Tijdens het mondeling vragenuur van gisteren wees minister Vogelaar mij fijntjes op haar zelflerend vermogen, nu ze het met mij eens is over haar verantwoordelijkheid voor een goede brandveiligheid van woningen. Complimenten, maar vandaag lijkt de minister toch weer terug te vallen in haar oude mantra: daar ga ik niet over.
Een tijd geleden stelde ik vragen over de fraude bij de toewijzing van huurwoningen in Den Haag. Dat is geen incident. In het verleden is er ook in mijn woonplaats Utrecht al eens een grote fraude geweest bij de woonruimteverdeling. Drie jaar geleden is op mijn voorstel in de regio Utrecht een steekproefgewijze controle ingevoerd op de correcte toewijzing bij Woningnet.
Overal waar de schaarste verdeeld moet worden ligt het gevaar van fraude en misbruik op de loer. Niet alleen bij de toewijzing, maar ook bijvoorbeeld in de vorm van illegale onderhuur. Op dat laatste terrein is minister Vogelaar zeer actief, maar bij de woningtoewijzing schuift ze haar verantwoordelijkheid weer af op gemeenten en corporaties. Merkwaardig.
Het is dus nodig om de minister op dit punt achter de vodden te blijven zitten tot haar zelflerend vermogen voor nieuwe inzichten heeft gezorgd.
Vragen van het lid Jansen (SP) aan de minister voor Wonen, Wijken en Integratie over fraude bij de toewijzing van huurwoningen. (Ingezonden 19 september 2008)
1. Hebt u kennis genomen van de berichtgeving over mogelijke fraude bij de toewijzing van huurwoningen? 1)
Ja.
2. In welke mate houden woningcorporaties en gemeenten systematisch toezicht op de rechtmatigheid bij woningtoewijzing, bijvoorbeeld door een steekproefsgewijze controle van de gevolgde procedure bij het toewijzen van woningen? 2)
Gemeenten en corporaties hebben hierin een verschillende taak.
De gemeente heeft een verantwoordelijkheid om te controleren of de woningtoewijzing op een correcte wijze gebeurt, dat wil zeggen conform hetgeen geregeld is in de huisvestingsverordening. Dit vindt plaats via de vergunningverlening zelf. Dat is het moment waarop de gemeente vaststelt of de voorgedragene wel voor een vergunning in aanmerking komt.
Of de voordracht door de corporatie correct is verlopen, is een zaak van de corporatie zelf. Ik acht het daarbij aan het intern toezicht te bevorderen dat het proces rond de woningtoewijzing dusdanig wordt vorm gegeven en uitgevoerd, dat onrechtmatigheden daarmee zoveel mogelijk worden voorkomen. Het is zo dat corporaties al enige tijd inspanningen verrichten om het interne toezicht op een kwalitatief goed niveau te brengen. Vraagstukken als het bevorderen van de integriteit binnen de organisatie, ook rondom het proces van woningtoewijzing en het voorkomen en bestrijden van fraude krijgen daarbij expliciete aandacht.
Er zijn op dit punt nog wel verbeteringen mogelijk en ik ben dan ook blij dat de Vereniging van toezichthouders in woningcorporaties integriteitbevordering tot speerpunt voor 2009 heeft gekozen. Ook is van belang dat de Governancecode voor woningcorporaties, ingevoerd per 1 januari 2007, enkele punten op dit terrein bevat.
3. Bent u, als u hierover geen informatie heeft, bereid om te onderzoeken of de gevallen die nu bekend zijn, 3) inderdaad het topje van de ijsberg zijn?
Gezien het feit dat de verantwoordelijkheid hiervoor primair bij de betrokken gemeente en corporatie ligt, acht ik op dit moment geen termen aanwezig bedoeld onderzoek te doen. De corporaties in Haaglanden pakken hun verantwoordelijkheid goed op, zie het antwoord op vraag 4, en mocht hieruit blijken dat er inderdaad sprake is van meer structurele misstanden, dan zal ik alsnog overwegen een dergelijk onderzoek te laten uitvoeren.
4. Vindt u dat woningcorporaties en gemeenten deze vorm van fraude actief dienen te bestrijden?
Ja. Navraag bij de grote corporaties in Haaglanden leert dat deze hun taak op dit punt zeer serieus nemen. Zowel Vestia, waar de fraude zou hebben plaatsgevonden, als Haaglanden en Staedion onderzoeken intern of dergelijk fraude heeft kunnen plaatsvinden. Ik zal mij van de resultaten daarvan op de hoogte stellen en de Kamer daarover desgewenst informeren.
5. Ziet u mogelijkheden om in het kader van het wetsvoorstel tot wijziging van de Huisvestingswet, dat momenteel in voorbereiding is, een kader te formuleren voor deze rechtmatigheidcontrole door woningcorporaties en gemeenten?
Gemeenten kunnen de Huisvestingswet gebruiken om te sturen op de woonruimteverdeling bij schaarste en na de herziening van de Huisvestingswet ook bij leefbaarheidsproblemen. Bij gebruik van de Huisvestingswet controleert de gemeente deze sturing zelf, zoals gezegd, via de afgifte van de huisvestingsvergunning die nodig is bij het betrekken van een vergunningplichtige woonruimte.
Daarnaast zijn corporaties vrij om binnen de kaders van de gemeentelijke huisvestingverordening hun eigen woningtoewijzingsysteem te hanteren. De Huisvestingswet bevat geen titel om bij verordening te regelen welk woningtoewijzingsysteem door woningcorporaties gehanteerd moet worden en zal ook niet aangepast worden voor een rechtmatigheidcontrole hierop. Voor de controle op het woningtoewijzingsysteem is de corporatie zelf verantwoordelijk.
Hoogachtend,
de minister voor Wonen, Wijken en Integratie,
drs. Ella Vogelaar
1) Onder andere op BNR Nieuwsradio, 17 september 2008
2) In de regio Utrecht is vier jaar geleden bij Woningnet zo’n steekproefsgewijze controle ingevoerd
3) Hoffman Bedrijfsrecherche deed onderzoek bij 4 a 5 woningcorporaties in verschillende regio’s