Gisteren was ik aanwezig bij het 2e Plattelandsparlement, georganiseerd door de Landelijke Vereniging Kleine Kernen. De centrale vraag hoe versterken we de leefbaarheid op het platteland?
In de themagroep regelgeving waaraan ik deel nam kwam een simpel knelpunt naar voren, waar ik als Kamerlid hopelijk iets kan doen.
Ten gevolge van de Europese mededingingsrichtlijn is per 1 januari 2000 de Horecawet aangepast, om oneerlijke concurrentie van gesubsidieerde instellingen en vereniging met de horeca aan te pakken. Als gevolg daarvan krijgen dorpshuizen steeds vaker een proces aan de broek van het Bureau Eerlijke Mededinging (BEM) van Horeca Nederland, wanneer ze onderdak bieden aan dorpsfeesten, bruiloften en begrafenissen. En dat gaat ver: ook als er in een kleine kern geen horeca gevestigd is kunnen bedrijven binnen een straal van 15 kilometer een klacht indienen.
Een aantal provinciale verenigingen van dorpshuizen, verenigd in dorpshuizen.nl, vindt dat de nieuwe Horecawet die binnenkort door de Kamer behandeld wordt, beter moet regelen dat dorpshuizen een maatschappelijke functie hebben en een redelijke ruimte moeten krijgen voor activiteiten met een lokale binding. Als tegenprestatie zouden ze hun prijzen moeten afstemmen op die van de lokale horeca. Gemeenten zouden in de vergunning van het dorpshuis goede voorwaarden moeten opnemen wat er wel en niet mag worden georganiseerd.
Dat lijkt me een goed plan, dus daar ga ik me in de Kamer voor inzetten!
