Volgens minister Vogelaar zijn woningcorporaties niet wettelijk verplicht om kleine servicekosten jaarlijks af te rekenen. Ik stelde haar onlangs schriftelijke vragen over de corporatie Mitros in Utrecht, die op een bedrag van €12.00 aan servicekosten per jaar €7,50 administratiekosten in rekening bracht.
Hierbij bied ik u de antwoorden aan op de door Kamerlid Jansen (SP) ingezonden schriftelijke vragen over administratiekosten bij een servicekostenafrekening. De kamervragen hebben als kenmerk 2070821490 en zijn op 29 mei jl. ingezonden.
1. Vindt u het redelijk dat huurders bij de eindafrekening servicekosten 417% administratiekosten in rekening gebracht krijgen?
Ik wil voorop stellen dat een oordeel over de redelijkheid van een specifieke eindafrekening servicekosten, inclusief de administratiekosten, is voorbehouden aan de Huurcommissie, en vervolgens de rechter. De Huurcommissie is onafhankelijk in haar oordeelsvorming.
2. Waarom hanteert de Huurcommissie bij de toetsing van servicekosten naast het maximum van 5% administratiekosten, ook een minimum van € 7,50? Onderschrijft u dat dit een bonus op bureaucratie is?
In de concrete situatie heeft de verhuurder een bedrag van € 7,50 gehanteerd voor de administratiekosten. De Huurcommissie heeft aangegeven dat de concrete situatie (nog) niet aan haar is voorgelegd. Op dit moment is dan ook niet aan de orde of de Huurcommissie in dit geval een bedrag van € 7,50 voor de administratiekosten redelijk zou achten.
3. Zijn er wettelijke belemmeringen om in gevallen waar sprake is van zeer geringe servicekosten deze onder te brengen in de kale huur, zodat er geen afrekening hoeft plaats te vinden en geen administratiekosten in rekening gebracht hoeven te worden? Zo ja, welke? Zo ja, bent u bereid om deze zo spoedig mogelijk weg te nemen dan wel op andere wijze te regelen, zodat een eind gemaakt wordt aan deze bureaucratie?
Uit de wet volgt dat het onderbrengen van servicekosten in de kale huur juridisch niet mogelijk is. In het Burgerlijk Wetboek is bepaald dat de huurprijs de prijs is die verschuldigd is voor het enkele gebruik van de woonruimte (art. 7:237, tweede lid BW). In hetzelfde artikel is in het derde lid geregeld dat onder servicekosten de vergoeding wordt verstaan voor de in verband met de bewoning van de woonruimte geleverde zaken en diensten. Voor de huurprijs en de servicekosten gelden verschillende wettelijke regimes.
Als servicekosten mogen maximaal de door de verhuurder werkelijke gemaakte kosten doorberekend worden. De verhuurder hoeft deze kosten echter niet door te berekenen. Als het om dergelijke zeer kleine bedragen gaat, zou hij kunnen overwegen van doorberekening aan de huurders af te zien.
Een andere manier om onnodige administratiekosten te voorkomen kan zijn dat de verhuurder een fonds vormt van de betaalde voorschotten. In dat geval worden de werkelijke kosten van een servicekostenpost niet jaarlijks afgerekend, maar leiden deze tot aanpassing van de voorschotten. Het voor- of nadelige saldo van deze servicekostenpost wordt dan overgeheveld naar het volgende boekjaar. De Huurcommissie staat onder bepaalde voorwaarden fondsvorming toe. In dat geval is het de verhuurder toegestaan een jaarlijkse specificatie per wooneenheid achterwege te laten. De huurder kan wel nog steeds een oordeel van de Huurcommissie vragen over deze kostenpost.
4. Bent u bereid te bevorderen dat de Huurcommissie het minimumbedrag aan administratiekosten schrapt, dan wel verlaagt, dan wel koppelt aan een minimaal te betalen bedrag aan servicekosten?
Zoals ik bij vraag 2 aangeef is de concrete situatie niet aan de Huurcommissie voorgelegd. Voorts heeft de Huurcommissie aangegeven dat er de afgelopen jaren geen vergelijkbare gevallen zijn voorgelegd waarbij de Huurcommissie € 7,50 administratiekosten redelijk heeft geacht. Ik zie dan ook op dit moment geen aanleiding om de beleidsvrijheid die de Huurcommissie heeft te beperken.
Hoogachtend, de minister voor Wonen, Wijken en Integratie,
drs. Ella Vogelaar