Laag energieverbruik leidt -nog- niet tot hogere koopsom

Het Kadaster publiceerde vandaag een interessant onderzoek over de relatie tussen energielabel, energiekosten en koopsom. Ze zien een duidelijke relatie tussen energielabel en koopsom. Woningen met een energielabel G kosten gemiddeld 18,9% minder dan vergelijkbare woningen met label A of beter. Maar het is niet zo dat de woningen met een beter energielabel ook minder energie verbruiken. Wat zou daar de verklaring voor kunnen zijn?

Het werkelijke energieverbruik van identieke woningen kan sterk verschillen, afhankelijk van ligging in het gebouw en gebruikersgedrag.

Allereerst is van belang te weten dat bij identieke woningen het energieverbruik sterk kan verschillen. Ik heb zelf in de jaren 70 en 80 veel onderzoek gedaan in flatcomplexen met blokverwarming, daar kwam ik bij écht identieke woningen in hetzelfde complex verbruiksverschillen van een factor vijf tegen. De belangrijkste verklaring hiervoor waren verschillen in het aantal leden en de leeftijden binnen een huishouden. Een vrijgezel heeft een heel ander energieverbruik dan een gezin van vijf personen, inclusief drie tieners die iedere dag een kwartier onder de douche staan. Gepensioneerden zijn vaker thuis dan mensen die werken. Maar als ze iedere winter in Zuid-Spanje zitten verbruiken ze juist veel minder. Dat soort zaken.

Een tweede verklaring is het rebound-effect. Ik schreef er al eerder over. In essentie betekent het: als een woning geisoleerd wordt en voorzien van zuinige installaties denken de meeste mensen “heerlijk, nu kan de verwarming omhoog en kunnen die tieners van me zo lang onder de douche als ze zin hebben”. Die gedragswijziging slokt een groot deel van de potentiële winst op. Omgekeerd weten mensen die in een tochtig huis wonen dat ze moeten uitkijken met de thermostaat. Het feitelijk verbruik gaat dus door verduurzamingsmaatregelen veel minder omlaag dan je op grond van berekeningen -lees: energielabel- zou verwachten.

Een derde verklaring is dat de bepalingsmethode voor het energielabel NTA 8800 enige ruimte biedt voor creatief-ontwerpen-en-rekenen, om tegen de laagste kosten een zo hoog mogelijk label te behalen. De Toelatingsorganisatie Kwaliteitsborging Bouw , waar ik bestuurslid ben, gaat waarschijnlijk binnenkort als publieke waakhond toezicht houden op de correcte toepassing van de NTA 8800 bij het berekenen van de energielabels. Mijn inschatting is overigens dat de impact van dit aspect op de energierekening in vergelijking met die van huishoudenssamenstelling en rebound-effect kleiner, waarschijnlijk veel kleiner is.

Tenslotte is er nóg een verklaring die het Kadaster vermoedelijk niet heeft kunnen meenemen in zijn onderzoek. Woningen die even groot zijn en deel uitmaken van eenzelfde complex kunnen qua oriëntatie en ligging verschillen. Denk aan het appartement onder het dak en grenzend aan een kopgevel in vergelijking met een identiek appartement midden in het gebouw. Bij bestaande koopwoningen kan de ene bewoner in het complex het onderhoud pico bello geregeld hebben en de ander heeft er nooit veel aan gedaan. Als je statistiek gaat bedrijven op basis van landelijke data kom je terecht in verschillende klimaatzones. Het effect van dit type verschillen verdient nader onderzoek.

Daarmee kom ik op een interessante conclusie van een van de rapporteurs bij het Kadaster-onderzoek. Hij pleit ervoor dat kopers niet alleen het energielabel kennen, maar ook het werkelijk energieverbruik van de woning. Dat is de spijker op de kop. Je hoeft dan alleen nog te informeren naar de samenstelling van het huishouden van de verkoper en eventuele recente investeringen in verduurzaming en het plaatje is compleet. Dan gaan de koopsommen sterk reageren op de energierekening, wat ik je brom.

Plaats een reactie