Maatschappelijke aansturing waterbedrijven versterken

(interview Waterspiegel/VEWIN nr.1/2007)

Paulus Jansen is een van de nieuwe leden van de SP-fractie in de Tweede Kamer, en heeft behalve water ook volkshuisvesting en energie/klimaat onder zijn hoede. Op het gebied van water is hij geen nieuwkomer. Als statenlid in de provincie Utrecht, en daarvoor als gemeenteraadslid, was Jansen veertien jaar verantwoordelijk voor de waterportefeuille.

Aandachtspunt
“Mijn hoogste prioriteit in de drinkwaterportefeuille is de versterking, misschien moet ik zeggen herstel, van de maatschappelijke aansturing van de drinkwaterbedrijven. Er is sprake van een consolidatieslag die niet gebaseerd is op deugdelijke economische argumenten en anderzijds de invloed van de stakeholders ondermijnt. Op termijn kan zich dat bijvoorbeeld uiten in minder aandacht voor zaken als waterbesparing, maar ook in onnodig hoge tarieven. Daarom zijn wij er als SP-fractie voorstander van dat de drinkwaterbedrijven worden teruggebracht worden tot provinciale schaal.”

Drinkwaterwet
“In het wetsvoorstel is niets geregeld over de schaalgrootte van de drinkwaterbedrijven, en te weinig over adequaat toezicht. Benchmarking wordt weliswaar verplicht, maar echte sancties voor bedrijven die onderpresteren zijn er niet. Dat maakt het een tamelijk vrijblijvend instrument. Daarnaast neemt het nut van benchmarken af door de schaalvergroting, omdat er steeds minder bedrijven overblijven om te vergelijken. Daarnaast mis ik in de wet een harde grens voor de winstuitkering. De Kamer heeft enkele jaren geleden –terecht- uitgesproken dat de drinkwatersector een publieke dienst blijft, dus niet geprivatiseerd wordt. Bij dat uitgangspunt hoort levering tegen kostprijs, terwijl de huidige trend juist is dat de winstuitkeringen snel oplopen.
Ik ben bezig met een initiatief wetsvoorstel om de winst van overheidsinstellingen te maximeren, want dit speelt ook in andere sectoren, zoals bij de energiebedrijven.
Doordat de bevoegdheden van publieke aandeelhouders in structuur-NV’s zijn gereduceerd en hun aandeel door de schaalvergroting is verwaterd gaan ze zich gedragen als couponknippers. Overheden moeten nutsbedrijven niet als melkkoe gebruiken, als een vorm van verkapte belastingheffing. Ze zouden zich moeten richten op het verbeteren van de dienstverlening, een goede waterkwaliteit en een kostenefficiënte organisatie. De kwaliteit van het drinkwater is op dit moment voortreffelijk. Die hoge standaard moeten we zeker stellen door de publieke aansturing niet te laten verwateren.”

Kaderrichtlijn Water
“Het is een goed uitgangspunt om bij de implementatie van de Kaderrichtlijn Water te kijken hoe dat zo efficiënt mogelijk kan. Ik onderschrijf de keuze om te combineren met de maatregelen in het kader van het ‘drogevoetenbeleid’, ofwel Waterbeheer 21e Eeuw. Wel lijkt het alsof bepaalde sectoren die het meest vervuilen, zoals de intensieve landbouw, in de maatregelen die worden voorgesteld relatief de dans ontspringen. Dat maakt de kosteneffectiviteit van de te treffen maatregelen minder dan zou kunnen en betalen de verkeerde partijen de rekening. Dat kunnen gemeenten zijn die extra kosten moeten maken, maar bijvoorbeeld ook de consument die via de drinkwaterbedrijven alsnog de rekening gepresenteerd krijgt.”

Belastingdruk
“De SP-fractie heeft destijds tegen de invoering van de grondwaterbelasting gestemd. Belangrijkste argument voor ons was de stimulans die van deze belasting uit zou gaan naar particulieren en boeren –met name op de hoge zandgronden- om eigen putten te slaan. Dan zou die belasting slecht uitpakken voor het milieu, terwijl hij juist als milieubelasting gepresenteerd werd.
De afschaffing van de grondwaterbelasting heeft op dit moment voor ons geen hoge prioriteit. Je zou wel kunnen overwegen om de grondwaterbelasting om te zetten in een heffing voor de financiering van maatregelen in het kader van de kaderrichtlijn.”

Meer lezen over waterthema’s: zie dossiers

Plaats een reactie