masterclass natuur- en omgevingsrecht

Op een inspirerende locatie -het bezoekerscentrum van Natuurmonumenten bij de Nieuwkoopse Plassen- organiseerden de natuur- en milieuorganisaties vandaag een masterclass over natuur- en omgevingsrecht. Vijf kamerleden en vijftien medewerkers van kamerfracties werden bijgeschoold over de knelpunten in wetgeving, bij de uitvoering van de wetgeving en oplossingsrichtingen voor de ervaren knelpunten.


In juli jl. was ik ook al op werkbezoek bij de Nieuwkoopse Plassen, waar hoogheemraadschap Rijnland in samenwerking met de boeren uit het gebied investeert in een combinatie van waterkwaliteitsverbetering en natuurontwikkeling

Hoogleraar natuurbeschermings- en waterrecht Kees Bastmeijer begon zijn bijdrage met een korte historie van het natuurbeschermingsrecht. In de beginjaren beschermde dit recht natuur die men als nuttig beschouwde, terwijl bijvoorbeeld op het doden van een wolf juist een premie stond. In 1899 werd de Vogelbescherming opgericht als reactie op de heersende mode, waarbij op grote schaal veren van steeds zeldzamere vogelsoorten gebruikt werden voor het versieren van dameshoeden.

In de loop van de twintigste eeuw veranderde het principe achter de natuurwetgeving van “de mens als heerser” naar de “intrinsieke waarde van de natuur als beschermenswaardig goed”. De huidige discussie over de “knellende natuurwetgeving” is volgens Bastmeijer in essentie terug te voeren op de steeds verder teruglopende biodiversiteit, waardoor steeds ingrijpender maatregelen genomen moeten worden waar andere economische functies last van krijgen.

Dat leidt tot de volgende cyclus: de natuurwaarden lopen terug; daarom wordt het recht strenger; dat gaat knellen voor economische functies die willen groeien ten koste van natuurwaarden en leidt tot verzet; vervolgens wordt het recht ontdoken of versoepeld; dat leidt tot meer rechtszaken; die zetten druk op verlaging van de wettelijke standaard; waardoor de natuurwaarden verder teruglopen en de cyclus opnieuw begint.

Een zwak punt van de huidige wetgeving is dat deze zich richt op bescherming van wat waardevol is: met deze strategie kan je in het gunstigste geval een standstill bereiken. De praktijk is echter dat er zoveel uitzonderingen op de bescherming gemaakt worden dat de kwaliteit van het ecosysteem steeds verder achteruit gaat. Bastmeijer pleit daarom voor wetgeving die meer inzet op actieve bevordering van nieuwe natuurwaarden, door een voor-wat-hoort-wat aanpak: als je bijvoorbeeld een fabriek wil bouwen die 100 “eenheden natuur” vernietigd, moet je er 120 eenheden voor terugbrengen, zij het op een andere plek.

Ditzelfde principe werd bepleit door Wouter van Zandbrink, oud-PvdA gedeputeerde in Zeeland en lid van een begeleidingscommissie voor de nieuwe Omgevingswet. Van Zandbrink ziet ook veel verbeteringspotentie door bij gebiedsontwikkeling in een veel vroeger stadium -bij de ideevorming- de bevolking en bedrijven in te schakelen. Daarmee zou je kunnen voorkomen dat mensen pas in een laat stadium compleet uitgewerkte plannen te zien krijgen en nog slechts één keuze hebben: bezwaar en beroep, al dan niet gecombineerd met actie.

Die suggestie is eerder ook al gedaan door de commissie Elverding. Hoewel ik het principe van harte onderschrijf is de praktijk dat “Elverding” tot nu toe vooral gebruikt wordt als alibi om allerlei planprocedures flink in te korten, en dat de bijbehorende consultatie van de bevolking een wassen neus is. Zo zijn de voorstellen van de Kracht van Utrecht als alternatief voor de megalomane verbreding van de autowegring rond Utrecht waar minister Schultz haar zinnen op gezet heeft nooit serieus genomen. Ik denk dat het handhaven van een basisinstrumentarium aan hindermacht in de RO/milieu/natuurwetgeving hard nodig is om te voorkomen dat plannen voor wegen, vliegvelden, havens, bedrijven- en kantorenterreinen er voortaan na wat schijninspraak in een vloek en een zucht doorheen gejast worden.

De laatste inleiding werd verzorgd door Annelies Freriks, advocaat op het terrein van het omgevingsrecht en deeltijd hoogleraar aan de Universiteit Utrecht. Zij pleitte voor een goede analyse van knelpunten in het huidige RO-, milieu- en natuurrecht, voordat het wetgevingtraject van de Omgevingswet gestart wordt. Recente grote wetgevingsoperaties als de WABO en de Waterwet zijn nog niet eens geëvalueerd, terwijl er al een concept van de Omgevingswet circuleert.

Die kritiek klonk me erg bekend in de oren: bij een hoorzitting begin 2011 hielden vier andere wetenschappers op het gebied van omgevingsrecht een vergelijkbaar pleidooi. Helaas had minister Schultz daar geen boodschap aan, omdat ze hoe dan ook het wetgevingstraject in haar regeerperiode wilde afronden. Dat gaat nu niet meer lukken..

De masterclass werd afgesloten met een vaartocht met de boswachter (?..) over het schitterende plassengebied. Dat was met het technisch weertje van vandaag ook geen straf.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s