Toevallig hoorde ik recent van het Interreg programma Cycling Waterways van de Europese Unie. Dit heeft als doel het bevorderen van duurzaam toerisme door de aanleg en verbetering van fietsroutes langs waterwegen. Het is een vervolg op een eerder Interreg programma dat grensoverschrijdende fietsverbindingen en hergebruik van oude spoorlijnen als fietspad stimuleerde. Dat programma leidde in veel Europese landen, zoals Frankrijk (Voies Vertes) en Spanje (Vias Verdes), tot een enorme groei van hoogwaardige vrijliggende fietsroutes. Tot mijn verbazing is Nederland -toch het land met de meeste waterwegen in Europa- nauwelijks aangehaakt bij dit programma.

Ik vrees dat dat mede het gevolg is van het irritante trekje van Nederlanders dat we ons nogal superieur vinden op fietsgebied. Daarmee negeren we vele kansen om onze fietsinfrastructuur langs en over water te verbeteren en iets te doen tegen de bedreigingen ten gevolge van slecht geplande verstedelijking en mobiliteitsontwikkeling. Zo hebben veel potentiëel aangename fietsroutes langs kanalen en rivieren te maken met toenemend gemotoriseerd verkeer dat daar niet thuis hoort. Gemeentebesturen kiezen voor pappen en nathouden omdat ze bang zijn onder vuur genomen te worden door de lokale autolobby. Het Rijk geeft niet thuis bij stellen van duidelijke kaders, bijvoorbeeld de eis dat één oever van waterwegen -uitzonderingen daargelaten- wordt ingericht voor fietser en wandelaar. Zo’n kader zou prima passen in het Cycling Waterways programma. Net als het verbinden van oevers door middel van veerverbindingen. Daar zouden ze in Zeeland en op de waddeneilanden nog wel wat kunnen leren van Slovenië.
De Europese Unie en fietsen: soms kunnen zelfs Nederlanders er nog wat van leren.
Meer over dit onderwerp: dossier wandelen en fietsen