Slechte kwaliteit binnenlucht vormt bedreiging gezondheid

Afgelopen maandag was ik samen met een aantal SP-gemeenteraads- en statenleden op werkbezoek bij TNO gebouwde omgeving in Utrecht. TNO doet veel onderzoek op het gebied van luchtkwaliteit, ook binnen gebouwen. De kwaliteit van de binnenlucht is veel minder goed dan de meeste mensen zich realiseren.


Het rapport
Environmental Burden of Disease associated with inadequate Housing van de WHO geeft een goed overzicht van de gezondheidsrisico’s door verontreinigingen in de woning

“Zuivere” lucht bestaat uit een mengsel van zuurstof, stikstof en kooldioxide. In de praktijk zijn er nog allerlei verontreinigingen aanwezig, deels door natuurlijke oorzaken (zeezout, moerasgas), maar voor een flink deel ook door menselijk handelen. De luchtkwaliteit in gebouwen wordt globaal bepaald door drie factoren: de kwaliteit van de buitenlucht, de interne bronnen van verontreiniging en de kwaliteit van het ventilatiesysteem.

Om met het laatste te beginnen: in de meeste woningen is de kwaliteit van het ventilatiesysteem belabberd. TNO onderzocht een representatieve steekproef van woningen en concludeerde dat slechts 15-20% van de ventilatiesystemen een adequate capaciteit heeft.

Als we vervolgens kijken naar de bronnen van verontreiniging in de woning, dan staat op 1 met stip: kooktoestellen, geisers en (open) verwarmingstoestellen. Gasfornuizen en afvoerloze geisers onttrekken niet alleen verbrandingslucht aan de woning, maar hun verbrandingsgassen en waterdamp komen in de binnenlucht terecht, zeker als de ruimte waar deze toestellen staan niet voorzien is van een goed werkende mechanische ventilatie. Het belangrijkste acute risico is koolmonoxide, dat ontstaat bij onvolledige verbranding. Maar ook de waterdamp kan in combinatie met een slecht geisoleerde en/of slecht geventileerde woning een gezondheidsrisico vormen: het vocht condenseert achter kasten en in hoeken, een mooie voedingsbodem voor schimmels en andere allergene organismen.

Andere bekende verontreinigingen in woningen zijn formaldehyde (“spaanplaatgas”, komt vrij uit goedkope lijmsoorten en conserversingsmiddelen in bouwproducten en textiel), radon (bron: kruipruimte en sommige steenachtige bouwmaterialen), benzeen en andere oplosmiddelen (lijmen, schoonmaakmiddelen, verf), lood (oude waterleidingen). En natuurlijk: sigarettenrook.

Een uitstekend overzicht van alle stoffen die in gebouwen een gezondheidsrisico kunnen vormen is de publicatie Environmental burden of disease associated with inadequate housing (WHO, 2011). In deze studie wordt de relatie tussen oorzaak (stof, concentratie) en effect (gezondheidsschade) op een genormaliseerde wijze in kaart gebracht. De schade wordt uitgedrukt in DALY’s (disability adjusted life years=gederfde levensjaren) en in EBD (Environmental Burden of Disease=extra doden per 100.000 inwoners per jaar). Zo schat de WHO het aantal DALY’s in Europa ten gevolge van loodvergiftiging via waterleidingen op krap 700.000, de EBD voor deze oorzaak bedraagt 79 per 100.000 inwoners/jaar. Het rapport maakt ook een schatting van de economische kosten/baten voor het verbeteren van het binnenklimaat in gebouwen. De terugverdientijd ligt meestal tussen 10-30 jaar, een stuk korter dan de levensduur van een gemiddeld gebouwd. Volgens Wart Mandersloot van TNO zijn dit soort investeringen daarmee maatschappelijk rendabel.

Een laatste factor die de kwaliteit van de binnenlucht beinvloed is de kwaliteit van de buitenlucht. Volgens Menno Keuken, fijnstof specialist van TNO, is de belangrijkste gezondheidsbedreigende stof in buitenlucht roet, afkomstig van motorvoertuigen en installaties die fossiele brandstoffen verbranden. Op dit moment is er nog geen wettelijke norm voor roet. Roet is onderdeel van fijnstof, waarvoor wel een Europese norm is voorgeschreven. De norm is nu nog gebaseerd op de concentratie fijnstof met een diameter van 10 micron. Dat is geen goede maat voor de feitelijke gezondheidsrisico’s, omdat je dan ook een heleboel stof meeneemt (bv. zeezout) die niet of nauwelijks schadelijk is. Daarom wil de EU als indicator overstappen op vier keer zo kleine deeltjes (PM2,5). Dat zou een stap vooruit zijn, maar volgens Keuken zou het beter zijn om direct over te stappen naar een norm voor roet, de echte boosdoener. Helaas wordt die logische overstap getraineerd door een effectieve lobby van de auto-industrie in Brussel.

In de Tweede Kamer heb ik sinds 2006 heel wat voorstellen gedaan die de kwaliteit van de binnenlucht kunnen verbeteren: het aanscherpen van de nieuwbouweisen in het Bouwbesluit; de invoering van een wettelijk verplichte verzekerde garantie die veilig stelt dat een opgeleverde installatie ook de kwaliteit heeft die op papier beloofd is; de invoering van een APK voor bestaande woninginstallaties; de invoering van een gebouwdossier, waardoor informatie over het gebouw, installaties, onderhoud e.d. op een gestandaardiseerde manier bewaard wordt. De research van organisaties als TNO levert de wetenschappelijke onderbouwing voor dit soort voorstellen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: