Behandeling Warmtewet na tien jaar afgerond

Ik had bijna de moed laten zakken, maar vanmiddag is de plenaire behandeling van de Warmtewet afgerond. Het initiatiefwetsvoorstel van Jan ten Hoopen dateerde uit 2003. Per saldo is de wet een verbetering voor de kleinverbruikers die zijn aangesloten op een stadsverwarming of blokverwarming, al had er van mij best nog wel een tandje bij gemogen. En het ontbreken van een paragraaf over het bevorderen van het benutten van industriële restwarmte is een regelrechte misser.


De efficiency van veel stadsverwarmingssystemen kan nog flink omhoog. Een simpele verbetering is een geisoleerde invoerset.

UPDATE 31-1, 9:15

Klanten van stadsverwarmingsbedrijven kunnen niet overstappen naar een andere leverancier als ze ontevreden zijn over de dienstverlening, of vinden dat ze te veel betalen. In veel gevallen hebben ze niet eens een gasaansluiting. Om die reden is in de Warmtewet het niet-meer-dan-anders principe verankerd: huishoudens die zijn aangesloten op een stadsverwarming (of blokverwarming) systeem mogen niet meer betalen dan iemand in een vergelijkbaar huis met een moderne CV-installatie.

Tien jaar geleden waren 13 grote stadsverwarmingssystemen eigendom van de publieke energiebedrijven Essent, NUON en Eneco. Inmiddels zijn de eerste twee geprivatiseerd, waardoor tweederde van de Nederlandse aansluitingen in commerciële handen gekomen zijn. Dat legt een extra zware verantwoordelijkheid op de overheid om toezicht te houden op de sector.

Het belangrijkste wijzigingsvoorstel dat ik gisteren deed was het nationaliseren van de netten. Dit zijn natuurlijke monopolies, die je niet in commerciële handen moet laten. Voor gas- en elektriciteitsnetten is dat voorafgaand aan de privatisering van Essent en NUON geregeld. Wij waren tegen privatisering, maar ALS je de productie- en leveringsbedrijven privatiseert is het in handen publieke houden van de netten een elementaire voorwaarde. Toch is minister Henk Kamp tegen nationalisering van de warmtenetten.

Positiever was Kamp over twee andere suggesties van mijn kant.

Allereerst pleit ik ervoor om in het Bouwbesluit vast te leggen dat bij nieuwbouw en hoog niveau renovatie van gebouwen lage temperatuurverwarming (bv. vloerverwarming, wandverwarming, luchtverwarming) verplicht wordt. Dat zou een enorme rendementswinst kunnen opleveren voor de stadsverwarmingsbedrijven, waardoor de tarieven omlaag kunnen. Maar ook energetisch is het een zeer effectieve maatregel. Tenslotte zijn LT-verwarmingssystemen ook geschikt voor het benutten van zonnewarmte, in tegenstelling tot de gebruikelijke 80/60 radiatorverwarming.

Ten tweede stelde ik voor om bij bedrijventerreinen de doorzettingsmacht van de (grote) meerderheid te versterken, als ze willen investeren in een collectieve voorziening zoals een warmtenetwerk. Op dit moment kan een kleine minderheid dergelijke projecten frustreren, ook al hebben ze een positieve opbrengst over de levensduur.

Per saldo ben ik tevreden over de uitkomst van het debat en zullen wij voor het wetsvoorstel stemmen.

lees hier mijn inbreng in eerste termijn: EN 20130130 TOE 32839 Plenair 1eT SP

Zie ook: dossier warmte

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s