Vanmorgen overlegde de commissie Economische Zaken met minister Van der Hoeven over haar plan om een capaciteitstarief in te voeren voor kleinverbruikers van elektriciteit. Dat kan positief uitwerken op de energierekening van de kleinverbruikers, mits er nog enkele puntjes op de i gezet worden.
Op dit moment betaalt de klant voor de netwerkkosten (kabels en leidingen) via een toeslag op de elektriciteitsprijs. Bij het capaciteitstarief ga je een vast bedrag betalen voor de aansluiting. De meeste huishoudens hebben een aansluiting van 3×25 ampere, die gaan daarvoor 135 euro per jaar betalen. Daar tegenover wordt de heffingskorting op de energiebelasting verhoogd met een gelijk bedrag. Ook bij de variabele kosten verandert er iets: hier vervalt de transportopslag van 3,5 cent per kilowattuur (kWh), terwijl het variabele tarief van de energiebelasting met een gelijk bedrag verhoogd wordt. Per saldo blijft het bedrag onder de streep voor alle kleinverbruikers (verbruik onder 10.000 kWh/jaar) gelijk.
Waarom dan toch een capaciteitstarief? Die tariefstructuur maakt de ingewikkelde administratie in de energiesector -overigens veroorzaakt door de liberalisatie- eenvoudiger. Dat levert per jaar op korte termijn minstens 30 miljoen, en op iets langere termijn minstens 75 miljoen euro besparing op. Deze winst wordt voor 100% teruggegeven aan de consument, zo heeft de minister vandaag toegezegd. Een ander voordeel is dat de energierekening eenvoudiger van opbouw wordt en dat er naar verwachting minder fouten gemaakt zullen worden.
Zijn er ook nadelen? Het belangrijkste nadeel zit bij middelgrote gebruikers (boven 10.000 kWh/jaar) die een zware electriciteitaansluiting hebben, maar relatief weinig stroom afnemen. Bij de voorbereiding van het voorstel is vooral gekeken naar de effecten voor sportclubs, speeltuinen en kerken. Daarbij bleek dat de meeste organisaties in die categorieën er bij de overgang naar het capaciteitstarief niet slechter, soms zelfs beter van worden.
Dat vond de Kamer te mager. Ik heb zelf twee voorstellen gedaan om de financiële effecten van het capaciteitstarief voor deze groep te verbeteren.
Allereerst moeten gebruikers met een te zware aansluiting de gelegenheid krijgen om -binnen zes maanden na de invoering van het capaciteitstarief- gratis om te schakelen naar een lichtere aansluiting. Nu kost switchen soms enkele duizenden euro’s.
Ten tweede stel ik voor dat gebruikers die een hoge aansluitwaarde en een laag verbruik hebben gratis advies krijgen hoe ze hun piekverbruik terug kunnen brengen, bijvoorbeeld door het inzetten van energiebesparende toestellen of verlichtingsarmaturen. Zo gaan de aansluitwaarde èn het energieverbruik omlaag: dat is twee keer kostenbesparend en óók nog eens goed voor het milieu.
De minister was positief over beide suggesties en neemt deze mee bij de uitwerking van een oplossing. Uiterlijk in het najaar kan de Kamer dan een besluit nemen over het capaciteitstarief èn de flankerende regelingen. Een half jaar uitstel dus. Dat is aan de ene kant jammer omdat de besparing aan administratieve lasten later ingaat. Maar we weten daarmee wel zeker dat er geen addertje meer onder het gras zit voor verenigingen en het MKB.
