Op 11 september heeft minister Vogelaar mijn schriftelijke vragen over de huurtoeslag over servicekosten beantwoord. Uit de antwoorden blijkt -volgens verwachting- dat de bevriezing van de maxima slecht uitpakt voor de mensen die recht hebben op huurtoeslag.

huurders zorgwoningen krijgen lang niet alle servicekosten vergoed via de huurtoeslag
Vragen van het lid Jansen (SP) aan de minister voor Wonen, Wijken en Integratie over het bevriezen van de servicekosten voor de huurtoeslag (ingezonden 30 juli 2007) 2060722160
Vraag 1. Is het waar dat de servicekosten die meegerekend worden bij de bepaling van de huurtoeslag bevroren zijn op een bedrag van € 12 per categorie per maand? Zo ja, hoe lang is het bedrag al gemaximeerd op € 12; wat is de ratio achter de bevriezing; wat is de totale stijging geweest van de servicekosten die meegerekend worden voor de huurtoeslag over de periode dat het bedrag bevroren is geweest?
De Wet op de huurtoeslag (Wht) en de daaraan voorafgaande huursubsidieregelingen kennen de mogelijkheid bepaalde servicekosten mee te tellen voor de subsidiabele huurprijs. Per servicekostenpost geldt hierbij een maximale bijtelling van € 12 (per maand). Dit bedrag geldt sinds de invoering van de euro, op 1 januari 2002. Voordien was het maximumbedrag per post bepaald op fl. 25. Dit maximum geldt voor de posten ‘schoonmaakkosten lift en andere gemeenschappelijke ruimten’, ‘huismeester’ en ‘kapitaal- en onderhoudskosten voor dienstruimten en gemeenschappelijke recreatieruimten’ sinds 1985. De post ‘kosten voor het in bedrijf zijn van lift-, ventilatie, hydrofoor- en alarminstallaties en van verlichting van gemeenschappelijke ruimten’ is sinds 1990 gebonden aan een maximum, dat destijds eveneens fl. 25 bedroeg. Deze maximering is ingegeven door de wens de hoogte van de servicekosten te beheersen; het meerdere blijft dus voor rekening van de huurder.
Ook speelt hierbij een rol dat de juistheid van de opgegeven bedragen lastig te controleren is.
De Wht voorziet niet een periodieke indexering van de maximumbedragen. Er is dus ook geen sprake van bevriezing van die indexering. Wel is rekening gehouden met de mogelijkheid dat op een gegeven moment behoefte bestaat de maximumbedragen aan te passen. Hiertoe biedt de wet de mogelijkheid de bedragen bij algemene maatregel van bestuur te herzien. Tot op heden is er geen aanleiding geweest om hiertoe over te gaan, aangezien de gemiddelde servicekosten steeds (ruim) onder de geldende maxima zijn gebleven. Het gemiddelde bedrag dat voor de huursubsidie is opgevoerd voor servicekosten is tussen 2002 en 2006 met 13% gestegen.
Vraag 2. Wat is het gemiddelde bedrag dat aanvragers van huurtoeslag in 2006 gemiddeld kwijt waren aan servicekosten voor de vier posten die meegeteld mogen worden voor de huurtoeslag?
De hoogte van de gemiddelde bedragen aan servicekosten dat huurders in 2006 hebben opgevoerd voor de vier posten is weergegeven in tabel 1. (Deze cijfers zijn geleverd door de Belastingdienst/Toeslagen.)
Tabel 1
Servicekosten 2006 (gemiddeld opgevoerd bedrag)
elektriciteit gemeenschappelijke installaties en -ruimten: € 6,74
schoonmaken gemeenschappelijke ruimten: € 8,94
huismeester: € 6,96
kapitaal- en onderhoudskosten dienst- en gemeensch. recreatieruimten: € 7,16
Totaal per aanvraag opgevoerde servicekosten: € 16,20
Hierbij wordt aangetekend dat vóór 2006, toen de huursubsidie nog werd uitgevoerd door VROM, het aanvraagformulier de mogelijkheid bood om de totale bij de huurder in rekening gebrachte bedragen aan servicekosten in te vullen, ook indien die hoger waren dan € 12 per kostenpost.
