Rochdale maakt misbruik van Leegstandswet

Een Amsterdamse huurder in de Staatsliedenbuurt hoeft zijn huis niet uit. Hij huurt op een tijdelijk contract en eigenaar woningcorporatie Rochdale wilde de huur beeindigen. Maar volgens de rechter heeft Rochdale misbruik gemaakt van de Leegstandswet.

Ook commerciële partijen hebben de markt voor tijdelijke verhuur ontdekt (foto: Interveste)

Het Burgerlijk Wetboek regelt dat bij woningen in principe alleen huurcontracten voor onbepaalde duur afgesloten mogen worden. Uitzondering zijn situaties waarbij een woning op afzienbare termijn gesloopt of gerenoveerd wordt. De eigenaar kan dan bij de gemeente toestemming vragen om op grond van de Leegstandswet een woning of complex op tijdelijke basis te verhuren. Zo’n vergunning is uiteraard gebonden aan de voorwaarden uit de wet.

De Amsterdamse huurwoning bleek echter helemaal niet gesloopt of gerenoveerd te worden, maar langdurig bestemd als wisselwoning. Eerder werd Ymere door de rechter teruggefloten toen ze woningen die voor de verkoop bestemd waren tijdelijk verhuurden.

Een andere ontwikkeling in Amsterdam is het omzetten van corporatiehuurwoningen in shortstay accommodatie voor expats. Dat zijn drie moeilijke woorden die in simpel Nederlands betekenen dat dezelfde huurwoningen opeens voor drie keer zoveel geld verhuurd worden aan buitenlanders die voor een paar maanden in Nederland verblijven. Zonder meer lucratief, maar sinds wanneer is dit een kerntaak voor woningcorporaties?

(bron: Huurdersvereniging Amsterdam)

Wat mij betreft ligt hier een interessant onderzoeksthema voor SP-afdelingen en lokale volksvertegenwoordigers. Ga eens na hoeveel tijdelijk verhuurvergunningen er door de gemeente zijn afgegeven, en wanneer? Zijn die vergunningen gebruikt binnen de randvoorwaarden van de wet?

Plaats een reactie