Ik nam afgelopen week deel aan een kennissessie van CROW, naar aanleiding van een recent onderzoek van het Centraal Plan Bureau, gepubliceerd in december 2024 Cycling Cities: Mode choice, car congestion and urban structure. Het CPB onderzocht de effectiviteit van de aanleg van vrijliggende fietspaden. Gaan mensen daardoor meer fietsen, stappen ze over van de auto naar de fiets en gaan ze misschien ook dichter bij hun werk wonen? Het antwoord: 3 x JA.

Het CPB keek bij dit onderzoek alleen naar woon-werkverkeer. Dus niet naar effecten bij het doen van boodschappen, het bezoeken van de sportclub, kinderen naar school brengen, het recreatieve rondje rond de kerk etc. Maar zelfs dan zijn de resultaten zeer bemoedigend: De groep forensen die fietst naar het werk stijgt dankzij de paden van 20% naar rond de 25% – een toename van ongeveer 350.000 fietsers. Daarnaast zijn mensen dichter bij hun werk gaan wonen, waardoor de gemiddelde woon-werkafstand 6% kleiner is. Ook zijn steden compacter geworden door de veranderde infrastructuur.
Gaat dit alles ten koste van hemeltergende vertragingen voor de automobilist? Het CPB: “Binnen steden nemen fietspaden vaak de plaats in van rijstroken, maar opstoppingen van autoverkeer nemen hierdoor niet toe. Het vervangen van rijstroken door fietspaden leidt in stedelijk gebied tot een afname van de wegcapaciteit voor auto’s, omdat de ruimte voor infrastructuur hier schaars is. Het aantal automobilisten neemt echter ook af, doordat meer mensen de fiets nemen, omdat fietsen – door de fietspaden – aantrekkelijker wordt. Deze twee effecten heffen elkaar gemiddeld genomen op.”
Daarbij maak ik de kanttekening dat het ontstaan van het nieuwe evenwicht wel wat tijd kost. In eerste instantie blijven automobilisten de auto gebruiken. Als dat meer tijd kost gaat een deel de fiets als alternatief proberen en in de loop van de jaren erna gaat ook een deel dichter bij het werk wonen. Het opgetelde effect zorgt ervoor dat uiteindelijk er niet meer files staan dan vóór de herverkaveling van de ruimte voor auto en fiets. De toenemende rijsnelheid bij het gebruik van een elektrische fiets is in het onderzoek buiten beschouwing gebleven, maar het is evident dat daarmee -zonder extra publieke investeringen- de modal shift nog groter wordt.

Nog een paar interessante constateringen van het CPB:
- bij gelijke reistijd geven de meeste mensen de voorkeur aan de fiets boven de auto; belangrijkste overwegingen zijn: gezonder/sportiever, ontspanning/ “hoofd leegmaken”;
- mensen die omwille van een kortere reistijd verhuizen van randgemeenten/ platteland naar kerngemeenten accepteren dat ze vierkante meters inleveren voor meer vrije tijd en extra voorzieningen om de hoek.
Tijdens de kennissessie kwam ook nog een ander interessant rapport over dit thema voorbij: New values of travel time, reliability and comfort in the Netherlands (KIM, 2024).
De analyse van CPB heeft zich beperkt tot de vergelijking van de situatie met of zonder vrijliggende fietspaden. Het zou interessant zijn om nader te onderzoeken in hoeverre de kwaliteit van het fietspad bijdraagt of afbreuk doet aan het effect: zijn er veel kruisingen waar je moet stoppen, of worden drukke wegen gepasseerd met een fietsbrug of -tunneltje? fiets je langs een drukke weg of door een groene, rustige omgeving? etc. etc. Mijn ervaring is dat in het buitengebied met zeer beperkte investeringen bestaande kleine binnenwegen verkeersluw te maken zijn, wat een vergelijkbaar effect heeft als de -veel duurdere- aanleg van nieuwe vrijliggende fietspaden.