Sinds de Belastingdienst/Toeslagen de huurtoeslag uitvoert dient de huurder, indien de werkelijke kosten hoger zijn dan € 12 per post, € 12 in te vullen. Hierdoor is vanaf 2006 niet meer aan te geven hoe vaak de werkelijke kosten hoger zijn geweest dan € 12. Ter vergelijking zijn daarom hieronder ook de in (de tweede helft van) 2005 opgevoerde bedragen voor de huursubsidie vermeld:
Tabel 2
Servicekosten 2005 (2e helft): gemiddeld opgevoerd bedrag
elektriciteit gemeenschappelijke installaties en -ruimten: € 6,14
schoonmaakkosten gemeenschappelijke ruimten: € 10,24
huismeester: € 7,67
kapitaal- en onderhoudskosten dienst- en gemeensch. recreatieruimten: € 7,26
Totaal per aanvraag opgevoerde servicekosten: € 16,33
Vraag 3. Hoeveel aanvragers waren per categorie méér kwijt dan € 12? Is het waar dat dit aantal snel oploopt door het groeiend aantal woonzorgcomplexen waar deze kosten substantieel zijn?
Bij het antwoord op vraag 2 is uitgelegd, dat informatie over het aantal huurders die meer dan € 12 servicekosten (per kostenpost) hebben vanaf 2006 niet verstrekt kan worden. Daarom kan vraag 3 alleen worden beantwoord aan de hand van de gegevens over 2005. Destijds waren de volgende aantallen aanvragers per kostenpost meer kwijt dan €12:
Tabel 3
Aanvragers met servicekosten > € 12
( tussen haakjes het percentage van het totaal aantal aanvragers met deze servicekosten)
elektriciteit gemeenschappelijke installaties en -ruimten
2002/2003: 18.624 (4%)
2005/2006: 32.922 (7%)
schoonmaakkosten gemeenschappelijke ruimten
2002/2003: 57.926 (15%)
2005/2006: 101.413 (26%)
huismeester
2002/2003: 18.452 (10%)
2005/2006: 24.935 (14%)
kapitaal-/onderhoudskosten dienst- en gemeensch. recreatieruimten
2002/2003: 1.600 (7%)
2005/2006: 2.562 (13%)
Uit tabel 3 blijkt dat het aantal huishoudens dat als servicekosten meer opvoert dan € 12 per post, tussen 2002 en 2005 aanmerkelijk is gestegen. In hoeverre deze groei is toe te schrijven aan het groeiend aantal woonzorgcomplexen is niet bekend.
Vraag 4. Bent u bereid om het plafondbedrag voor servicekosten met ingang van 2008 te indexeren? Bent u bereid om het plafondbedrag met terugwerkende kracht te indexeren? Bent u bereid om te onderzoeken of het wenselijk is om het plafondbedrag te differentiëren, waardoor bijvoorbeeld bewoners van zorgcomplexen niet langer opgezadeld worden met een hoog ‘eigen risico’?
Aangezien een grote meerderheid van de huurtoeslagontvangers met subsidiabele servicekosten daarvoor per kostenpost (ruim) minder dan € 12 opvoert, zie ik momenteel geen aanleiding om het maximumbedrag voor de servicekosten te indexeren.
Overigens wordt momenteel in het kader van de vereenvoudiging van de huurtoeslag (als onderdeel van de vereenvoudigingsoperatie Belastingdienst, zie de brief van de Staatssecretaris van Financiën d.d. 8 juni 2007, II 2006-2007, 31 066, nr. 2) ook gekeken naar de mogelijkheden om het onderdeel servicekosten in de huurtoeslag te vereenvoudigen. Hierbij zal mede worden overwogen of het mogelijk en wenselijk is in de servicekostenbijtelling een differentiatie aan te brengen voor verschillende huishoudcategorieën.
Uw Kamer zal in een gezamenlijke brief van voornoemde staatssecretaris en mij daarover voor Prinsjesdag worden ingelicht.
Hoogachtend,
de Minister voor Wonen, Wijken en Integratie
Ella Vogelaar