Woonfraude

Gisteren nam ik deel aan het congres over woonfraude, georganiseerd door de Amsterdamse Federatie van woningcorporaties, de gemeente Amsterdam en het ministerie van VROM.

CongresWoonfraude

Woonfraude is een verzamelbegrip voor een aantal vormen van woninggebruik in strijd met het huurcontract. De meest bekende vorm is het doorverhuren van een woning aan een derde, vaak tegen een huur die veel hoger is dan wat de officiële huurder ervoor betaalt. Dat gedrag komt met name voor in de goedkope sociale woningvoorraad in de (middel) grote steden. De vraag naar woonruimte is in die wijken enorm en het aanbod beperkt.

Een nog grovere variant daarop is het starten van een kamer- of matrassenverhuur in een sociale huurwoning. Je kan dan op maandbasis wel vier of vijf keer de oorspronkelijke huur vangen.

Het is duidelijk dat dit soort vormen van asociaal gedrag hard aangepakt moeten worden. Sociale huurwoningen zijn bedoeld voor de huisvesting van huishoudens met benedenmodale inkomens. Dit soort huisjesmelkerij ontrekt een deel van die woningen aan de voorraad, de woningnood wordt dus nog groter.

Er zijn nog andere vormen van illegaal gedrag die geschaard worden onder het begrip woonfraude: het gebruiken van een huurwoning voor een wietplantage of een bedrijfsruimte; het onderverhuren van een kamer zonder toestemming van de verhuurder; en het permanent bewonen van recreatiewoningen.

Inmiddels zijn de vier grote steden gestart met campagnes om woonfraude op te sporen en te bestraffen. Daarbij wordt vaak gebruik gemaakt van “datamining”: het koppelen van bestanden, waarmee potentiële fraudeurs uit het totale bestand van de huurders gefilterd kunnen worden. Commerciële partijen die daarmee hun boterham verdienen hebben er alle belang bij om de cijfers over de omvang van het probleem wat aan te dikken. De realiteit is dat bij de zoeklichtprojecten in Amsterdam gemiddeld een tot twee procent van de huurders tegen de lamp loopt.

Het is goed dat misbruik van de sociale huurvoorraad wordt aangepakt. Met name degenen die om economische redenen doorverhuren mogen wat mij betreft stevig worden aangepakt. In andere gevallen is het zaak om de sanctie in verhouding te houden met het vergrijp. En om ook iets te doen aan de oorzaak van woonfraude: in de meeste gevallen is dat het tekort aan betaalbare woningen voor mensen die op het onderste treedje van de woningladder staan.

Lees hier het onderzoek van de Stuurgroep Experimenten Volkshuisvesting over “Beleid bij bewezen woonfraude”.

Plaats een reactie