Beleidsprogramma afknapper

Het gisteren gepubliceerde beleidsprogramma Balkenende IV zou een concretisering moeten zijn van het 100 dagen geleden gesloten regeerakkoord. Ik heb met name de voorstellen voor wonen, energie/klimaat en water aandachtig bekeken. Die zijn een regelrechte afknapper: veel oude wijn in nieuwe zakken. Bij de weinige wèl gekwantificeerde doelstellingen is het ambitieniveau onthutsend laag.

Balkenende

Doelstelling 23 zegt dat er per jaar 80.000-100.000 woningen gebouwd moeten worden, waarvan 40.000 door de woningcorporaties.
De woningproductie was in 2006 al 79.800 stuks. Met 200 woningen erbij zou het kabinet zijn ambitie al gerealiseerd hebben. In het 2005 hebben de woningcorporaties zelf de volgende prognose gegeven voor hun bouwplannen in de komende kabinetsperiode:
2007-54.800
2008-58.800
2009-45.800
2010-30.700
Kortom de ambities van de woningcorporaties waren twee jaar geleden al hoger dan de inzet van het kabinet nú.

Doelstelling 22 luidt: Het stimuleren van duurzame productie en consumptie. Een subdoelstelling daarbij is het realiseren van 25-40% nieuwbouw binnen bestaand bebouwd gebied. Zuinig omgaan met schaarse ruimte dus. Maar is 25-40% wel zo zuinig?

Volgens de Monitor Nota Ruimte (Ruimtelijk Planbureau, 2006) is in de periode 2000-2003 54% van de totale nieuwbouwproductie binnen bestaand bebouwd gebied gerealiseerd. Gecorrigeerd voor sloop is er sprake van een netto-toevoeging van 47%. Dat is dus 7% méér dan de bovengrens van het ambitieniveau van ons nieuwe kabinet.

De energie- en klimaatambities van het kabinet zouden vooral tot uitdrukking moeten komen in het programma Schoon en Zuinig. 100 dagen na het regeerakkoord is dat programma nog steeds net zo mistig als op 7 februari. Terwijl de milieubeweging en de vakbond vorige week een volledig uitgewerkt klimaatplan Green4Sure presenteerden moeten we het bij het beleidsplan van B-IV doen met vaagheden als “In de industrie wil het kabinet met tenminste tien industriële branches komen tot concrete efficiency afspraken.” Dat komt neer op het voortzetten van de convenanten aanpak die stamt uit het grijze verleden van Paars-I.

Ondertussen moest minister Cramer gisteren toegeven dat de provincie Zuid-Holland volgende week een milieuvergunning zal afgeven voor een nieuwe kolencentrale van EON op de Maasvlakte. Die zou in zijn eentje goed zijn voor 2% extra CO2 uitstoot, terwijl het kabinet 30% omlaag wil.

Ik weet niet of een strategie van één stap achterwaards, twee stappen voorwaards, zo effectief is.

Ook op watergebied is het vaagheid troef. Doelstelling 26: klimaatbestendige inrichting van Nederland waarbij water een meer bepalende factor is bij ruimtelijke afwegingen, inclusief locatiekeuzes; meer ruimte voor herstel van natuurlijke processen (bodem, water en natuur).
Wat hier staat is nu al geregeld in de watertoets. Die regelt dat van begin af aan de waterhuishouding en waterveiligheid wordt meegenomen in de plannen voor de inrichting van de ruimte. Het Rijk, de Unie van Waterschappen, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, het Interprovinciaal Overleg hebben op 14 februari 2001 afgesproken in de Startovereenkomst Waterbeleid 21e eeuw om vanaf dat moment de Watertoets toe te passen.
In de praktijk wordt de watertoets lang niet altijd serieus genomen. Zo is door de gemeente Gouda, de provincie Zuid-Holland en het vorige kabinet besloten om de Zuidplaspolder als bouwlocatie aan te wijzen. Dat is een van de diepste polders van Nederland, op grond van de watertoets absoluut ongeschikt voor bebouwing. Minister Cramer riep twee maanden geleden nog dat dit besluit heroverwogen moet worden. Inmiddels wordt in het Beleidsplan B-IV gesproken over de “klimaatbestendige inrichting van gebieden zoals de Zuidplaspolder”. Waarschijnlijk krijgt iedereen straks een zwemvest uitgereikt bij het tekenen van huur- of koopcontract.

Plaats een reactie