed ingeregeld zijn. Dat kan je met een meting simpel vaststellen.

Een andere stevige discussie wordt gewijd aan het onderwerp laagfrequent geluid. Volgens Geleijns bevat het geluidspectrum van windturbines relatief weinig emissie in de frequentiebanden onder 125Hz. Veel minder dan bv. vrachtwagens. Een heel ander geluid verwoord professor Mariana Alves-Pereira van de universiteit van Lissabon. Volgens Alves zijn er duidelijke gezondheidseffecten gemeten bij enkele Portugese casussen die haar vakgroep onderzocht heeft. Het leeuwendeel van haar onderzoek naar LFG heeft echter betrekking op blootstelling in arbeidssituaties, bv. bij piloten. Volgens Rob Rietkerk, directeur van de NLVOW, heeft de Belgische regering net besloten om te gaan participeren in internationaal onderzoek m.b.t. effecten van windparken op omwonenden. Ik zou het een goede zaak vinden als ook Nederland aansluit bij dat onderzoek.

De middag eindigde in een debat tussen Albert Koers, Rob Rietveld, Machiel de Graaf (PVV) en ondergetekende, met een stevige inbreng vanuit de zaal. Daarbij was een van de steeds terugkerende discussiepunten de manier waarop de meeste provincies omgaan met de 6.000MW wind-op-land taakstelling. Volgens bewoners is die top-down, óf wordt de invulling aan “de markt” overgelaten. Inmiddels is er in Friesland een initiatief van bewoners- en milieuorganisaties en NLVOW om een bottom-up alternatief voor de taakstelling te ontwikkelen, in plaats van de drie megawindparken waar het provinciebestuur nu op koerst.

Het standpunt van de SP is kort en goed: steun voor 6.000MW op land, mag wel wat meer tijd voor genomen worden; strenge wettelijke eisen aan geluid- en lichthinder, externe veiligheid; betere planologische inpassing van windparken, waarbij zoveel mogelijk gebundeld wordt met industrieterreinen en infrastructuur; betere verdeling lusten & lasten, waarbij omwonenden meer gaan profiteren van de opbrengsten, individueel en collectief; versnelling groei wind op zee, dat is in ons dichtbevolkte land de beste optie voor verdere groei van het windvermogen; voldoende investeren in onderzoek en productontwikkeling, zodat de kostprijs daalt en Nederlandse bedrijven een prominentere rol gaan spelen op markt voor bouw en onderhoud van windturbines.

Voor een verdere uitwerking van ons standpunt, zie: dossier wind

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: