Een corporatiemedewerker schreef me naar aanleiding van mijn schriftelijke vragen over het verdampte corporatiegeld op IJslandse rekeningen dat hier niets mee mis was: het geld was aangetrokken voor woningbouwprojecten en moest slechts “even geparkeerd” worden. Fout, fout, fout.
Is dit het nieuwe handboek van de corporatie-controller?
Ook bij “even parkeren” geldt wat mij betreft dat risicomijding voorop staat. Het ligt bijzonder voor de hand om geld tijdelijk te stallen bij bijvoorbeeld de Bank Nederlandse Gemeenten of een poule van collega-corporaties.
De Telegraaf bericht vanmorgen dat gemeenten geld dat ze van de Bank Nederlandse Gemeenten geleend hadden tegen een hogere rente hebben weggezet bij IJslandse banken. Weg geld. Ook hier was het argument dat ze het nog even niet nodig hadden.
Overheden en non-profitinstellingen zouden wijzer moeten zijn. De Bank Nederlandse Gemeenten en de Waterschapsbank zijn speciaal opgericht om het overschot van de ène overheid te kunnen gebruiken voor de financiering de ander. Zo kan de belastingbetaler er zeker van zijn dat er tegen de laagste maatschappelijke kosten in de kapitaalbehoefte voor de publieke sector voorzien wordt. Als er dan een lage rente gerekend wordt is het nadeeltje van de één het voordeeltje van de ander. En de volgende keer is het omgekeerd.
Dat mooie systeem wordt naar de knoppen geholpen als overheden gaan shoppen: wèl profiteren van het voordeel van de lage BNG-rente, maar daar zelf geen tegenprestatie tegenover zetten. Bah: opportunisme, moreel laakbaar, korte termijn politiek en op de lange termijn juist slecht voor de overheid.
Bijna tien jaar geleden heb ik als lid van Provinciale Staten in Utrecht al eens voorgesteld dat de provincie zijn liggende gelden zou investeren in maatschappelijke projecten (in dit geval in de zorgsector), in plaats van alleen maar te kijken naar de korte termijn financiële opbrengst:
Motie leningen zorgsector
Provinciale Staten van Utrecht, in vergadering bijeen op 27 oktober 1999,
Constaterende, dat:
– ten gevolge van de verkoop van de provinciale UNA-aandelen na balanssanering een vrij besteedbaar batig saldo overblijft van f 152 miljoen;
– GS voorstellen dit bedrag risicovrij te beleggen tegen een geschatte rente van 4%;
Overwegende, dat:
– niet-winst beogende instellingen in de zorgsector in hun financieringsbehoefte voorzien door leningen op de geld- en kapitaalmarkt, waarop aanzienlijk méér dan 4% rente betaald moet worden;
– het risicoprofiel van dergelijke leningen na 1 oktober 1999 verwaarloosbaar klein is door de oprichting van een onderling waarborgfonds voor de zorgsector;
– door het uitlenen van (een deel van) de vrij besteedbare reserve aan zorginstellingen voor hen op jaarbasis een financiëel voordeel in de orde van één miljoen gulden kan ontstaan, zonder dat dit de provincie een cent kost;
Van mening dat het risicovrij uitlenen van provinciale reserves aan zorginstellingen waar mogelijk de voorkeur verdient boven het risicovrij beleggen bij commerciële banken, mits de rente-opbrengst hierdoor niet verlaagd wordt,
verzoeken GS om een voorstel uit te werken voor een treasurybeleid dat gebaseerd is op bovenstaande principes.
P.F.C. Jansen.
De SP had op dat moment twee van de 63 zetels in Provinciale Staten. Ik kan niet meer achterhalen hoeveel steun ik toen kreeg, maar die kwam in ieder geval niet van de coalitiepartijen (CDA, VVD en PvdA). Toch hebben we toen wel iets bereikt. Een jaar later, bij de behandeling van het treasuryprotocol in Provinciale Staten is geregeld gemaakt dat financiële reserves voortaan ook uitgeleend mochten worden aan zorginstellingen, woningcorporaties e.d. Soms heb je als SP-er het gevoel dat je wat ver voor de muziek uitloopt.