Iedere Utrechter kent het Wilhelminapark en het Zocherpark-Singelpark, beide rijksmonumenten. Bijna niemand buiten Zuilen kent het Julianapark, dat de concurrentie gemakkelijk aankan. Cultuurhistorisch is het interessant, omdat het een zeldzame combinatie is van een park in de Engelse landschapsstijl en een volkspark.

Wat maakt het park bijzonder? Het is een redelijk gaaf bewaarde combinatie van twee stromingen uit de landschapsarchitectuur: een romantisch wandelpark in de Engelse landschapstijl, populair in de periode 1870-1920. En een volkspark, dat paste bij de tuindorpbeweging, die het volk wilde verheffen met sport en bewegen en een scheutje cultuur.

Het zuidelijke, romantische deel, is aangelegd in opdracht van bankier Jan Kol III. Hij gaf in 1903 de landschapsarchitect Louis Copijn opdracht om een openbaar toegankelijk park te ontwerpen: de Tuin van Kol. Kol hoopte dat hij na deze investering ook de ruimte zou krijgen om in de omgeving een villapark te ontwikkelen, zoals eerder gebeurd was bij het Wilhelminapark. Dat is uiteindelijk niet gebeurd, omdat na de vestiging van Werkspoor en Demka de nadruk gelegd werd op de bouw van arbeiders- en middenstandswoningen in de directe omgeving van het park.

Copijn leverde waar voor zijn geld: dit parkdeel wemelt van de kronkelende paden, spannende doorkijkjes, een waterpartij met een eiland, een uitzichtheuvel, dierenweide met kunstmatige rotsen. Alleen een beekje ontbreekt. Bij de ingang aan de Van Eimerenstraat stelde een handige fotograaf op zondag een hobbelpaard op, waar je de kinderen in zondagse kleren kon laten vereeuwigen. Dat lieten in de loop van de jaren duizenden Zuilenezen doen. Maar weinig mensen hadden in die tijd een eigen fototoestel. Het Museum van Zuilen heeft nog een grote collectie hobbelpaardfoto’s gemaakt tussen 1925-1960, die een mooi tijdsbeeld opleveren over die periode.

Na de dood van Jan Kol verkochten de erven het park, met een aansluitend stuk grond, aan de gemeente Utrecht. Die herdoopte het park in 1928 in Julianapark en breidde het aan de Noordzijde tijdens de crisisjaren als werkverschaffingsproject uit met onder meer een speelweide en restaurant/paviljoen. In latere jaren werden nog een pierenbadje (inmiddels vervangen door een speeltuin), een beeldentuin en een flink aantal beelden toegevoegd. Het park telt 133 verschillende inheemse en exotische boomsoorten, waaronder een groot aantal monumentale met een leeftijd van 100 jaar of ouder.

Het Museum van Zuilen, waar ik bestuurslid ben, organiseert dit voorjaar enkele wandelingen door het Julianapark, als start voor een campagne richting het 100-jarig bestaan in 2028. Dat is een mooie gelegenheid om het park weer eens op te knappen. En wat ons betreft ook de status te verhogen van gemeenteljk naar Rijksmonument.