Het Rebound-effect en de klimaataanpak

Je vervangt eerste generatie spaarlampen door LED-verlichting. Twee keer zo zuinig en gaat tien keer zo lang mee. Ga je nu tien keer zo weinig elektriciteit gebruiken voor verlichting? Het ontnuchterende antwoord op deze vraag is: nee. Bij de meeste huishoudens zal de energiebesparing véél kleiner zijn dan de -verwachte- factor tien. Ze laten de verlichting langer aanstaan, kopen meer verlichting -bv op dit moment de kerstverlichting- omdat het elektriciteitsverbruik per lamp zo laag is. Dat is een voorbeeld van het rebound-effect.

Het rebound-effect bij de Mini (met dank aan Carblogger )

In essentie staat het rebound-effect voor het volgende mechanisme: je maakt iets efficiënter, zuiniger en daardoor wordt het goedkoper. Doordat het goedkoper wordt kan je er méér van kopen dan voor de efficiency verbetering. En dat doen de meeste mensen dan ook.

In 2014 onderzochten twee wetenschappers van het OTB (TU Delft) bij een steekproef van 37.000 Amsterdamse sociale huurwoningen het werkelijke energieverbruik in vergelijking met het verwachte energieverbruik (nalezen? kijk hier). Ze hielden bij hun analyse rekening met de grootte van de woning en de omvang van het huishouden en brachten het effect van het energielabel in kaart. Hun conclusie was dat de bewoners van woningen met een slecht energielabel veel minder energie verbruikten dan je zou verwachten en bewoners met een goed label juist veel meer. Bij de maximale labelsprong van G naar A zou je theoretisch 81% lager energieverbruik verwachten. In werkelijkheid was de besparing maar 38%. Achteraf volkomen logisch. Nu het huis goed geisoleerd is en ook het warmtapwater efficiënt wordt opgewekt denkt iedereen ‘die thermostaat mag wel een paar graden hoger en lekker vaak douchen gaat me de kop niet meer kosten’: het rebound-effect.

Een ander voorbeeld is het efficiënter maken van automotoren, waardoor het brandstofverbruik per kilometer daalde. Deze efficiencywinst is grotendeels opgesoupeerd doordat de automobilist grotere auto’s ging rijden en verder van zijn/haar werk ging wonen.

Gelukkig verdampt de energiewinst meestal niet volledig: 38% minder bij een verbetering van label G naar A is nog steeds best aardig. Het rebound-effect betekent wel dat je veel méér moet doen om de klimaatdoelstellingen te halen dan je op het eerste gezicht zou denken. Of je moet de lagere kostprijs door de efficiencywinst direct wegbelasten (en dat bijvoorbeeld compenseren door een lagere belasting op arbeid).

In 2014 schreven medewerkers van het Planbureau voor de Leefomgeving een essay Het rebound-effecten bij resource-efficiency . Dat geeft nog een interessante verhandeling over directe en indirecte rebound-effecten, voor de liefhebbers. Op de Engelstalige versie van Wikipedia staat een mooi artikel over de historie van het onderzoek naar dit economische fenomeen. Zelf verwees ik naar aanleiding van het grootschalig (woning)verduurzamingsprogramma De Stroomversnelling in 2013 op een vermoedelijk lagere opbrengst dan vooraf begroot.

Moeten we nu stoppen met investeringen in energiebesparing en -efficiency ‘omdat het toch niet helpt’? Wat mij betreft niet, daarvoor is de dreiging van klimaatontwrichting te groot. Maar ik heb het gevoel dat bij debatten over energiesubsidies en fiscale maatregelen het rebound-effect nog niet bij iedereen tussen de oren zit.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: