Vandaag is het reces begonnen. De Kamer vergadert pas weer eind augustus. Een goede gelegenheid om op bezoek te gaan bij initiatieven waar je als het vergadercircus draait niet aan toekomt. Zo’n initiatief is Wetsus, een onderzoeksinstituut voor watertechnologie, waarin vijf universiteiten (Groningen, Enschedè, Wageningen, Eindhoven en Delft), een R&D instelling (KIWA) en ca. 45 afnemers van kennis samenwerken.

In het laboratorium met wetenschappelijk directeur Cees Buisman
Wetsus is gevestigd in Leeuwarden. Volgens wetenschappelijk directeur Cees Buisman heeft dat een praktische en een psychologische reden. De praktische reden is dat er in Friesland al relatief veel bedrijven en instellingen op het terrein van watertechnologie zitten. In Nederland wordt ca.2% van het bruto binnenlands product verdient met watertechnologie. In Friesland is dat ruim het dubbele.
Maar er is ook een psychologische reden. Als Wetsus was ingetrokken bij een bestaande universiteit zou het veel lastiger geweest zijn om medewerking te krijgen van andere universiteiten en onderzoeksinstellingen. Op ‘neutraal terrein’ is dat eenvoudiger. Naast het Wetsusgebouw wordt volgend jaar nog een gespecialiseerd bedrijventerrein voor waterbedrijven geopend, alsmede een bedrijfsverzamelgebouw voor startende bedrijfjes in deze sector. Inmiddels zijn er in Leeuwarden zo’n 45 promovendi in multidisciplinaire teams bezig met een aantal onderzoeken op het gebied van schoonwater- en afvalwatertechnologie.
Op het gebied van schoonwatertechnologie is ontzilting een belangrijk onderzoeksthema. Zelfs in het waterrijke Nederland zijn al een aantal gebieden in het westen en noorden waar onvoldoende zoetwater beschikbaar is voor de productie van drink- en proceswater. In drogere en zonniger streken is ontzilting zelfs een cruciale factor bij het leefbaar houden van het land.
Een ander thema bij de drinkwaterproductie is de verwijdering van lage-concentratie- verontreinigingen uit water, zoals medicijnresten, bacteriën en bestrijdingsmiddelen.
Beter is het natuurlijk om dergelijke verontreinigingen al bij de bron te verwijderen. Dat type onderzoek vindt plaats bij de onderzoeksgroep die zich richt op de afvalwatertechnologie. In samenwerking met een ziekenhuis in Sneek wordt gewerkt aan een systeem voor aparte inzameling van urine in ziekenhuizen. Via de urine belanden medicijnresten en gevaarlijke, resistente ziekenhuisbacteriën in het ecosysteem, met op termijn grote risico’s voor de volksgezondheid.
In het zwart water project wordt onderzocht hoe het afvalwater van toiletten apart ingezameld en verwerkt kan worden. Dat maakt de zuivering en de benutting voor energieproductie veel eenvoudiger dan wanneer toiletwater eerst gemengd wordt met relatief schoon badwater, keukenwater en waswater.
Volgens Buisman zou het goed zijn als afvalwaterverwerking en drinkwaterbereiding in één hand komt, juist vanwege de steeds sterkere relatie tussen drinkwaterproductie en de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater.
Wetsus werkt niet alleen samen met universiteiten en het bedrijfsleven, maar ook met drie instellingen voor hoger beroepsonderwijs in Leeuwarden, Enschedè en Vlissingen. Ze leveren een inbreng in het onderwijsprogramma, bieden stageplekken en geven een aantal HBO-docenten de gelegenheid om via een promotieplaats onderzoek te doen.
Wetsus heeft sinds juli 2007 de status Technologisch Top Instituut en is op grond daarvan voor vier jaar verzekerd van een subsidie van het ministerie van EZ, die 50% van de kosten dekt. De rest wordt gefinancierd door de zes universiteiten (25%) en de deelnemende marktpartijen (25%).
Buisman heeft ook Europese ambities: door samenwerking met Zuid- en Oost-Europese landen wil Wetsus uitgroeien tot een kennisknooppunt op het gebied van water, met een flinke spinoff naar andere bedrijvigheid op dit gebied. Dat zou ook goed zijn voor Friesland, waar nu hoogwaardige werkgelegenheid vaak wordt weggezogen naar de randstad.