Met één kilo Semtex leg je heel Nederland een maand plat.

Opinie NRC, 2 april 2024

Energie is een eerste levensbehoefte. Elektriciteit is daarbij de sleutelmodaliteit. Als de elektriciteit uitvalt stroomt ook het gas niet meer: compressoren voor het transport, meet- en regelapparatuur, pompen van verwarmingsinstallaties en communicatievoorzieningen draaien op elektriciteit. Het leeuwendeel daarvan heeft geen noodstroom voorziening. De elektriciteitsvoorziening is de Achilleshiel van hoog ontwikkelde economieën, kwetsbaarder dan ziekenhuizen of de voedselvoorziening. Tennet rapporteerde vorige week dat de netbeschikbaarheid afgelopen jaar 99,99993% bedroeg. Dat klinkt erg veilig. Toch kan een kleine eenheid terroristen met één kilo Semtex heel Nederland minstens een maand platleggen, met een goedgerichte actie op en rond de knooppunten van ons hoogspanningsnet.

Sleutelfactor: elektriciteitsdistributie

Iedereen vindt het logisch dat we kerncentrale Borssele goed beschermen tegen aanslagen. Toch is Borssele als doelwit relatief oninteressant. De inspanning die je moet doen om vele meters beton en staal op te blazen staat in geen verhouding tot  de schade voor de elektriciteitsproductie -een paar procent- en de gebiedsgerichte schade, al zal die nog lang voelbaar zijn. De oorlog in de Oekraïne laat zien hoe groot de effecten zijn als de elektriciteitsdistributie wordt aangevallen. Een raket op een hoogspanningsstation raakt de wijde omgeving. Bij een tekort aan reserveonderdelen en gekwalificeerd personeel kan herstel tijdrovend zijn. Zelfs het bescheiden brandje dat een paar anarchisten stichtten onder een hoogspanningsmast nabij de Teslafabriek in Grünheide legde de fabriek al een week stil. De Duitse overheid beseft inmiddels dat het elektriciteitsnetwerk een achilleshiel is in het veiligheidsbeleid. Hoe zit dat in Nederland?

Hoogspanningsnet: grotendeels onbeveiligd

Een blik op de netwerkkaart leert dat je door het opblazen van hooguit 20 hoogspanningsmasten in het 380kV-net de elektriciteitsvoorziening in Nederland grotendeels kan stilleggen. Dat lukt met  één kilo Semtex: een fractie van de hoeveelheid om een kerncentrale, olieraffinaderij of kunststofindustrie plat te leggen. Ook het saboteren van een onderzeese elektriciteits- of communicatiekabel of gasleiding vereist veel meer organisatie en kennis dan het opblazen van een hoogspanningsmast, die  zonder enige vorm van toezicht “in de wei” staat. Het opblazen van drie of vier masten rond een schakelstation is een fluitje van een cent. Doe je dat bij alle grote schakelstations, dan ligt heel Nederland plat. Ik schat dat het dan al gauw een maand kost om de schade te herstellen en de normale elektriciteitsdistributie te hervatten.

Hoe kunnen onze kwetsbaarheid verkleinen?

Het op korte termijn beter beschermen van ons elektriciteitsnetwerk is lastig. Investeringen in bewaking van hoogspanningsstations, omheining en camerabewaking van masten en reservevoorraden van cruciale onderdelen hebben ook geen inverdieneffecten anders  dan de vermeden gevolgkosten ten gevolge van een terroristische aanval.

Je kan de kwetsbaarheid ook verkleinen door alle afnemers via meerdere routes te ontsluiten. Bij het uitvallen van een aanvoerlijn is er dan altijd nog een alternatief. Bij de meest simpele vorm bestaat deze uit een extra kabel in hetzelfde tracé. Daar schiet je weinig mee op als een mast wordt opgeblazen. Optimaler is het als eindgebruikers altijd via meerdere tracés bediend kunnen worden. Daarom zou vanaf nu bij iedere investeringsbeslissing over uitbreiding van de hoogspanningscapaciteit dit aspect meegenomen moeten worden.

Regionale zelfvoorziening als terugvaloptie

Maar de beste en goedkoopste strategie om onze  kwetsbaarheid te verkleinen is in mijn ogen: de elektriciteitsproductie en -distributie zo inrichten dat in geval van nood kan worden teruggevallen op regionaal eilandbedrijf. Dat vereist allereerst méér kleinschalige, regionale productie, dichtbij de afnemers. Op dit moment is de trend juist om productiecapaciteit te concentreren. Denk aan het kabinetsvoornemen om in Borssele twee nieuwe kerncentrales met een totaalvermogen van 3200MW te bouwen, een veelvoud van de maximale elektriciteitsvraag in Zeeland.

Regionale zelfvoorziening  is goed te combineren met klimaatbeleid, zoals de vergroting van het aandeel zon, wind en geothermie in de nabijheid van de afnemers. Ook het langer in de lucht houden van gascentrales en warmte-kracht-eenheden in de glastuinbouw en industrie is wenselijk, als backup in tijden dat het niet waait en de zon niet schijnt. Op termijn zou die functie overgenomen moeten worden door goed gespreide opslagcapaciteit, wellicht ook door kleine kernreactoren. 100% regionale zelfvoorziening is niet nodig. De regionale productiecapaciteit zou toereikend moeten zijn om alle huishoudens en sleutelactiviteiten in de lucht te houden tot het netwerk hersteld is.

Regionaal eilandbedrijf als terugvaloptie vereist ook aanpassingen in de infrastructuur en het beheer van ons elektriciteitsnetwerk, zowel bij Tennet als de regionale netbeheerders. Die kunnen zich laten inspireren door het recente verleden. Tot 1960 -de start van de aanleg van het landelijk koppelnet- waren de Nederlandse provincies op het gebied van elektriciteitsproductie en -distributie zelfvoorzienend.

Kleine kans, groot gevolg.

Leveringszekerheid mag zich verheugen in toenemende belangstelling van beleidsmakers. Daarbij wordt vooral gekeken naar de risico’s die samenhangen met de verduurzaming van onze energievoorziening en de levering van gas in tijden van grote geopolitieke spanning. De groteske gevolgen bij sabotage van ons elektriciteitsnet  lijken nog steeds een blinde vlek bij de overheid. Die naïviteit kan ons duur te staan komen.  

Paulus Jansen

was SP-woordvoerder energie in de Tweede Kamer en voorzitter van de strategische adviesraad energie van TNO.

Plaats een reactie