Waterstofeconomie duurt nog even

Er zijn nogal wat mensen die hoge verwachtingen hebben van de inzet van waterstof als alternatief voor fossiele brandstoffen. Om deze reden heb ik afgelopen vrijdag deelgenomen aan de slotconferentie van de waterstofdialoog, die het afgelopen jaar georganiseerd is door het instituut voor milieuvraagstukken van de Vrije Universiteit. Conclusie: interessant, maar het duurt nog wel even eer we rondrijden in een auto met brandstofcellen.

brandstofcel
Een brandstofcel kan waterstof omzetten in elektriciteit, met als enige emissie: water.

De zaal leek bij tijd en wijle gevuld met leden van verschillende kerkgenootschappen, die zich vooral uitputten in het verzinnen van tegenargumenten tegen de voorstellen van anderen.

Per saldo lijkt het erop dat waterstof in de nabije toekomst nog het meest effectief in te zetten is in de transportsector, gebruik makend van brandstofcellen. Met name ECN-woordvoerder Marcel Weeda wees er herhaaldelijk op dat het niet erg logisch is om met veel moeite duurzaam opgewekte electriciteit om te gaan zetten in waterstof, om deze vervolgens te verbranden voor de opwekking van laagwaardige warmte. Dat lijkt me een waarheid als een koe.

Een andere interessante ontwikkeling die aan de orde kwam en overigens niets met waterstof te maken heeft is de kas als energiebron. De huidige generatie kassen wordt verwarmd met warmtekrachtcentrales, die warmte en stroom opwekken. Dat is al beter dan de ouderwetse CV-ketel, die een nóg lager rendement heeft, maar het kost nog steeds veel fossiele brandstof. Inmiddels is er een concept ontwikkeld dat gebruik maakt van warmte- en koudeopslag in de ondergrond, waardoor een kas zonder fossiele energie kan, en op termijn zelfs een aantal woningen of gebouwen in de omgeving kan verwarmen. Slim.

Plaats een reactie