Minister werkt mee aan “schone” kolencentrales

Gisteren debatteerde de kamer met minister Cramer van VROM over de vergunningverlening voor vier nieuwe kolencentrales. Conclusie: de regering wil de CO2 uitstoot met 30% verlagen, maar zegt weinig te kunnen doen tegen de bouw van 5000 megawatt extra kolenvermogen, ook al is de CO2 afvang nog hoogst onzeker en betekent de bijstook van biomassa een nieuwe aanslag op de regenwouden, ter grootte van tweederde van het oppervlak van Nederland.

Kolencentrale

Hieronder mijn inbreng

Er is iets merkwaardigs aan de hand als een minister die de ambitie heeft om de CO2 emissies met 30% te verlagen als eerste grote beleidsdaad de bouw van vier kolencentrales toestaat. Dat doet ze óók nog eens zonder dat de vergunningen zelfs maar gekoppeld zijn aan de verplichting om de CO2 af te vangen en op te slaan.
Dat betekent juist 8% extra emissies.

En zie ik goed dat de minister, zodra de vijfde aanvraag binnenkomt, daar óók ja en amen tegen gaat zeggen?

De minister hoopt en verwacht dat de Europese Unie voor de volgende ronde van het emissiehandelssysteem de spelregels aanscherpt.

Maar vervolgens zegt ze letterlijk in de beantwoording van mijn schriftelijke vragen: ‘Voor CO2 staat de Europese richtlijn inzake emissiehandel het mij niet toe eisen aan de emissie van deze stof te stellen.’ Kortom: als wij verder willen gaan dan Europa, mág dat niet.
Zó progressief is het Europese klimaatbeleid.

De SP-fractie snapt dan ook weinig van het gemak waarmee bijvoorbeeld de heren Samsom en Van der Ham ons laatste stukje zeggenschap over energie- en klimaatbeleid willen weggeven in de hoop dat het dan allemaal in Brussel geregeld wordt.

Oók wij willen dat er een heleboel gebeurt in Europees verband, maar wij constateren dat Brussel nog veel te vaak dwars ligt als lidstaten verder willen gaan dan de grootste gemene deler.

In het verlengde daarvan heb ik een vraag aan de minister.
In het plan Green4Sure is voorgesteld om met een interim kolenwet de ongebreidelde groei van het aandeel kolen vooruitlopend op een eventuele CO2 opslag onmogelijk te maken. Door een maximale emissienorm van 375 gram CO2 per kWh te stellen wordt nieuwbouw zonder CO2 opslag de facto onmogelijk.

Is dit plan volgens haar juridisch onhoudbaar en zo ja, op grond van welke europese regels?
Een tweede mogelijkheid om de emissies te beperken zou het koppelen van vergunningen voor nieuwe kolencentrales aan het uit gebruik nemen van oud kolenvermogen zijn.
Ook dat gebeurt voor zover wij kunnen beoordelen niet.

Hoe kan de minister dan veronderstellen dat na de bouw van de nieuwe kolencentrales de oude kolencentrales uit gebruik genomen zullen worden, in plaats van bv. gasvermogen?

Voorzitter, naast toekomstige CO2-opslag is de bijstook van biomassa de tweede verdedigingslinie die de minister opwerpt om de vergunningen voor de kolencentrales goed te praten. Ze heeft het zelfs over ‘grootschalige inzet van biomassa’.
Afgelopen vrijdag waren hier een groot aantal vertegenwoordigers van bewonersorganisaties uit ontwikkelingslanden. De minister was hier ook bij.

Zij vertelden ons zonder uitzondering dat de megaplantages in ontwikkelingslanden niets met duurzaamheid te maken hebben en zelfs catastrofaal uitpakken voor de lokale bevolking.
Hoe kan de minister dan, zonder dat er enig zicht is op een duurzame productie van biomassa, die biomassa gebruiken als argument voor de bouw van kolencentrales?

De minister schrijft in de beantwoording van mijn schriftelijke vragen dat zij verwacht dat de milieuvergunningen van de provincies zeer ambitieus zullen zijn.
Hoe weet zij dat en waarom neemt de minister niet zelf haar verantwoordelijkheid door zèlf aan te geven hoe hoog de lat bij de vergunningen gelegd moet worden?

Een voorbeeld zou de eis kunnen zijn dat in de vergunningen de verplichting tot nuttig hergebruik van de warmte van de kolencentrales wordt opgenomen.
Het kabinet vindt dit een van de centrale punten in zijn energiebeleid, maar straks dreigt er 5000 MW elektrisch vermogen bij te komen, waarbij het grootste deel van de restwarmte zo de Noordzee in verdwijnt.

Waarom neemt de minister op dit punt niet haar verantwoordelijkheid.
Over hergebruik van warmte gesproken: Cogen, de vereniging van exploitanten van warmtekrachtinstallaties stelt dat de toevoeging van 5000 MW kolenstroom grote gevolgen zal hebben voor de brandstofmix tijdens de daluren. Kolencentrales moeten de hele dag draaien, dat zal een sterk drukkend effect hebben op de opbrengsten van producenten in de daluren.
Daardoor zal schone windenergie en relatief schone WKK worden weggedrukt uit de markt, precies het tegenovergestelde van wat het kabinetsbeleid zegt na te streven.
Kan de minister reageren op deze kritiek?

Cogen suggereert ook om het rapport van de AER over de brandstofmix af te wachten alvorens onomkeerbare stappen te zetten. Ik heb het over de adviesaanvraag van de toenmalige minister Wijn uit juli 2006. Wat vindt de minister daarvan?

Dan nog een vraag over de kolencentrales bij de Eemshaven. Gaat het kabinet meewerken aan de verdieping van de vaarroute die hiervoor nodig is? En zo ja; hoe verhoudt dit zich met de bescherming van het waddengebied op grond van de habitatrichtlijn?

Samenvattend,
Bij dit kabinet lijkt er een flink gat te vallen tussen woorden en daden op het terrein van het energie- en klimaatbeleid.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: