Als nieuweling in een internationaal onderhandelingscircus waar alles met alles te maken heeft is het niet eenvoudig om snel een beeld te krijgen hoe de hazen lopen. Na een dag reizen zijn we gistermiddag direct na aankomst bijgepraat door de Nederlandse ambtelijke delegatie, vervolgens door de niet-gouvernementele organisaties. Daarna heb ik tijdens het diner met een aantal medewerkers van de ambassade gesproken over de situatie in Indonesië en de regio. Vanmorgen zijn we om half acht gestart met het bijwonen van de briefing van de ministers Cramer en Koenders, die om tien uur aanwezig zijn bij de start van de finale onderhandelingen.
De onderhandelingen lopen niet bepaald subtiel. De EU-onderhandelingsdelegatie, waar ook Nederland deel van uitmaakt, stuurt erop aan dat de de rijke westerse (“Annex-I”) landen zich gaan binden aan een verdergaand emissieplafond, terwijl de ontwikkelingslanden (met inbegrip van snelgoeiende economieën als als China en India) zich zouden moeten vastleggen op “meetbare en rapporteerbare” acties op het gebied van emissiebeperking. Maar gisteravond gingen de partijen op deze twee toch niet onredelijke uitgangspunten vol in de clinch. De Amerikanen, met in hun kielzog onder meer de Canadezen en de Japanners, willen kost-wat-kost voorkomen dat er concrete doelstellingen worden opgenomen voor de Annex-I landen, al zou het maar gaan om een bandbreedte van 25-40% in 2020.
De ontwikkelingslanden willen zich in dit stadium zelfs niet vastleggen op een inspanningsverplichting voor emissiebeperking als de rijke economieën niet over de brug komen met véél geld voor een adapatatiefonds èn hun emissiebeperking nu al kwantificeren.
Al met al maakt het op mij de indruk van een ramkoers van beide kampen, met de EU als kop van jut.
Hopelijk is dit allemaal slechts onderhandelingstactiek en wordt er vandaag, nu de ministers aanschuiven, wat meer water in de wijn gedaan. De meeste mensen die ik spreek vinden het belangrijker dat zoveel mogelijk partijen zich committeren aan het slotdocument, dat de opmaat moet zijn voor de definitieve uitwerking van de post-Kyoto confererentie in Kopenhagen 2009.
Op het moment dat ik dit opschrijf realiseer ik me al wat voor risico of je hier loopt om binnen de kortste keren vast te lopen in onderhandelingsjargon, waar geen buitenstaander chocola van kan maken.
De conferentie vindt overigens plaats in een superbeveiligd resort op een schiereiland van Bali, met een decadente luxe en een ongetwijfeld krankzinnig hoog energiegebruik. Het eerste zonnepaneel op het dak om de rijkelijk aanwezige airco’s van stroom te voorzien moet ik echter nog tegenkomen. Stuitend. Daar hebben de Amerikanen ook wel een punt als ze erop staan dat ook de ontwikkelingslanden zich moeten binden aan “meetbare inspanningen”. Je zou eens kunnen beginnen met het stellen van stevige eisen aan de toeristenparadijzen, daar wordt zoveel verdiend dat ze wat investeringen in duurzame energie en efficiency wel kunnen ophoesten.

